RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23075
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.G.A.M. Halfers),
en
Procesverloop
Verweerder heeft op 19 juni 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 17 augustus 2023 het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.
2. Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw kan de rechtbank ook zonder
toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Gelet op de
inhoud van het digitale dossier en de door partijen overgelegde stukken acht de rechtbank
zich voldoende voorgelicht om zonder zitting uitspraak te kunnen doen. In het verzoek van
eiser om een zitting ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel.
3. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
4. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 4 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9981. Vervolgens is al eerder een vervolgberoep ingesteld. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11090. In de laatstgenoemde uitspraak staat dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van het onderzoek, 20 juli 2023, rechtmatig is.
5. Eiser voert aan dat hij tijdens het vertrekgesprek van 18 juli 2023 met de Dienst Terugkeer & Vertrek heeft verklaard dat hij niet terug kan naar Nigeria, omdat hij aldaar met de dood wordt bedreigd. Eiser heeft tijdens dat gesprek meerdere malen verklaard om die reden hulp nodig te hebben. Verweerder heeft gelet op die verklaringen ten onrechte niet aan eiser gevraagd of hij opnieuw een asielaanvraag wenst in te dienen. Verweerder handelt volgens eiser hiermee in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en beginsel van fair play. Vanwege de aard van de schending voert eiser aan dat zijn bewaring, al dan niet na een belangenafweging, opgeheven dient te worden.
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de verklaringen van eiser tijdens het vertrekgesprek geen aanleiding heeft hoeven zien om aan eiser te vragen of hij een asielaanvraag wenst in te dienen, dan wel eiser in de gelegenheid te stellen een herhaalde asielaanvraag in te dienen. De rechtbank acht daarbij van belang dat deze rechtbank, zittingsplaats Groningen op 28 april 2023 uitspraak heeft gedaan in de asielprocedure van eiser. De rechtbank heeft in die uitspraak het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag ongegrond verklaard. Tijdens het vertrekgesprek is eiser hierop gewezen. Eiser heeft in reactie daarop enkel verklaard dat hij niet steeds geconfronteerd wil worden met de mededeling dat hij terug moet keren naar Nigeria. Eiser heeft tijdens dat vertrekgesprek noch in zijn reactie op het voortgangsrapport, nader toegelicht om welke reden, ofwel vanwege welke nieuwe feiten en omstandigheden, eiser opnieuw asiel zou wensen aan te vragen. De beroepsgrond van eiser slaagt daarom niet.
7. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van
de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig
moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.