ECLI:NL:PHR:2025:455

ECLI:NL:PHR:2025:455, Parket bij de Hoge Raad, 11-02-2025, 23/00675

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 11-02-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/00675
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:610
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Rolconclusie AG m.b.t. de vraag of de behandeling van het beroep in cassatie o.g.v. art. 427.4 Sv dient te worden geschorst. De rolconclusie strekt tot schorsing van de behandeling van het beroep in cassatie.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/00675 E

Zitting 11 februari 2025

ROLCONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: de verdachte

5. Uit informatie van de Kamer van Koophandel blijkt dat ‘ [A] B.V.’ op 21 juli 2023 en 3 augustus 2023 geregistreerd stond als bestuurder en algemeen directeur van de verdachte. Uit informatie van de Kamer van Koophandel blijkt voorts dat ‘ [betrokkene 1] ’ sinds 23 november 2016 als enig aandeelhouder, bestuurder en algemeen directeur van ‘ [A] B.V.’ geregistreerd staat. Een en ander wekt het ernstig vermoeden dat de ‘akte rechtsmiddel cassatie’ ten onrechte de suggestie wekt dat ‘ [betrokkene 1] ’ als bestuurder van de verdachte beroep in cassatie heeft ingesteld. Tegelijk ligt het in de rede art. 528 Sv in het geval de bestuurder van de verdachte een rechtspersoon is, aldus uit te leggen dat de verdachte tijdens de vervolging door een bestuurder van die rechtspersoon wordt vertegenwoordigd. De ‘akte rechtsmiddel cassatie’ is ook in zoverre minder gelukkig geformuleerd, dat is vermeld dat [betrokkene 1] bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van cassatieberoep. [betrokkene 1] vertegenwoordigt de verdachte op grond van art. 528 Sv; hij is geen vertegenwoordiger in de zin van art. 450, eerste lid, onder b, Sv. Deze gebreken doen er – meen ik – evenwel niet aan af dat het cassatieberoep ontvankelijk is.

6. Tegen het vonnis van de meervoudige economische kamer is op 22 december 2022 hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie. Bij bericht van 1 augustus 2023 heeft de advocaat van de verdachte aan de rolraadsheer verzocht om de aanzegging in te trekken dan wel de termijn voor het indienen van de cassatieschriftuur voor onbepaalde tijd aan te houden totdat het gerechtshof Amsterdam einduitspraak heeft gedaan op het hoger beroep van het openbaar ministerie. Bij portaalbericht van 31 augustus 2023 is namens de rolraadsheer medegedeeld dat het aangevoerde geen aanleiding geeft om de aanzegging in te trekken. De termijn voor het indienen van een schriftuur loopt ingevolge dit portaalbericht tot en met 27 oktober 2023. De schriftuur is op 26 oktober 2023 ingediend.

7. De gang van zaken in het arrest van Uw Raad van 14 december 2010 (waar in de akte op gewezen wordt) was wat anders dan in onderhavige zaak. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen een vonnis waarin hij van het tenlastegelegde was vrijgesproken maar waarin drie auto’s waren onttrokken aan het verkeer. Het hof verstond het ingestelde hoger beroep als beroep in cassatie en beval dat de stukken ter behandeling aan de Hoge Raad werden gezonden. Uw Raad overwoog dat ingevolge art. 427 Sv zoals dat gold voor de inwerkingtreding op 1 januari 2002 van de Wet van 6 december 2001, Stb. 584, voor het openbaar ministerie en de verdachte beroep in cassatie openstond tegen vonnissen of arresten als uitspraak gegeven. En dat blijkens de onder vigeur van die bepaling gewezen rechtspraak van Uw Raad beroep in cassatie ook open stond tegen een in eerste aanleg gewezen vonnis waarbij de verdachte was vrijgesproken van het tenlastegelegde doch de maatregel van onttrekking aan het verkeer was opgelegd. Nu uit de wetsgeschiedenis van genoemde wet niet bleek ‘dat de wetgever met deze rechtspraak heeft willen breken’ en ‘in aanmerking genomen dat ingevolge art. 552f Sv cassatieberoep openstaat tegen een door de rechtbank gegeven beschikking tot onttrekking aan het verkeer’ was Uw Raad van oordeel dat de verdachte kon worden ontvangen in het cassatieberoep tegen het vonnis. Het voorgaande betekent dat ook in de onderhavige zaak de verdachte kan worden ontvangen in het cassatieberoep tegen het vonnis.

8. Anders dan in de zaak die leidde tot het arrest van 14 december 2010 heeft het openbaar ministerie in de onderhavige zaak hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Voor de situatie waarin voor het openbaar ministerie en voor de verdachte een verschillend gewoon rechtsmiddel openstaat, bevat art. 427, vierde lid, Sv een rechtsregel: ‘Hoger beroep schorst de rechtsgevolgen van beroep in cassatie; indien in de lagere aanleg een uitspraak wordt gegeven over een of meer van de vragen, bedoeld in de artikelen 351 en 352 vervalt het ingestelde beroep in cassatie’.

9. Voor de wijziging van art. 427 Sv door de genoemde wet van 6 december 2001 waren er nog een aantal gevallen waarin het openstaande rechtsmiddel voor het openbaar ministerie en de verdachte tegen een bepaalde beslissing niet hetzelfde was. Von Brucken Fock en Van Dorst wezen er in de eerste druk van de studiepocket over Cassatie in strafzaken op dat het kan ‘voorkomen dat bij een kantongerechtsvonnis voor het OM slechts cassatieberoep openstaat, terwijl de verdachte nog verzet kan doen of hoger beroep kan instellen (vgl. art. 44.2 RO). Ook wanneer overtredingen tot wier kennisneming de kantonrechter bevoegd is, bij de rechtbank worden aangebracht, is de mogelijkheid aanwezig dat het OM slechts cassatieberoep kan instellen, terwijl de verdachte eerst nog verzet moet doen.’ Van Dorst en Borgers attenderen er in de tiende druk op dat in het voorstel van het nieuwe Wetboek van Strafvordering het rechtsmiddelenregime over de hele linie wordt gelijkgetrokken. Dat geldt ook voor deze uitzondering: het voorgestelde art. 5.4.1 stelt tegen eindvonnissen voor het openbaar ministerie en de verdachte op dezelfde voet hoger beroep open en maakt bij de verdachte geen uitzondering voor vrijspraken.

10. Maar zo ver is het niet; art. 427, vierde lid, Sv is naar het mij voorkomt van toepassing en dat brengt mee dat de rechtsgevolgen van het beroep in cassatie zijn geschorst. Daarbij past dat de behandeling van het beroep in cassatie wordt geschorst. Dat is een beslissing die – meen ik – door de enkelvoudige kamer van Uw Raad kan worden genomen (art. 438 Sv).

11. Deze rolconclusie strekt tot schorsing van de behandeling van het beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?