ECLI:NL:RBDHA:2023:20310

ECLI:NL:RBDHA:2023:20310, Rechtbank Den Haag, 18-12-2023, NL23.38794

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-12-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL23.38794
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 9 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Vervolgberoep, zicht op uitzetting Gambia, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[naam eiser] , eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.38794

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

V-nummer: [V-nr.]

(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 12 oktober 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 13 december 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Gambiaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 25 oktober 2023.

4. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Er is namelijk nog geen reactie op de lp-aanvraag en er is geen informatie over het aantal afgegeven lp’s door de autoriteiten van Gambia. Ook is de lp-aanvraag ingediend voor het opleggen van de maatregel van bewaring en valt net in te zien waarom eiser de procedure voor afgifte van een lp in bewaring moet afwachten.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. In wat eiser aanvoert ziet de rechtbank nog altijd geen aanleiding voor het oordeel dat er in het algemeen geen zicht is op uitzetting naar Gambia binnen een redelijke termijn. Hierbij verwijst de rechtbank allereerst naar de uitspraak 30 oktober 2023 en de daarin genoemde Afdelingsjurisprudentie. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zicht op uitzetting in zijn geval inmiddels wel ontbreekt. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 31 oktober 2023 en de weigering om in gesprek te gaan met de Dienst Terugkeer en Vertrek op 13 november 2023 blijkt bovendien dat eiser elke medewerking aan zijn vertrek naar Gambia weigert. Dat er nog geen lp voor eiser is afgegeven komt daardoor mede voor zijn rekening.

6. Uit de uitspraak van 30 oktober 2023 volgt tevens dat er voldoende gronden zijn om de maatregel van bewaring te dragen. Dat de lp-aanvraag voor het opleggen van de maatregel is ingediend doet daar niet aan af. Voor zover eiser heeft bedoeld te betogen dat met een lichter middel dan bewaring moet worden volstaan, is dit niet onderbouwd.

7. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te beoordelen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W. Anker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?