ECLI:NL:RBLIM:2022:10699

ECLI:NL:RBLIM:2022:10699

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 08-08-2022
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer C/03/278317 / FA RK 20-1896
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Maastricht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2026:3495

Samenvatting

Benoeming NIFP in verband met ouderschap en zorgregeling

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 8 augustus 2022

Zaaknummer: C/03/278317 / FA RK 20-1896

De meervoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:

[de moeder] ,

verzoekster, hierna te noemen: de moeder,

wonend op een binnen het arrondissement van de rechtbank gelegen geheim adres,

advocaat: mr. C.L.J.M. Wilhelmus, gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

en:

[de vader] ,

wederpartij, hierna te noemen: de vader,

wonend op een binnen het arrondissement van de rechtbank gelegen geheim adres,

advocaat: mr. W.H.P. de Jongh, gevestigd te Roosendaal.

De rechtbank merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,

hierna te noemen de GI,

gevestigd te Roermond.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in deze zaak betrokken:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg, locatie Maastricht, hierna te noemen: de raad.

Wederom gezien de stukken, waaronder ook de door deze rechtbank gegeven en op

21 februari 2022 uitgesproken beschikking.

1. Het verder verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

de brief van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (verder te noemen: NIFP) van 22 april 2022;

de e-mail van het NIFP van 9 mei 2022;

de brief van de rechtbank aan partijen van 16 mei 2022;

het F9-formulier van de moeder van 23 mei 2022;

de brief van het NIFP van 19 mei 2022, ingekomen op 23 mei 2022;

het F9-formulier van de vader van 30 mei 2022;

de brief met bijlagen van het NIFP van 24 mei 2022, ingekomen op 31 mei 2022;

het F9-formulier van de moeder van 2 juni 2022;

de brief van de rechtbank aan partijen van 9 juni 2022;

de brief van de moeder van 22 juni 2022;

de e-mail van de vader van 19 juli 2022.

2. De verdere beoordeling

Bij beschikking van 21 februari 2022 heeft de rechtbank het NIFP verzocht een onafhankelijke deskundige voor te dragen voor het verrichten van een onderzoek ter beantwoording van de in voornoemde beschikking geformuleerde vragen.

Het NIFP heeft bij brief van 19 mei 2022 mevrouw drs. S. Labrijn, GZ-psycholoog en de heer drs. R. Arends, GZ-psycholoog/kinder- en jeugdpsycholoog voorgedragen.

Geen van de partijen heeft bezwaar gemaakt tegen de voorgedragen deskundigen, de geformuleerde onderzoeksvragen en de verstrekking van het procesdossier en de contactgegevens van de ouders aan de deskundigen. Het NIFP heeft geen nadere of andere onderzoeksvragen voorgesteld. De partijen hebben ook geen bezwaar gemaakt tegen de kostenbegroting door de deskundigen, met dien verstande dat beide partijen hebben meegedeeld dat zij niet in staat zijn de kosten te voldoen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank overgaan tot de benoeming van mevrouw drs. S. Labrijn en de heer drs. R. Arends tot deskundigen. Het uitgangspunt van het onderzoek door de deskundigen dient te zijn de beantwoording van de door de rechtbank in de beschikking van 21 februari 2022 onder rechtsoverweging 5.2.16. geformuleerde onderzoeksvragen.

De griffier zal een afschrift van het procesdossier, alsmede de contactgegevens van partijen aan de deskundigen doen toekomen. De rechtbank wijst de deskundigen er verder op dat zij voor aanvang van het onderzoek dienen kennis te nemen van de “Leidraad deskundigen in civiele zaken” (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgewenst op te vragen bij de griffie).

De rechtbank wijst partijen erop dat zij krachtens het bepaalde in artikel 198, lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verplicht zijn mee te werken aan het deskundigenonderzoek. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht.

Voorts overweegt de rechtbank dat uit het deskundigenbericht moet blijken dat partijen en de belanghebbenden (de ouders en de raad) door de deskundigen in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen over het concept-rapport te maken, met vermelding van die opmerkingen. Daarbij dienen de deskundigen in hun definitieve deskundigenbericht op die opmerkingen gemotiveerd in te gaan en aan te geven of en in hoeverre die tot wijziging van hun antwoorden op de vragen leidt en waarom. Indien de deskundigen voor het onderzoek gebruik maken van informatie van derden, dienen zij daarvan melding te maken in het deskundigenbericht.

Ingevolge de overgelegde offertes zullen de voorschotten worden bepaald op

€ 7.613,12 (exclusief BTW en reiskostenvergoeding) ten behoeve van mevrouw drs. S. Labrijn en op € 7.201,60 (exclusief BTW en reiskostenvergoeding) ten behoeve van de heer drs. R. Arends. Indien de deskundigen voorzien dat de kosten hoger zullen uitvallen, dient daartoe vooraf, met begroting van de meerkosten, schriftelijk toestemming van de rechtbank te worden verkregen.

In de eindbeschikking zal een definitieve beslissing worden genomen over de betaling van voormelde kosten. Deze kosten komen in beginsel ten laste van ’s Rijks kas, welk beginsel uitzonderingen kent. Een uitzondering kan door de rechtbank worden gemaakt indien een van partijen geplande afspraken met de deskundige niet tijdig afzeggen, waardoor nodeloos kosten worden veroorzaakt, of wanneer zij anderszins niet de benodigde medewerking aan het deskundigenonderzoek verlenen.

