proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
11 februari 2015 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [woonplaats] , verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 30 september 2014 op het bezwaar van eiser tegen de aanslag leges met aanslagnummer [nummer] .
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2015.
Namens eiser is verschenen zijn zoon [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger 1] , bijgestaan door [vertegenwoordiger 2] .
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Op 21 februari 2014 heeft eiser een aanvraag met tekening (aanvraag) ingediend voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit en buitenplanse kleine afwijking met bouwactiviteit ter zake van de woning [adres] te [woonplaats] . De bouwactiviteit betreft het splitsen van de woning in 6 woningen. In de aanvraag heeft eiser de bouwkosten geschat op € 110.000, exclusief BTW.
2. Bij de legesnota is van eiser een bedrag van € 5.109,95 aan bouwleges gevorderd, uitgaande van een bouwsom van € 141.551, inclusief BTW en een bedrag van € 564,45 ter zake van omgevingsvergunning buitenplanse kleine afwijking met bouwactiviteit.
3. Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bedrag aan bouwkosten nader vastgesteld op € 108.000, inclusief BTW, en is door verweerder de aanslag leges dienovereenkomstig verminderd.
4. In geschil is of de leges ter zake van de aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit tot een juist bedrag zijn vastgesteld. Meer specifiek is in geschil of de hoogte van de bouwkosten juist is vastgesteld. De leges van € 564,45 zijn niet in geschil.
5. Eiser beantwoordt voornoemde vragen ontkennend en stelt zich op het standpunt dat het bedrag van de bouwkosten € 37.000, inclusief BTW, bedraagt. Ter onderbouwing van dit standpunt voert eiser – samengevat –het volgende aan. Door een brand was het dak van de woning [adres] te [woonplaats] geheel verwoest. Hierdoor ontstond er de mogelijkheid om de zolderverdieping te verbouwen tot 2 extra studio appartementen. De kosten die eiser had aangegeven betroffen het geheel, echter alleen de kosten ter zake van de twee extra appartementen op de zolder hadden beoordeeld moeten worden. De herindeling van de zolderverdieping met nieuw dak heeft in totaal € 37.000 gekost en geen € 108.000.
6. Verweerder beantwoordt de vragen bevestigend en stelt zich op het standpunt dat in bezwaar op advies van de projectinspecteur de bouwsom overeenkomstig de bij het bezwaarschrift overgelegde offerte is verlaagd naar € 108.000, inclusief BTW. Het bedrag van de leges is in bezwaar dienovereenkomstig verminderd. In beroep is de bouwkostenadviseur van IGG om advies gevraagd. De bouwkostenadviseur heeft verweerder geadviseerd de door verweerder bij uitspraak op bezwaar vastgestelde bouwsom niet verder te verlagen. Hiervoor verwijst verweerder naar de bij het verweerschrift bijgesloten notitie van de bouwkostenadviseur.
7. Niet in geschil is dat de aanvraag van eiser voor het verlenen van een omgevingsvergunning bouwactiviteit in behandeling is genomen. Derhalve heeft het belastbare feit zich voorgedaan en is eiser leges verschuldigd geworden.
8. De leges worden berekend over de bij de aanvraag aangegeven aanneemsom of raming van de kosten van het werk (begroting), mits deze door de heffingsambtenaar wordt goedgekeurd. Indien bij de aanvraag geen begroting is overgelegd, of indien de overgelegde begroting niet wordt goedgekeurd, worden de vermoedelijke kosten van het werk door de heffingsambtenaar geschat en worden daarnaar de verschuldigde leges berekend. Bij de berekening van de kosten wordt uitgegaan van de prijs, welke aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk (zie Hoge Raad 9 oktober 1991, nr. 27.576, BNB 1991/338).
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan de hand van de aanvraag, de (aangepaste) offerte, de notitie en de toelichting ter zitting aannemelijk gemaakt dat de bouwsom niet op een te hoog bedrag is vastgesteld. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.
De rechtbank begrijpt het standpunt van eiser aldus, dat onder de kosten van het bouwwerk in dit verband alleen de kosten van de werkzaamheden van de zolderverdieping begrepen moeten worden, omdat alleen deze etage nieuw is ten opzichte van de situatie vóór de brand.
Verweerder heeft dit weersproken en hiertegen ingebracht dat na de brand ook de eerste en tweede verdieping zijn gerenoveerd door de inrichting van deze verdiepingen aan te passen aan de eisen van de tijd, reden waarom de kosten daarvan onder de bouwkosten begrepen moeten worden. Ter zitting heeft eiser erkend dat voormelde renovaties zijn voorzien in de bouwactiviteit. Gelet hierop heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank zich terecht op het standpunt gesteld dat ook laatstgenoemde kosten begrepen moeten worden onder de kosten van het werk.
10. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. van Duijvendijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
11 februari 2015.
griffier rechter
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof [woonplaats] (belastingkamer), Postbus 20021,
2500 EA [woonplaats] .
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.