ECLI:NL:RBDHA:2024:6843

ECLI:NL:RBDHA:2024:6843, Rechtbank Den Haag, 30-04-2024, NL24.17337

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-04-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL24.17337
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

vervolgberoep, zicht op uitzetting naar Algerije, geen identiteitsdocument, belangenafweging, ongegrond

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.17337

V-nummer: [V-nr.]

(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 28 februari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel is op 8 maart 2024 opgeheven.

Op 14 maart 2024 is opnieuw een maatregel van bewaring opgelegd op dezelfde grondslag. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Eiser heeft hierop gereageerd. De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 26 april 2024 gesloten..

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Het door de gemachtigde van eiser ingediende beroep is gericht tegen de maatregel van 28 februari 2024, die inmiddels is opgeheven. Omdat het beroep gericht is tegen het voortduren van de bewaring, begrijpt de rechtbank het beroep aldus, dat het is gericht tegen het voortduren van de maatregel van 14 maart 2024. Een andere uitlegging zou zinledig zijn en niet in het belang van eiser.

3. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

4. De maatregel van bewaring is al eerder getoetst. Uit de uitspraak van 2 april 2024 (in de zaak NL24.11395) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 27 maart 2024).

5. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is omdat verweerder niet beschikt over een (kopie van een) identiteitsdocument van eiser. De belangenafweging zou in verband hiermee in het voordeel van eiser moeten uitvallen.

6. De rechtbank overweegt dat in zijn algemeenheid zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn bestaat. Zij verwijst naar recente uitspraken waarin de feiten op dit punt door verweerder uitgebreid zijn toegelicht.

7. Voor wat betreft de belangenafweging overweegt de rechtbank dat het gevaar op onttrekking aan het toezicht gegeven is, gezien de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd en die niet zijn bestreden. De bewaring is ongeveer zes weken geleden, op 14 maart 2024, opgelegd en het onderzoek door verweerder loopt nog. In deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat het belang van verweerder bij voortduring van de bewaring groter is dan het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld.

8. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van sluiting van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtpsraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. S.S. van der Velde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?