ECLI:NL:RBDHA:2025:5889

ECLI:NL:RBDHA:2025:5889, Rechtbank Den Haag, 09-04-2025, NL24.50273

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-04-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL24.50273
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 BWBR0012002

Samenvatting

Asiel. Beroep gegrond omdat de aanwijzing van Tunesië als veilig land van herkomst niet daadkrachtig is gemotiveerd. De rechtbank acht de overwegingen uit het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024 ook van belang voor de beantwoording van de vraag of de minister een land als veilig land van herkomst kan aanwijzen als daarbij bepaalde groepen worden uitgezonderd. De rechtbank overweegt dat in artikel 37 en bijlage I van de Procedurerichtlijn geen aanknopingspunt is te vinden dat een land als veilig land van herkomst kan worden aangewezen als dat niet voor de gehele bevolking geldt. Er kan dan namelijk niet worden gezegd dat in het land algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging.

Uitspraak

Procedurerichtlijn 2005/85/EU

Artikel 30

1. Onverminderd artikel 29 kunnen de lidstaten voor de behandeling van asielverzoeken wetgeving handhaven of invoeren met het oog op de nationale aanmerking, overeenkomstig bijlage II, van andere derde landen dan de landen die op de gemeenschappelijke minimumlijst zijn opgenomen als veilige landen van herkomst. Dat kan inhouden dat een deel van een land als veilig wordt aangemerkt indien de voorwaarden van bijlage II voor dat deel zijn vervuld.

(…)

3. De lidstaten kunnen tevens wetgeving die op 1 december 2005 van kracht is, handhaven voor de nationale aanmerking van een deel van een land als veilig of een land of een deel van een land als veilig voor een specifieke groep van personen in dat land, indien de in lid 2 genoemde voorwaarden voor dat deel of die groep zijn vervuld.

Procedurerichtlijn 2013/32/EU

Artikel 36

1. Een derde land dat op grond van deze richtlijn als veilig land van herkomst is aangemerkt, kan voor een bepaalde verzoeker, nadat zijn verzoek afzonderlijk is behandeld, alleen als veilig land van herkomst worden beschouwd wanneer:

a. a) hij de nationaliteit van dat land heeft, of

b) hij staatloos is en voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats had,

en wanneer hij geen substantiële redenen heeft opgegeven om het land in zijn specifieke omstandigheden niet als een veilig land van herkomst te beschouwen ten aanzien van de vraag of hij voor erkenning als persoon die internationale bescherming geniet in aanmerking komt overeenkomstig Richtlijn 2011/95/EU.

Artikel 37

1. De lidstaten kunnen voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming wetgeving handhaven of invoeren met het oog op de nationale aanmerking, overeenkomstig bijlage I, van veilige landen van herkomst.

2. De lidstaten onderzoeken de situatie in derde landen die overeenkomstig dit artikel als veilige landen van herkomst zijn aangemerkt, regelmatig opnieuw.

3. De beoordeling of een land een veilig land van herkomst is overeenkomstig dit artikel dient te stoelen op een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten, het EASO, de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.

4. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de landen die overeenkomstig dit artikel als veilige landen van herkomst worden aangemerkt.

Bijlage I

Aanmerking van veilige landen van herkomst voor de toepassing van artikel 37, lid 1

Een land wordt als veilig land van herkomst beschouwd wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2011/95/EU, noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict.

Bij deze beoordeling wordt onder meer rekening gehouden met de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging of mishandeling door middel van:

a. a) de desbetreffende wetten en andere voorschriften van het betrokken land en de wijze waarop die worden toegepast;

b) de naleving van de rechten en vrijheden die zijn neergelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en/of het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en/of het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering, in het bijzonder de rechten waarop geen afwijkingen uit hoofde van artikel 15, lid 2, van voornoemd Europees Verdrag zijn toegestaan;

c) de naleving van het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Verdrag van Genève;

d) het beschikbaar zijn van een systeem van daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen schendingen van voornoemde rechten en vrijheden.NL 29.6.2013 Publicatieblad van de Europese Unie L 180/87

Vreemdelingencirculaire

Paragraaf C2/7.2 (voor zover van belang)

(…)

De IND verklaart een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder b, Vw, wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende land van herkomst in zijn specifieke geval niet veilig is. In plaats daarvan beoordeelt de IND op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming.

Bij de beoordeling of het land van herkomst in het geval van de vreemdeling als veilig kan worden aangemerkt, geldt een gedeelde bewijslast tussen de IND en de vreemdeling. Dit betekent dat:

• de IND onderzoekt of het land van herkomst van de vreemdeling in het algemeen als veilig kan worden aangemerkt, waarbij de laatst verrichte (her)beoordeling in beginsel als maatgevend wordt aangemerkt; en

• de vreemdeling moet onderbouwen dat zijn land van herkomst in zijn geval niet als veilig kan worden aangemerkt.

Paragraaf C7/1.2 Veilige landen van herkomst

(…)

Tunesië

Bijzonderheden en/of uitzonderingen:

De aanwijzing van dit land als veilig land van herkomst geldt niet ten aanzien van:

• LHBTIQ+;

• personen die aannemelijk kunnen maken dat ze een zogenoemde S17-maatregel op hun naam hebben staan;

• journalisten, activisten en politiek opponenten, die kritiek uitten op de president en/of regering;

• personen die te maken krijgen met (strafrechtelijke) vervolging, en die concreet aannemelijk kunnen maken dat de in Tunesië bestaande wettelijke waarborgen tegen schendingen van de rechten en vrijheden in hun individuele geval niet worden geboden.

Voorschrift Vreemdelingen

Artikel 3.37f (voor zover van belang)

3. Met inachtneming van het eerste en het tweede lid zijn als veilige landen van herkomst als bedoeld in artikel 3.105ba, eerste lid, van het Besluit aangewezen de landen die zijn opgenomen in bijlage 13 bij deze regeling.

4. Een land kan als veilig land van herkomst worden aangewezen met een uitzondering voor:

a. één of meer groepen;

b. een deel van het grondgebied.

Bijlage 13 (voor zover van belang)

(…)

Tunesië

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.J. van der Veen

Griffier

  • mr. V. Vegter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?