ECLI:NL:PHR:2026:504

ECLI:NL:PHR:2026:504

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer 24/03616
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:761

Samenvatting

-

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/03616

Zitting 10 maart 2026

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte

1. Inleiding

Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 12 september 2024 (parketnr. 23-002637-21) het vonnis van de rechtbank van 15 september 2021 bevestigd behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en de daarmee samenhangende schadevergoedingsmaatregel. Het hof heeft de verdachte daarmee veroordeeld wegens “door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt terwijl hij enige handeling onderneemt tot het verwezenlijken van die ontmoeting” tot een gevangenisstraf van 81 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.A. Bruinsma, advocaat in Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

2. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.

De door de advocaat ingediende schriftuur voldoet niet aan de eisen van art. 452 lid 2 Sv. Hij heeft namelijk niet verklaard door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd om namens hem een schriftuur in te dienen.

Aan de advocaat is – overeenkomstig art. 4.3.3.4 van het Procesreglement van de Hoge Raad – bij portaalbericht van 25 maart 2025 de gelegenheid geboden het verzuim binnen een termijn van veertien dagen te herstellen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Dat leidt ertoe dat de verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.

3. Slotsom

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand