ECLI:NL:RBDHA:2024:8034

ECLI:NL:RBDHA:2024:8034, Rechtbank Den Haag, 21-05-2024, NL24.19719

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-05-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL24.19719
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

trefwoorden: vervolgberoep, bewaring, voortvarend handelen, zicht op uitzetting Algerije, nog niet gepresenteerd, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.19719

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 28 februari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van

artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Deze maatregel is op 8 maart 2024 opgeheven.

Op 14 maart 2024 is opnieuw een maatregel van bewaring opgelegd op dezelfde grondslag.

Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 14 mei 2024 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1999 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 2 april 2024. Vervolgens is het beroep van 19 april 2024 aangemerkt als vervolgberoep gericht tegen de opgelegde maatregel van 14 maart 2024. Op dat beroep is uitspraak gedaan op 30 april 2024. Uit deze uitspraak volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 26 april 2024, rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. In februari 2024 is een aanvraag voor een laissez-passer (lp) ingediend. Uit het voortgangsrapport blijkt onvoldoende waarom er nog geen presentatie van eiser heeft plaatsgevonden, terwijl er inmiddels drie maanden zijn verstreken.

5. De rechtbank stelt vast dat uit het voortgangsrapport van verweerder volgt dat verweerder sinds de lp-aanvraag regelmatig en voor het laatst op 16 april 2024 heeft gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten en dat op 22 april 2024 met eiser een vertrekgesprek is gevoerd. Hoewel verweerder in de te beoordelen periode geen uitzettingshandelingen heeft verricht, maakt dat niet dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting, vanwege het geringe tijdsverloop sinds de laatst verrichtte uitzettingshandelingen. Verweerder mag de Algerijnse autoriteiten verder enige tijd gunnen om op de lp-aanvraag en de rapellen naar aanleiding daarvan te reageren.

6. Voor zover eiser aanvoert dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije, omdat hij nog niet is gepresenteerd aan de Algerijnse autoriteiten slaagt dat beroep niet. In zijn algemeenheid bestaat er zicht op uitzetting naar Algerije. De rechtbank wijst daarbij op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het zicht op uitzetting naar Algerije. Niet is gebleken dat dit voor eiser anders is. De enkele omstandigheid dat eiser drie maanden na de lp-aanvraag nog niet is gepresenteerd aan de Algerijnse autoriteiten, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel.

7. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.F. Bethlehem

Griffier

  • mr. S.D.C.J. Verheezen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?