ECLI:NL:RBLIM:2024:9462

ECLI:NL:RBLIM:2024:9462, Rechtbank Limburg, 16-12-2024, C/03/336064 / KG ZA 24-402

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 16-12-2024
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer C/03/336064 / KG ZA 24-402
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Roermond
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2025:1486

Samenvatting

Opzegging sponsorovereenkomst tussen bandenleverancier en race-organisator door de laatste. De bandenleverancier vordert in kort geding voortzetting van de contractuele relatie. De gevorderde voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat (a) voor vaststelling van de inhoud van de overeenkomst nadere bewijslevering nodig zou zijn, (b) toewijzing zou leiden tot organisatorische problemen vanwege het onwenselijk laat aanbrengen van het kort geding, (c) toewijzing zou raken aan de positie van een contractueel betrokken derde partij die niet in de procedure is betrokken en (d) aannemelijk is dat toewijzing zou leiden tot grote praktische en financiële gevolgen voor zowel gedaagde als feitelijk bij de races betrokken derden.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: C/03/336064 / KG ZA 24-402

Vonnis in kort geding van 16 december 2024

in de zaak van

HANKOOK TIRE AND TECHNOLOGY CO. LTD.,

te Zuid-Korea,

eisende partij,

hierna te noemen: Hankook,

advocaten: mr. A.W.P. Marsman, mr. A. Crisan en mr. H.J. van der Post,

tegen

1. CREVENTIC B.V.,

te Gennep, Nederland,

hierna te noemen: Creventic BV,

2. CREVENTIC INTERNATIONAL DWC-LLC,

te Verenigde Arabische Emiraten,

hierna te noemen: Creventic International,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Creventic,

advocaten: mr. P.G.M. Brouwer en mr. O.Y. Vrijhoef.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 38- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 34- de mondelinge behandeling van 25 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van Hankook- de pleitnota van Creventic.

2. De feiten

Hankook is een rechtspersoon naar het recht van Zuid-Korea. Hankook is bandenproducent.

Creventic is organisator van autoraces, waaronder de 24H Series. Creventic BV – een vennootschap naar Nederlands recht - richt zich daarbij op races binnen Europa en Creventic International – een rechtspersoon naar het recht van de VAE - op races buiten Europa, met name in het Midden-Oosten.

Hankook heeft gedurende een reeks jaren de races van Creventic gesponsord. In dat kader hebben partijen meerdere sponsorovereenkomsten gesloten. Er is sprake van te onderscheiden overeenkomsten, namelijk in de verhouding Hankook en Creventic BV en in de verhouding Hankook en Creventic International.

Op 15 april 2024 heeft Creventic aan Hankook een opzeggingsbrief gestuurd strekkende tot beëindiging van de tussen Creventic en Hankook bestaande samenwerking/sponsorrelatie. Deze opzeggingsbrief geldt volgens Creventic zowel in de verhouding van Hankook met Creventic BV als Hankook met Creventic International.

Creventic heeft vervolgens persberichten uitgebracht waarin is opgenomen dat Michelin de nieuwe bandenleverancier en hoofdsponsor is voor het seizoen 2025.

3. Het geschil

Hankook vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de voorzieningenrechter:

( a) Creventic gebiedt om haar verplichtingen uit hoofde van de Sponsorovereenkomsten na te komen binnen 2 werkdagen na het vonnis, waaronder;

(i) dat Creventic de naam Hankook (met uitsluiting van elke andere naam) opneemt als onderdeel van de titel van de races die zijn opgenomen in de Sponsorovereenkomsten voor het Seizoen 2025 overeenkomstig artikel 2.1. Sponsorovereenkomsten;

(ii) dat Creventic voldoet aan artikel 7.9 Sponsorovereenkomsten (betrekking hebbend op persberichten);

(iii) dat Creventic voldoet aan het voorkeursrecht krachtens artikel 5.2 Sponsorovereenkomsten door Hankook de mogelijkheid te bieden de Sponsorovereenkomsten vóór 30 juni 2025 te verlengen onder dezelfde voorwaarden als die welke aan of van derden, waaronder Michelin, zijn aangeboden of aanvaard; en

( b) Creventic gebiedt een rectificatie uit te brengen bestaande uit een gecorrigeerd persbericht waarin staat dat Hankook de officiële titelsponsor en exclusieve bandenleverancier blijft voor het seizoen 2025; en

( c) Bepaalt dat de veroordelingen onder (a) en/of (b) dienen te worden nagekomen op verbeurte van een dwangsom van EUR 500.000 voor iedere overtreding van dit gebod, te vermeerderen met een dwangsom van EUR 10.000 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat deze overtreding voortduurt, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom; en

( d) Creventic B.V. en Creventic International hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding, alsmede in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betrekking), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van de uitspraak des de ene gedaagde betalende, de andere gedaagde zal zijn bevrijd.

