RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
fno: 33623
Zaaknummer: 11778045 \ CV EXPL 25-9209
Vonnis van 7 augustus 2025
in de zaak van
CUSTODIAN VESTEDA FUND I B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen gedaagde verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
De kantonrechter heeft vastgesteld dat eiseres heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
De overeenkomst die in deze procedure centraal staat, is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
Het huurprijsbeding en het servicekostenbeding in de huurovereenkomst zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en op grond van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
In de overeenkomst en de van toepassing zijnde algemene voorwaarden staan verder geen bedingen die van toepassing zijn op de vordering en/of die voor de beoordeling van de vordering relevant zijn. Daarbij is in aanmerking genomen dat eiseres de doorgevoerde huurverhogingen en/of servicekostenverhogingen (sinds de aanvang van de huurovereenkomst) niet vordert.
De vordering
De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor het geval een deel van het gevorderde niet is toegewezen en/of hieronder anders is overwogen.
BESLISSING
De kantonrechter:
I. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het adres [adres] en de parkeerplaats [locatie] ;
II. veroordeelt gedaagde om deze woning met parkeerplaats met al wie en al wat zich daarin vanwege gedaagde bevindt, binnen twee weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van eiseres te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
III. veroordeelt gedaagde om te betalen aan eiseres:
a) € 22.742,82 ter zake van achterstallige huur, berekend tot en met juni 2025;
b) € 2.144,00 per maand vanaf 30 juni 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;
IV. veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 146,14 aan explootkosten, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 1.461,00 aan griffierecht, voor zover van toepassing, inclusief BTW;
V. veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
VI. verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
VII. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.J. Evers en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2025.