ECLI:NL:RBDHA:2021:10603

ECLI:NL:RBDHA:2021:10603, Rechtbank Den Haag, 15-09-2021, C/09/577375 / HA ZA 19-782

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-09-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/09/577375 / HA ZA 19-782
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 3 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Overheidsaansprakelijkheid. Eindvonnis. Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2021:8824

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

vonnis

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/577375 / HA ZA 19-782

Vonnis van 15 september 2021

in de zaak van

[eiser] , te [plaats] ,

eiser,

advocaat mr. S.G. Blasweiler te Ede,

tegen

DE POLITIE, te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. A.T. Bolt te Arnhem.

Partijen worden hierna [eiser] en de politie genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 14 juli 2021 en de daarin genoemde stukken (hierna: het tweede tussenvonnis);

de akte na het tweede tussenvonnis van de politie van 28 juli 2021, met producties;

de antwoordakte van [eiser] van 25 augustus 2021.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. Dit vonnis wordt bij vervroeging uitgesproken.

2. De verdere beoordeling

Naar aanleiding van het tweede tussenvonnis heeft de politie 140 bladzijden met daarin 47 registraties/mutaties overgelegd. Hiervan zien de nummers 1, 2, 25 t/m 29 en 32 t/m 47 op de voor deze zaak relevante periodes vóór 1 maart 2011 en vanaf 27 maart 2014 tot het moment van inzage. Dat zijn in totaal 71 bladzijden, die soms geheel en soms ook maar gedeeltelijk bedrukt zijn.

De rechtbank heeft deze documenten vergeleken met de eerder naar aanleiding van het tussenvonnis van 17 februari 2021 door de politie overgelegde documenten. Wat opvalt is dat bij de meest recent overgelegde documenten sprake is van dubbel opgenomen teksten en algemene gegevens, en deze bevatten geen nieuwe informatie ten opzichte van de eerder overgelegde documenten, zoals de politie ook heeft aangevoerd.

Voor zover [eiser] in zijn antwoordakte van 25 augustus 2021 heeft gesteld dat er bij de hiervoor bedoelde 71 bladzijden wel sprake is van niet eerder in het geding gebrachte politiegegevens over hem, heeft hij dat onvoldoende concreet toegelicht. Hij heeft niet gespecificeerd welke van de nieuw in het geding gebrachte stukken nieuwe informatie bevat. Dat had wel op zijn weg gelegen, nu het aan hem is om zijn stelling over de omvang van zijn dossier over de relevante periodes voldoende te onderbouwen (zie r.o. 4.6 van het tussenvonnis van 17 februari 2021).

[eiser] heeft evenmin nader onderbouwd dat er over de relevante periodes meer mutaties/registraties bij de politie over hem moeten zijn dan uit de door de politie overgelegde documenten is gebleken.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het dossier van [eiser] over de relevante periodes bestaat uit de hiervoor bedoelde 71 bladzijden. [eiser] heeft dit dossier op 15 augustus en 6 september 2017 gedurende in totaal drie uur kunnen inzien, waarbij gold dat hij aantekeningen mocht maken, maar de mutaties/registraties niet mocht overschrijven (zie r.o. 4.4. in het tussenvonnis van 17 februari 2021). Gelet op deze feiten en omstandigheden heeft de politie [eiser] voldoende tijd gegeven om gebruik te maken van zijn recht op inzage als bedoeld in artikel 25, eerste lid, eerste volzin, Wpg.

Dit alles leidt tot de slotsom dat de politie niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] . Hierop stranden de vorderingen van [eiser] .

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, inclusief de kosten van de door [eiser] opgeworpen incidenten. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van de politie op € 3.454, namelijk € 639 aan griffierecht en € 2.815 aan salaris advocaat (3 punten à € 563 in de hoofdzaak en 2 punten à € 563 in de incidenten), te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij de gebruikelijke betalingstermijn van 14 dagen zal worden gehanteerd. De rechtbank zal de nakosten begroten in overeenstemming met het daarop toepasselijke liquidatietarief.

3. De beslissing

De rechtbank

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van de politie begroot op € 3.454 aan tot op heden gemaakte proceskosten en op € 163 aan nog te maken nakosten, te vermeerderen met € 85 in geval van betekening, alle kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis, indien [eiser] voormelde kosten niet voordien heeft vergoed, tot de dag van algehele voldoening;

verklaart de veroordeling onder 3.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken door

mr. D. Nobel, rolrechter, op 15 september 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?