Proces-verbaal van de terechtzitting met aantekening mondeling vonnis
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 14 oktober 2025.
De verklaringen van de procesdeelnemers zijn steeds zakelijk weergegeven.
Aanwezig zijn:
mr. G.P. Verbeek, politierechter,
mr. C.B. Pluim, griffier,
mr. T. Simais, officier van justitie.
De politierechter laat de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres en verblijfadres: [adres] .
is niet verschenen.
De politierechter beveelt dat tegen de niet verschenen verdachte verstek wordt verleend en dat de behandeling van de zaak zonder haar aanwezigheid wordt voortgezet.
De officier van justitie draagt de zaak voor.
De politierechter noemt de inhoud van alle stukken van het onderzoek, die van belang zijn voor de beslissingen die de politierechter moet nemen.
De politierechter bespreekt de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een uittreksel van justitiële documentatie d.d. 13 september 2025 betreffende de verdachte.
De officier van justitie voert het woord:
Het feit dat ten laste is gelegd kan wettig en overtuigend worden bewezen. Uit de getuigenverklaringen, het filmpje en de screenshot van de getuige blijkt dat de katten van de verdachte waren. De katten zijn buiten op straat aangetroffen. Op dat moment waren ze in het bezit van de verdachte. Bovendien wilde de verdachte de katten kwijt. Mijns inziens is een alternatief scenario dan ook niet aannemelijk. Het gaat om vijf katten die in drie mandjes zijn gepropt, met wat eten op de bodem. Deze katten zijn gedumpt in de bosjes. De verdachte toont geen inzicht in haar eigen gedrag en heeft tot op heden geen verantwoordelijkheid genomen.
De officier van justitie leest de vordering voor. De vordering houdt in dat de verdachte voor het ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een taakstraf van 70 uren, te vervangen door 35 dagen hechtenis, alsmede een maatregel als bedoeld in het tweede lid van artikel 8.11a Wet Dieren ten aanzien van katten voor de duur van 2 jaren.
De politierechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk uitspraak.
De politierechter spreekt het vonnis uit op de openbare terechtzitting.
Aantekening van het mondeling vonnis
De inhoud van de tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 21 augustus 2024 te Zoetermeer zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij één of meer dieren, te weten één of meerdere katten, pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat dier heeft benadeeld, door als eigenaar/houder van die katten, zich van die katten te ontdoen, door die katten in reisvervoersmanden op straat achter te laten.
Gebruikte bewijsmiddelen
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024268250, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 102).
De politierechter gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 22 augustus 2024, in zijn geheel (p. 13);
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 6 november 2024, in zijn geheel (p. 16) met bijlage;
5. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte F. van de Kreeke, opgemaakt op 23 augustus 2024, in zijn geheel (p. 18-21).
Bewijsoverweging
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de aangetroffen katten toebehoorden aan de verdachte. Tevens blijkt uit de bewijsmiddelen alsmede uit de verklaring van de getuige F. Crawford-van de Kreeke dat de lezing van de verdachte dat zij de katten aan deze getuige heeft gegeven niet geloofwaardig is.
De bewezenverklaring
De politierechter is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen.
De politierechter verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
zij op 21 augustus 2024 te Zoetermeer zonder redelijk doel, bij meer dieren, te weten meerdere katten de gezondheid en het welzijn van dat dier heeft benadeeld, door als eigenaar van die katten, zich van die katten te ontdoen, door die katten in reisvervoersmanden op straat achter te laten.
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.
De strafoplegging
De politierechter houdt bij het bepalen van een straf rekening met de ernst van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder dat feit is gepleegd. Ook kijkt de politierechter naar het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden.
In deze zaak overweegt de politierechter het volgende.
De verdachte heeft zich op 21 augustus 2024 schuldig gemaakt aan het benadelen van de gezondheid en het welzijn van vijf katten door die katten in reisvervoersmanden op straat achter te laten. Verdachte is als houder van de katten verantwoordelijk voor de verzorging van deze dieren. Doordat de verdachte deze katten op straat heeft achtergelaten is de verdachte ernstig tekort geschoten in de verzorging van de van haar afhankelijke dieren. Dit rekent de politierechter verdachte aan.
De politierechter heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 september 2025. De verdachte heeft zich niet eerder schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk strafbaar feit.
De politierechter heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij wat in vergelijkbare gevallen doorgaans wordt opgelegd.
Alles overwegende zal de politierechter aan de verdachte opleggen een taakstraf van 70 uren te vervangen door 35 dagen hechtenis, alsmede een maatregel als bedoeld in het tweede lid van artikel 8.11a Wet Dieren ten aanzien van katten voor de duur van 2 jaren.
Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de politierechter geen aanleiding.
De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen:
9, 22c, 22d Wetboek van Strafrecht
Wet dieren
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
Beslissing
De politierechter:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven omschreven, en dat het bewezenverklaarde oplevert:
ten aanzien van feit 1:
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.1, eerste lid, van de Wet dieren;
verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een taakstraf voor de tijd van 70 (zeventig) uren;
beveelt, als de taakstraf niet (goed) wordt verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 35 (vijfendertig) dagen;
veroordeelt de verdachte verder tot:
een maatregel als bedoeld in het tweede lid van artikel 8.11a Wet Dieren;
beveelt dat de veroordeelde geen katten zal houden, voor de duur van 2 jaren.
deelt mede dat de verdachte binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en dat de verdachte het recht heeft om op de terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.
Dit procesverbaal is door de politierechter en de griffier vastgesteld en ondertekend.