Na ontvangst van het deskundigenbericht zal de rechtbank dit bericht laten toekomen aan partijen en de belanghebbenden (de ouders en de raad), waarna zij de gelegenheid krijgen om binnen twee weken op het deskundigenrapport te reageren, alsmede zich uit te laten over de door hen gewenste voortgang van de procedure. Indien zij een voortzetting van de mondelinge behandeling noodzakelijk achten, dienen zij dit te motiveren. Daarna zal de rechtbank partijen informeren over de verdere voortgang van de procedure.

In afwachting van het deskundigenbericht en de reacties van de ouders en de raad zal iedere verdere beslissing worden aangehouden voor de duur van vijf maanden (pro forma).

3. Beslissing

De rechtbank:

benoemt tot deskundigen mevrouw drs. S. Labrijn en de heer drs. R. Arends, domicilie kiezend te ’s-Hertogenbosch ten kantore van het NIFP;

wijst de deskundigen er op dat voor aanvang van het onderzoek de deskundigen kennis dienen te nemen van de “Leidraad deskundigen in civiele zaken”;

verzoekt de deskundigen een onderzoek in te stellen en een deskundigenbericht uit te brengen met betrekking tot de volgende vragen:

1. Hoe is de persoonlijkheid en het functioneren van de ouders te beschrijven?

- op basis van klinische impressies;

- op basis van psychologisch testonderzoek.

2. Hoe kan het verstandelijke vermogen van de ouders beschreven worden?

- op basis van klinische impressies;

- op basis van psychologisch testonderzoek.

3. Zijn er aanwijzingen voor een psychiatrische stoornis die een onderzoek door een psychiater noodzakelijk maakt om de verdere vraagstelling te kunnen beantwoorden?

4. Hoe is de relatie tussen de ouders op ouderniveau? Is er een herkenbaar patroon in de wijze waarop zij met elkaar omgaan/omgingen? Welke belemmeringen worden hierbij geconstateerd en welke mogelijkheden zijn er om tot een verbetering daarvan te komen?

5. Zijn er (contra)-indicaties voor opvoeding en verzorging van de kinderen in de thuissituatie bij de vader en/of de moeder, mede gelet op eventuele psychische en/of psychiatrische problematiek bij de vader en/of de moeder en/of kinderen?

6. Wat is er te zeggen over de relatie tussen de vader en de kinderen - op basis van klinische impressie - eventueel op basis van de observaties tijdens de interactieobservaties?

In hoeverre werken eventuele psychiatrische dan wel psychische problemen belemmerend in het pedagogisch en affectief handelen van de vader ten opzichte van de kinderen en in zijn mogelijkheden om mee te werken aan contact tussen moeder en de kinderen dan wel de kinderen te stimuleren in het contact met hun moeder?

7. Wat zijn de ontwikkelingsbehoeftes van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?

8. Zijn er mogelijkheden tot contact herstel en indien ja, is hulpverlening dan aangewezen? Zo ja, voor wie, in welke vorm, waar dient deze op gericht te zijn? Is er daarbij nog verschil te maken tussen de kinderen onderling?

9. In hoeverre kunnen de vader en de moeder een zorgregeling met de kinderen vormgeven en hanteren? Zijn er in dat verband contra-indicaties en verschilt dit per kind?

10. In hoeverre kunnen de vader en de moeder de kinderen ondersteunen in de zorgregeling met de andere ouder? Is hulpverlening hierbij aangewezen?

11. Wat zijn (contra)indicaties op het gebied van hulpverlening, begeleiding en behandeling? - indien er indicaties zijn voor hulpverlening, begeleiding en behandeling: aan welke vorm wordt hierbij gedacht?

- op wie zou deze hulpverlening, begeleiding en behandeling gericht moeten zijn?

- wat zou de doelstelling van deze hulpverlening, begeleiding en behandeling moeten zijn?

- in hoeverre zijn de ouders in staat en bereid van hulpverlening te profiteren?

12. In hoeverre behoort parallel ouderschap tot de mogelijkheden?

13. Wat moet er gebeuren om de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen op te heffen?

14. In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van de kinderen en/of bij eventueel te nemen beslissingen?

bepaalt dat uit het deskundigenbericht moet blijken dat partijen door de deskundigen in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen over het rapport te maken, met vermelding van de inhoud van de eventueel gemaakte opmerkingen én de gemotiveerde reactie daarop van de deskundigen;

verzoekt de deskundigen uiterlijk binnen vijf maanden na aanvang van het onderzoek een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te dienen bij de rechtbank;

begroot het voorschot ter zake van de kosten van de deskundigen conform de uitgebrachte offertes op € 7.613,12 (exclusief BTW en reiskostenvergoeding) ten behoeve van mevrouw drs. S. Labrijn en op € 7.201,60 (exclusief BTW en reiskostenvergoeding) ten behoeve van de heer drs. R. Arends, en bepaalt dat deze kosten door de Staat worden voorgeschoten;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking, een afschrift van het procesdossier en de contactgegevens van de ouders aan de deskundigen zal toezenden;

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen dienen te verstrekken indien de deskundigen daarom vragen, de deskundigen toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek. Indien de deskundigen voor het onderzoek gebruik maken van informatie van derden, dienen zij daarvan eveneens melding te maken in het deskundigenbericht;

stelt de ouders en de raad op voorhand in de gelegenheid om binnen twee weken na het beschikbaar komen van het deskundigenbericht hierop te reageren en zich uit te laten over de door hen gewenste voortgang van de procedure. Daarna zal de rechtbank partijen informeren over de verdere voortgang van de procedure;

houdt iedere verdere beslissing aan, pro forma, voor de duur van vijf maanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.M. van Uum, voorzitter, mr. W.Th.M. Raab en mr. L.N. Geerman, allen kinderrechters, in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.A.W. Graus, griffier op 8 augustus 2022.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A.M. van Uum

Griffier

  • mr. M.A.W. Graus

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?