ECLI:NL:RBAMS:2023:6533

ECLI:NL:RBAMS:2023:6533, Rechtbank Amsterdam, 18-10-2023, 13-070488-23

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 18-10-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13-070488-23
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0016664

Samenvatting

Executie-EAB Polen. Afgezien van weigeringsgrond artikel 12 OLW. Overlevering toestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/070488-23 (EAB II)

Datum uitspraak: 18 oktober 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 26 juli 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 27 januari 2021 door the Regional Court in Bydgoszcz III Penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 oktober 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt

- a summary judgement of Local Court in Bydgoszcz IX Penal Division dated 4 June 2019, case files reference number IX K 135/19

en

- a decision of Local Court in Bydgoszcz IX Penal Division dated 3 February 2020 ordering serving of an alternative sentence of imprisonment, case files reference number IX Ko 2169/19.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur 365 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis van 4 juni 2019.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

In de aanvullende informatie van 25 augustus 2023 is vermeld dat bij vonnis van 4 juni 2019 aanvankelijk een taakstraf voor de duur van twee jaren, zijnde 730 dagen is opgelegd. Bij beslissing van 3 februari 2020 is, wegens het niet verrichten van de taakstraf, de tenuitvoerlegging bevolen van de vervangende hechtenis, zijnde 365 dagen gevangenisstraf.

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon geen weet had van het proces dat tot het vonnis van 4 juni 2019 heeft geleid en hij derhalve in zijn verdedigingsrechten is geschaad. De officier van justitie heeft aangevoerd dat alleen dit vonnis aan artikel 12 OLW getoetst moet worden. Weliswaar doet geen van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12 sub a tot en met d OLW zich voor, maar desalniettemin is de opgeëiste persoon niet in zijn verdedigingsrechten geschaad en dient te worden afgezien van weigering.

De rechtbank stelt vast dat de beslissing van 3 februari 2020 met kenmerk IX Ko 2169/19 niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW valt. Voor zover bij die beslissing al de aard of maat van de oorspronkelijke straf is gewijzigd, volgt uit de aanvullende informatie van 25 augustus 2023 dat de bevoegde autoriteit daarbij niet over beoordelingsmarge beschikte.

In de aanvullende informatie van 25 augustus 2023 is namelijk vermeld:

“The court shall order the execution of a substitute penalty of deprivation of liberty in the amount corresponding to the penalty of restriction of liberty remaining to be executed, on the understanding that one day of substitute penalty of deprivation of liberty is equivalent to two days of restriction of liberty.”

In het onderhavige geval is de taakstraf van 730 dagen omgezet in 365 dagen vrijheidsstraf. Nu de rechter niet over beoordelingsruimte beschikte, valt deze beslissing niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.

Ten aanzien van het vonnis van 4 juni 2019 met kenmerk IX K 135/19 stelt de rechtbank vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.

Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd.

De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.

In de aanvullende informatie van 25 augustus 2023 is vermeld:

[opgeëiste persoon] had provided a residential address during the proceedings conducted in the case files reference number IX K 135/19 and the summons for [opgeëiste persoon] for the court hearing in the Court was sent to the residential address provided by him.

[opgeëiste persoon] in the course of the proceedings in the case files reference number IX K 135/19, received instructions on the obligation to inform the authority in charge of the proceedings of a change of his address and the consequences resulting from failure to do so.”

De rechtbank stelt dan ook vast dat de opgeëiste persoon gedurende het proces een verblijfadres heeft opgegeven. Ook heeft hij een adresinstructie ontvangen waarin de verplichting was opgenomen om een eventuele adreswijziging door te geven aan de justitiële autoriteiten, waarbij hij is gewezen op de consequenties van het niet voldoen aan die verplichting. De opgeëiste persoon was dus op de hoogte van de verdenking en van de strafrechtelijke procedure en wist dat hij bereikbaar moest zijn voor de Poolse autoriteiten. Desalniettemin is de opgeëiste persoon naar eigen zeggen in maart 2019 naar Nederland vertrokken. De oproep voor de zitting is naar het door hem opgegeven adres verzonden. Het lag op de weg van de opgeëiste persoon de post op dit adres in de gaten te houden. Als de opgeëiste persoon al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces dat tot dit vonnis heeft geleid, dan is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. Hij is derhalve niet in zijn verdedigingsrechten geschaad. De rechtbank ziet daarom af van haar bevoegdheid de overlevering te weigeren.

4. Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

telkens: diefstal.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 310 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW.

7. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Bydgoszcz III Penal Division, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. B.M. Vroom-Cramer en M. Westerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 oktober 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.E.M. James-Pater

Griffier

  • mr. E.A. Harland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?