Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator
Beschikking in het kader van het op 6 juni 2019 ingekomen verzoek van:
[Y]
de vader,
wonende te [woonplaats Y] , Albanië,
advocaat: mr. A.H. van Haga te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[X]
de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. J. Mulder te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 20 juni 2019 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: mr. I.W.E. Lansen namens de advocaat van de vader, alsmede de moeder met een tolk, [naam tolk] en haar partner [naam partner X] . De moeder werd bijgestaan door haar advocaat. Voorts is verschenen: de Raad voor de Kinderbescherming in de persoon van
[naam medewerker RvdK] .
Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. H.M. Boone. De behandeling ter terechtzitting is aangehouden.
Op genoemde regiezitting is aan partijen de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. Partijen hebben daar om hen moverende redenen geen gebruik van gemaakt.
Verzoek en verweer
De vader heeft verzocht de onmiddellijke terugkeer van na te melden kind uiterlijk op
15 juni 2019 te bevelen, althans de terugkeer van het kind vóór een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum te bevelen, waarbij de moeder het kind dient terug te brengen naar (het woonadres van de vader in) Albanië, dan wel – indien de moeder nalaat het kind terug te brengen – te bepalen dat de moeder het kind op 15 juni 2019 met de benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven, teneinde terugkeer naar Albanië mogelijk te maken.
Voorts heeft de vader verzocht te bepalen dat de voorlopige voogdij over het kind wordt uitgesproken, met bepaling dat deze voorlopige voogdij eindigt op het moment van afgifte van het kind aan de vader dan wel op het moment van de teruggeleiding van het kind naar Albanië. Het voorgaande met veroordeling van de moeder in de kosten die de vader heeft moeten maken in verband met de ontvoering en teruggeleiding, en voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van 1994 tot 1999.
- Na de echtscheiding hebben partijen een affectieve relatie gehad.
- Uit het huwelijk is op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , Albanië, geboren de inmiddels
meerderjarige [naam meerderjarige] .
- Uit de relatie van partijen is op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , Albanië, geboren het volgende thans nog minderjarige kind: [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ).
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Op 23 juli 2018 is de moeder bij een procedure gestart waarbij zij -onder meer-verzocht om vrij met [minderjarige] naar het buitenland te mogen reizen, in welke procedure de man verweer heeft gevoerd.
- Op 1 november 2018 is bij beschikking van [woonplaats Y] District Judicial Court, in verband met het niet verschijnen van der moeder ter zitting, voormelde procedure beëindigd.
- Op 1 juli 2018 heeft de moeder met [minderjarige] Albanië verlaten en is met [minderjarige] -via België- naar Nederland vertrokken, alwaar zij zich met [minderjarige] op 10 juli 2018 hebben laten inschrijven in de basisregistratie persoonsgegevens (brp).
- De vader, de moeder en [minderjarige] hebben de Albanese nationaliteit.
- De vader heeft zich via het Ministerie van Justitie van Albanië op 17 december 2018 gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder IKO nr. [nr.] .
Beoordeling
Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze door gesprekken te voeren met [minderjarige] probeert zicht te krijgen op de mening van [minderjarige] ten aanzien van het verblijf in Albanië en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van [minderjarige] naar voren te brengen in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met [minderjarige] .
Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van [minderjarige] met de bijzondere curator.
Van zijn bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter terechtzitting toe.
De rechtbank zal de zaak voor de verdere inhoudelijke behandeling verwijzen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.
(alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)
Beslissing
De rechtbank:
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , Albanië:
drs. A. (Anneke) van Teijlingen, [naam en adresgegevens bijzonder curator]
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken, waaronder de zittingsaantekeningen van de regiezitting, aan de bijzondere curator zal toesturen;
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting zijn schriftelijk verslag aan de rechtbank en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;
houdt iedere verdere beslissing aan;
verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.