ECLI:NL:RBLIM:2023:7697

ECLI:NL:RBLIM:2023:7697

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 31-10-2023
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer C/03/278317 / FA RK 20-1896
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Maastricht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2026:3495

Samenvatting

Tussenbeschikking. Uitlaten over gevolgen gebruik blokkeringsrecht.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 31 oktober 2023

Zaaknummer: C/03/278317 / FA RK 20-1896

De meervoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:

[de moeder] ,

verzoekster, hierna te noemen: de moeder,

wonend op een binnen het arrondissement van de rechtbank gelegen geheim adres,

advocaat: mr. C.L.J.M. Wilhelmus, gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

en:

[de vader] ,

wederpartij, hierna te noemen: de vader,

wonend op een binnen het arrondissement van de rechtbank gelegen geheim adres,

advocaat: mr. W.H.P. de Jongh, gevestigd te Roosendaal.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in deze zaak betrokken:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg, locatie Maastricht, hierna te noemen: de raad.

Wederom gezien de stukken, waaronder ook de door deze rechtbank gegeven en op

8 augustus 2022 uitgesproken beschikking.

1. Het verdere verloop van de procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

het e-mailbericht van het NIFP van 14 juli 2023;

het e-mailbericht van de griffier van de rechtbank aan het NIFP van 25 juli 2023;

het F9-formulier van de vader van 29 september 2023;

de brief van de deskundigen van 25 september 2023 met als bijlagen de facturen van de deskundigen, ingekomen bij de rechtbank op 2 oktober 2023;

het e-mailbericht van de griffier van de rechtbank aan partijen van 10 oktober 2023.

2. De verdere beoordeling

Bij beschikking van 8 augustus 2022 heeft de rechtbank mevrouw drs. S. Labrijn en de heer drs. R. Arends, domicilie kiezend te ’s-Hertogenbosch ten kantore van het NIFP, benoemd tot deskundigen. De deskundigen zijn door de rechtbank verzocht onderzoek te doen en een deskundigenbericht uit te brengen over de onder 3.3. in de beschikking van 8 augustus 2022 gestelde vragen.

Bij e-mail van 14 juli 2023 hebben de deskundigen de rechtbank bericht dat de onderzoeken zijn afgerond en besproken zijn met – zo begrijpt de rechtbank – partijen. Partijen hebben vervolgens van de deskundigen een termijn gekregen om te reageren op de conceptrapportages, welke termijn is verlengd. De advocaat van de vader heeft de deskundigen vervolgens bericht dat de vader alsook de kinderen – zo begrijpt de rechtbank – gebruik wilden maken van het blokkeringsrecht. De deskundigen kunnen het rapport ten aanzien van de vader dan ook niet toesturen, tenzij de rechtbank dit zou vorderen, aldus de deskundigen. De deskundigen vragen de rechtbank of zij hiertoe zal beslissen.

De rechtbank heeft de deskundigen vervolgens, voor het geval de vader daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van het blokkeringsrecht, verwezen naar onderdeel 11.5 van de “Leidraad deskundigen in civiele zaken” voor de te volgen werkwijze.

Bij brief van 25 september 2023 (ingekomen bij de rechtbank op 2 oktober 2023) berichten de deskundigen dat het onderzoek naar de moeder afgerond is en dat zij instemt met het versturen van het rapport naar de rechtbank. Ook de onderzoeken naar de vader en de kinderen zijn afgerond. De vader en de kinderen hebben de deskundigen gevraagd slechts een zeer beperkt deel van de rapporten naar de rechtbank te versturen en dat zij de overige delen willen blokkeren. De deskundigen hebben de advocaat van de vader laten weten dat zij dit verzoek niet kunnen honoreren, zodat zij het verzoek van de vader en de kinderen als een verzoek tot blokkering (van het rapport) beschouwen. In de brief van de deskundigen staat verder dat zij het rapport van de moeder als bijlage meesturen naar de rechtbank. Verder worden de facturen van de deskundigen als bijlage meegestuurd.

De rechtbank heeft vooralsnog geen kennisgenomen van het rapport van de moeder en dit document buiten het dossier gelaten.

In de beschikking van 8 augustus 2022 zijn de deskundigen erop gewezen dat zij kennis dienen te nemen van de “Leidraad deskundigen in civiele zaken” (verder te noemen: de Leidraad). In de Leidraad staat onder 11.5.1. beschreven wanneer het inzage- en blokkeringsrecht in acht genomen moet worden. Onder 11.5.2. van de Leidraad staat vervolgens de strekking van onder meer het blokkeringsrecht beschreven. Hier staat onder meer beschreven dat indien het rapport wordt geblokkeerd, de werkzaamheden van de deskundige eindigen en dat de partij die blokkeert in strijd handelt met haar verplichting mee te werken aan het deskundigenonderzoek. De rechter kan aan de blokkering de gevolgen verbinden die hem geraden voorkomen. Voordat de rechter over de gevolgen beslist, krijgen partijen van de rechter gelegenheid te reageren. Onder 11.5.3 staat vervolgens de werkwijze bij toepassing van het inzage- en blokkeringsrecht beschreven. Hieruit volgt dat de deskundige het gehele onderzoek verricht en het rapport schrijft (punt 111). Indien de betrokkene het rapport blokkeert eindigen de werkzaamheden van de deskundige en stuurt deze een bericht aan de contactpersoon dat het rapport is geblokkeerd onder bijvoeging van de eindnota van de deskundige (punt 115).

