RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3714
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Benayad),
en
Procesverloop
Verweerder heeft op 11 januari 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 9 februari 2023.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 23 januari 2023 van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 18 januari 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
Voortvarend handelen
3. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Eiser zit al een maand in bewaring en is nog steeds niet uitgezet. Verweerder heeft slechts één keer gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten en heeft eiser sinds de uitspraak van 23 januari 2023 slechts één keer bezocht. Eiser is daarom van mening dat de voortduring van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
4. Sinds het sluiten van het onderzoek in het vorige beroep zijn drie weken verstreken. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat sindsdien een vertrekgesprek is gevoerd met eiser op 7 februari 2023 en dat op 3 februari 2023 schriftelijk is gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten. Verweerder handelt gelet daarop voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser naar Marokko. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toetsing
5. De rechtbank ziet ten slotte ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel om het
voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding
afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.