ECLI:NL:RBDHA:2025:6143

ECLI:NL:RBDHA:2025:6143, Rechtbank Den Haag, 14-04-2025, 25/1543

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 25/1543
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 1 zaken
30 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0005555 BWBR0006589 BWBR0012002 BWBR0012289 BWBR0018715 BWBR0021328 BWBR0024956 BWBR0024991 BWBR0028148 BWBR0030250 BWBR0031615 BWBR0032413 BWBR0035474 BWBR0037432 BWBR0037454 BWBR0037457 BWBR0037950 BWBR0038832 BWBR0041109 BWBR0041748 BWBR0041776 BWBR0041941 BWBR0043660 BWBR0043738 BWBR0044478 BWBR0045964 BWBR0046491 BWBR0046622 BWBR0046803

Samenvatting

geen connex beroep

Uitspraak

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 april 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [vnummer]

(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 23 december 2024 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft op 4 maart 2025 beslist op het bezwaarschrift.

Verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het besluit op het bezwaar tegen dat besluit. Tegen dat laatste besluit loopt geen beroepsprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?