Hankook legt aan haar vordering ten grondslag dat voor zowel Creventic BV als Creventic International vrijwel dezelfde sponsorovereenkomsten gelden. Zij voert aan dat deze sponsorovereenkomsten niet rechtsgeldig zijn opgezegd en Creventic in strijd daarmee handelt.

Creventic voert aan dat Hankook geen spoedeisend belang heeft, dat de vorderingen in de praktijk niet uitvoerbaar zijn en de (financiële) genadeklap voor Creventic dreigen te zijn. Zij voert bovendien aan dat de rechtsbetrekkingen middels een opzeggingsbrief zijn beëindigd en zij niet in strijd met enige overeenkomst heeft gehandeld.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Nederlandse voorzieningenrechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing

Hankook is gevestigd in Zuid-Korea en Creventic in de Verenigde Arabische Emiraten. Hierdoor heeft de zaak een internationaal karakter en dient de voorzieningenrechter eerst te beoordelen of hij rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is. Partijen hebben desgevraagd ter zitting aangegeven dat tussen hen niet in geschil is dat tussen partijen is overeengekomen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat het Nederlands recht van toepassing is.

Ten aanzien van de verhouding tussen Hankook en Creventic BV dient de voorzieningenrechter de bevoegdheidsvraag ambtshalve te toetsen. Zowel de forumkeuze als de rechtskeuze doorstaan deze toetsing, omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat hij rechtsmacht heeft op grond van artikel 25 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de herschikte EEX-Vo) en het Nederlands recht van toepassing is gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

Ten aanzien van de verhouding tussen Hankook en Creventic International volstaat de voorzieningenrechter met de constatering dat tussen partijen vaststaat dat tussen hen een forumkeuze- en een rechtskeuzebeding bestaat.

Lezing van de vordering

In de formulering van het petitum is geschreven “Creventic” en wordt bijvoorbeeld bij het onder a. gevorderde geschreven “de Sponsorovereenkomsten” (in meervoud). Hankook heeft in haar stellingen evenwel aangevoerd dat er sprake is van twee te onderscheiden overeenkomsten, te weten een overeenkomst tussen Hankook en Creventic BV en een overeenkomst tussen Hankook en Creventic International. Ter zitting heeft Hankook desgevraagd verklaard dat het petitum zo moet worden gelezen dat er sprake is van twee separate vorderingen tegen de respectieve gedaagden, welke separate vorderingen elk afzonderlijk zijn gebaseerd op de met de betrokken gedaagde gesloten overeenkomst. Creventic heeft daarop verklaard dat zij de vorderingen ook zo heeft begrepen. De voorzieningenrechter zal het gevorderde dienovereenkomstig lezen.

Beoordeling van de vordering

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of Hankook ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft ex artikel 254 Rv. Hierbij dient de voorzieningenrechter een afweging te maken van de wederzijdse belangen van partijen bij de af- dan wel toewijzing van de gevraagde voorziening. De voorzieningenrechter kan de gevraagde voorziening daarnaast weigeren indien deze niet geschikt is voor kort geding (zie artikel 256 Rv). Dit volgt uit de aard van het kort geding, hetgeen slechts een summiere procedure is. Reden hiervoor kan zijn dat de zaak niet toereikend kan worden beoordeeld. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het gevorderde moet worden afgewezen en heeft daartoe als volgt overwogen.

De voorzieningenrechter ziet vier problemen/omstandigheden die – in onderling verband en samenhang bezien – leiden tot het oordeel dat voor toewijzing van het gevorderde geen plaats is.

