RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.5875
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. de Jong),
en
(gemachtigde: mr. J.P. GuƩrain).
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italiƫ verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting zou tezamen met de behandeling van de zaak NL20.5874 plaatsgevonden hebben op 10 maart 2020. Met toestemming van de partijen is in verband met de maatregelen die zijn genomen om verspreiding van het coronavirus te gaan, uitspraak gedaan zonder zitting.
Overwegingen
1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.5874, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers - Taselaar, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.R. de Man, griffier.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt door middel van publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.