De door de rechtbank bij beschikking van 8 augustus 2022 onder 3.3. gestelde vragen hebben betrekking op (het functioneren van) beide ouders en de kinderen.

De deskundigen hebben de rechtbank bij brief van 25 september 2023 bericht dat de vader gebruik heeft gemaakt van het blokkeringsrecht. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.

Voor zover de vader gebruik heeft gemaakt van het blokkeringsrecht, zoals de deskundigen hebben verklaard, is, naar het (voorlopig) oordeel van de rechtbank, het gevolg hiervan dat het volledige rapport (met de beantwoording van alle door de rechtbank gestelde vragen) wordt geblokkeerd, zodat ook niet een deel van het rapport aan de rechtbank verstuurd diende te worden. Gelet hierop heeft de rechtbank – vooralsnog – geen kennisgenomen van dit deelrapport. De rechtbank is – vooralsnog – van oordeel dat zij hier ook geen kennis van kan nemen, nu het een deel van een rapport van de deskundigen betreft met een gedeeltelijke beantwoording van de door de rechtbank gestelde vragen, namelijk voor zover de vragen alleen zien op de moeder, waarbij de gestelde vragen die zien op de vader en de kinderen kennelijk onbeantwoord zijn gebleven, of in ieder geval niet ter kennis van de rechtbank kunnen komen. De rechtbank is dan ook voornemens om dat deelrapport ongelezen aan de deskundigen te retourneren.

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich schriftelijk uit te laten over het hierboven weergegeven voorlopig oordeel van de rechtbank.

De deskundigen hebben op grond van artikel 199 lid 1 Rv, voor zover relevant, recht op schadeloosstelling en op loon, door de rechter te begroten. De deskundigen hebben beiden hun eindnota’s aan de rechtbank verstuurd. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om zich uit te laten over deze eindnota’s alvorens de kosten van de deskundigen (schadeloosstelling en loon) te begroten.

De rechtbank heeft partijen bij beschikking van 8 augustus 2022 onder rechtsoverweging 2.6. erop gewezen dat zij krachtens het bepaalde in artikel 198, lid 3 Rv verplicht zijn mee te werken aan het deskundigenonderzoek en dat indien aan deze verplichting niet wordt voldaan, de rechtbank daaruit de gevolgtrekking kan maken die zij geraden acht. Dit volgt ook uit de Leidraad, zoals hierboven weergegeven.

De Hoge Raad heeft bij uitspraak van 26 maart 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO1330, zie ook NJ 2009/340) onder 4.4 geoordeeld dat van een niet voldoen aan de verplichting conform artikel 198 Rv sprake is indien een partij met een beroep op het blokkeringsrecht heeft verhinderd dat van het deskundigenbericht mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en de rechter.

In onderhavige zaak zou dit betekenen dat voor zover de vader gebruik heeft gemaakt van het blokkeringsrecht, waardoor de rechtbank (alsmede de moeder en de raad) geen kennis hebben kunnen nemen van het deskundigenrapport met de volledige beantwoording van alle in de beschikking van 8 augustus 2022 gestelde vragen, de vader niet (voldoende) heeft meegewerkt aan het deskundigenonderzoek. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de vragen of de rechtbank, volgens partijen, aan het (mogelijk) niet meewerken van de vader een gevolgtrekking zou moeten maken en zo ja, welke gevolgtrekking dat, volgens partijen, zou moeten/kunnen zijn.

De rechtbank heeft in de beschikking van 8 augustus 2022 reeds onder 2.10. overwogen dat partijen zich na het deskundigenonderzoek kunnen uitlaten over de door hen gewenste voortgang van de procedure.

De rechtbank zal partijen, gelet op het bovenstaande, in de gelegenheid stellen zich binnen vier weken na deze beschikking uit te laten over de diverse, hieronder in het dictum benoemde, onderdelen. Daarna zal de rechtbank partijen informeren over de verdere voortgang van de procedure.

3. Beslissing

De rechtbank:

stelt de ouders in de gelegenheid om zich binnen vier weken na deze beschikking uit te laten over:

de brief van 25 september 2023 van de deskundigen en de daarbij horende eindnota’s van de deskundigen;

de vraag wat er volgens partijen dient te gebeuren met het rapport dat ziet op de moeder, gelet op rechtsoverweging 2.9.;

de vraag of de vader zich op zijn blokkaderecht heeft beroepen alsmede dat van de kinderen en zo ja, of, en zo ja, en welke gevolgtrekkingen de rechtbank daaraan zou moeten verbinden volgens partijen;

de vraag wat een en ander betekent voor de voorliggende verzoeken;

de door hen gewenste voortgang van de procedure;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.M. van Uum, voorzitter, mr. W.Th.M. Raab en mr. L.N. Geerman, allen kinderrechters, in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 31 oktober 2023.

mg

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A.M. van Uum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?