1. Contractuele beoordelingskader onzeker

Het eerste probleem betreft het contractuele beoordelingskader dat hier zou moeten worden toegepast. Met name gaat het daarbij over de looptijd van de overeenkomst met Creventic BV en de rechtsgeldigheid van de beëindiging dan wel ontbinding van beide overeenkomsten.

Hankook heeft gesteld dat er tussen partijen twee schriftelijke overeenkomsten bestaan (één met Creventic BV en één met Creventic International) die beide een looptijd hebben tot eind 2025 en daarnaast een verlengingsmogelijkheid kennen.

Creventic stelt evenwel dat er sprake is van een schriftelijke overeenkomst met Creventic International en een aantal mondelinge afspraken tussen Hankook en Creventic BV, omdat in deze verhouding uiteindelijk geen geldige schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen. Zou worden aangenomen dat ook met Creventic BV een schriftelijke overeenkomst bestaat dan geldt dat deze in ieder geval niet duurt tot en met het jaar 2025. De bepaling omtrent de looptijd in het schriftelijk contract is immers eenzijdig door Hankook gewijzigd.

Verder is in geschil wanneer Hankook de overeenkomst met Creventic BV zou hebben getekend. Hankook stelt in 2019 en Creventic stelt in 2024.

Daarnaast zijn er over de totstandkoming en beëindiging van de betrokken overeenkomsten over en weer meer feitelijke stellingen betrokken die zijn betwist; een nadere opsomming daarvan laat de voorzieningenrechter hier om praktische redenen achterwege.

In ieder geval is duidelijk dat ten aanzien van de door Creventic betwiste stellingen van Hankook omtrent zowel de totstandkoming als de inhoud van de overeenkomsten een nader feitenonderzoek zou moeten plaatsvinden, waarvoor in kort geding evenwel geen plaats is. Dat betekent dat in dit kort geding sprake is van onzekerheid omtrent de gelding van het schriftelijk contract met Creventic BV alsmede over het antwoord op de vraag of de overeenkomsten rechtsgeldig zijn beëindigd dan wel ontbonden, doordat de betrokken stellingen van Hankook niet voldoende aannemelijk zijn geworden.

2. Onwenselijk laat tijdstip van dit kort geding

Het tweede probleem betreft het om praktische redenen onwenselijk late tijdstip waarop dit kort geding aanhangig is gemaakt en waarop in dit kort geding uitspraak gedaan zal kunnen worden. De dagvaarding is betekend op 12 november 2024 en dit vonnis wordt gewezen op 9 december 2024, terwijl er testdagen zijn gepland medio december 2024 en de eerste races plaatsvinden in januari 2025. Dat is erg kort dag en partijen verwijten elkaar over en weer dat deze situatie aan de ander is te wijten. Kortom: in geschil is wiens verantwoordelijkheid het is dat dit kort geding eerst zo kort voor de start van nieuwe raceseizoen van 2025 wordt gehouden.

De communicatie tussen partijen over het jaar 2024 wordt hieronder, voor zover van belang en samengevat, weergegeven.

Op 21 januari 2024 zou Creventic volgens Hankookvoor het eerst hebben medegedeeld dat zij de overeenkomsten met Hankook vroegtijdig wil beëindigen. Creventic geeft op 24 januari 2024 via WhatsApp (bij monde van de CEO, [naam] ) het volgende aan Hankook te kennen:

I appreciate the efforts of Hankook. The offer is not near the Michelin agreement (…). It really stops here.”.

Op 16 februari 2024 verzet Hankook zich in een brief aan Creventic tegen de vroegtijdige beëindiging:

We are deeply concerned with Creventic’s attempt to terminate the current contracts and pursue a new sponsorship agreement with another tire supplier. We would like to remind you that the contracts are valid until 2025, not to mention that HK has exclusive right of first refusal for renewal for future years’ partnership. Accordingly, we wish to continue with our sponsorship for the 24H Series not only until 2025 but also for future years through renewal.”.

Op 23 februari 2024 herhaalt Creventic nogmaals haar standpunt per e-mail aan Hankook:

I am sorry to repeat that we need to part ways at the end of this year. There is no option to continue.”.

Op 20 maart 2024 geeft Hankook aan dat van een vroegtijdige beëindiging geen sprake kan zijn en Creventic geen andersluidende persberichten mag uitbrengen:

Also please note that upon our notification of intent to renew the Sponsorship Agreements pursuant to our exclave right of first refusal for renewal, the Sponsorship Agreements will continue to be in force for future years. Therefore, any announcement of non-renewal or a new sponsor for the 24H Series will be a false and misleading statement and will not be allowed.”.

Op 15 april 2024 stuurt Creventic vervolgens een opzeggingsbrief waarmee zij de sponsorrelaties tussen Hankook met zowel Creventic BV als Creventic International wil beëindigen:

We hereby inform you of the termination of the contract between 24H Series and Hankook due to multiple breaches of contract”.

Op 19 april 2024 reageert Hankook op de opzeggingsbrief door aan te geven dat de door Creventic in de brief genoemde redenen voor de beëindiging niet correct zijn en de sponsorrelaties niet rechtsgeldig zijn beëindigd:

All of your allegations in the said letter are hereby denied.

Moreover, alleged termination is invalid and has no effect on the existing Sponsorship Agreements.”.

Partijen hebben vervolgens een discussie over het al dan niet uitbrengen van een persbericht, waarna Creventic op 30 mei 2024 het volgende persbericht uitbrengt:

CREVENTIC CONFIRMS NEW OFFICIAL TITLE SPONSOR FOR THE 24H SERIES IN 2025; A THANK YOU TO HANKOOK”.

Op diezelfde dag stuurt de advocaat van Hankook een formele brief (te weten een “cease and desist letter”) aan Creventic waarin hij uiteenzet waarom er geen persberichten mogen worden uitgebracht en dat de sponsorrelaties niet rechtsgeldig zijn beëindigd en na 31 december 2024 in stand blijven:

(…) under Article 7.9 of the Agreements, Creventic is not permitted to issue the Intended Press Release (…)

Creventic has not validly terminated the Agreements through its termination letter of 15 April 2024, and those Agreements will remain in force and effect beyond 31December 2024.”.

Op 10 juli 2024 reageert de advocaat van Creventic op de brief van 30 mei 2024 met een formele standpuntbepaling. De advocaat van Creventic zet in zijn brief uiteen waarom de sponsorrelaties rechtsgeldig zijn beëindigd door ofwel ontbinding danwel opzegging:

Creventic maintains that it has rightfully terminated the Agreements for two (alternative) reasons.”.

Op 2 oktober 2024 reageert Hankook, na meerdere verzoeken tot reactie, inhoudelijk op de formele standpuntbepaling van Creventic. Zij blijft bij haar standpunt dat het uitbrengen van de persberichten in strijd is met de sponsorovereenkomsten en dat deze overeenkomsten in stand blijven na 31 december 2024:

For these reasons, Hankook's position remains (i) that Creventic breached its

obligations under the Agreements when issuing the 30 May 2024 Press Releases

and (ii) that the Creventic B.V. agreement and the Creventic International agreement remain in force beyond 31 December 2024.”

Voordat Creventic inhoudelijk reageert vraagt Hankook op 24 oktober naar de verhinderdata van Creventic voor een procedure bij de rechtbank:

Please be informed that, as announced in our letter of 2 October 2024, Hankook intends to summon Creventic in summary proceedings in connection with Creventic’s unlawful termination and breach of the Sponsorships Agreements.

For this reason, we invite you to provide us with your dates of unavailability for the next six weeks (…)”.

Op 25 oktober 2024 reageert de advocaat van Creventic per e-mail dat de verhinderdata zullen worden opgevraagd en dat zij zo snel mogelijk inhoudelijk zal reageren:

We aim to provide these tot you later today (25 October 2024, COB) or by Monday (28 October 2024) at the latest. We assume that Monday is also acceptable and that you will wait to request a court date, especially considering the lengthy period it took Hankook to respond to Creventic’s letter (…)

(…) we suggest Hankook considers holding off on issuing the summons in summary proceedings until that response has been received. (…)”.

De inhoudelijke reactie volgt op 31 oktober 2024 waarin Creventic nogmaals uiteen zet dat de sponsorrelaties zijn beëindigd en dat zij niet aan de eisen van Hankook zal voldoen:

In light of the above arguments, Creventic cannot accept Hankook's contentions and will not comply with its demands. Creventic maintains that it is fully within its rights to terminate by virtue of the Termination Letter the relationship between Creventic B.V. and Hankook, as well as the Agreement between Creventic International and Hankook.”.

Op 12 november 2024 wordt vervolgens de dagvaarding betekend.

De voorzieningenrechter constateert dat Hankook in de tijd vanaf januari 2024 (aankondiging voornemen beëindiging) en begin juli 2024 meermalen te kennen heeft gegeven de samenwerking te willen voortzetten tot einde 2025 en niet akkoord te zijn met publicatie van persberichten over beëindiging. Na de formele standpuntbepaling van Creventic bij brief van een advocaat van 10 juli 2024 heeft Hankook evenwel 3 maanden gewacht alvorens inhoudelijk te reageren. Ook na de communicatie tussen partijen in oktober heeft Hankook niet erg voortvarend gehandeld, ofschoon dat lijkt toe te schrijven aan beide partijen. Afrondend is de voorzieningenrechter van oordeel dat beide partijen medeverantwoordelijk zijn voor het tijdsverloop van de discussie, maar dat Hankook in overwegende mate verantwoordelijk is voor het wat trage verloop van de discussie in de tweede helft van het jaar. Om die reden moet worden geoordeeld dat het late tijdstip van dit kort geding mede de verantwoordelijkheid is van Hankook en aldus liggen de nadelige praktische gevolgen van een toewijzend vonnis in dit stadium ook mede in de risicosfeer van Hankook (over die nadelige praktische gevolgen volgt hieronder meer).

3. De positie van C&R is onduidelijk

Het derde probleem betreft de positie van C&R Motorsports, een rechtspersoon naar Duits recht, die zowel juridisch als feitelijk bij de onderhavige kwestie is betrokken. Uitgaande van de stellingen van Hankook is C&R partij bij de overeenkomsten. In de overeenkomst met Creventic BV is C&R de partij op wie de betalingsverplichting jegens Creventic BV rust (en niet op Hankook). Dat betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter – uitgaande van de stellingen van Hankook – dat toewijzing van het gevorderde zou leiden tot het voortduren van de op C&R rustende betalingsverplichtingen.

Dit is problematisch omdat (a) C&R geen partij in de procedure is en (b) partijen verdeeld zijn over het wel of niet (nog) gelden van de overeenkomst.

Hankook stelt dat haar niet is gebleken dat C&R geen voortzetting van de overeenkomst zou willen. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende om te kunnen beoordelen wat het standpunt is C&R, wat Hankook valt te verwijten in die zin dat zij zelf heeft gesteld dat C&R een partij is in de sfeer van Hankook met wie zij ook een afzonderlijke overeenkomst van opdracht heeft (dat wil zeggen: naast de overeenkomsten in geschil). Waarom Hankook dan niet bij C&R heeft geïnformeerd over haar positie ontgaat de voorzieningenrechter.

De onbekendheid van dat standpunt is des te meer problematisch nu Creventic stelt dat C&R aan haar heeft laten blijken geen probleem te hebben met de beëindiging van de samenwerking. C&R heeft volgens Creventic bovendien allerlei feitelijke handelingen/werkzaamheden achterwege gelaten die C&R zou hebben verricht als zij zou zijn uitgegaan van voortzetting van de samenwerking in 2025.

Kortom: het standpunt van C&R over het onderhavige geschil is onbekend. De mogelijkheid bestaat dat C&R nu uitgaat van beëindiging van de samenwerking en dat einde ook wil althans niet wil bestrijden, maar C&R zou bij een toewijzend vonnis wel worden geconfronteerd met op haar rustende betalingsverplichtingen in het jaar 2025 én zou werkzaamheden moeten verrichten waarmee zij nu mogelijk geen rekening houdt.

4. Aard en omvang van de praktische gevolgen groot voor Creventic en derden

Het vierde probleem ligt besloten in de aard en omvang van de praktische gevolgen voor zowel partijen als derden bij toewijzing of afwijzing van het gevorderde.

Afwijzing van het gevorderde lijkt beperkte praktische gevolgen te hebben. In dat geval wordt Hankook niet meer genoemd als sponsor bij de te houden races in het seizoen 2025 en loopt zij omzet mis doordat zij geen banden zal kunnen leveren aan de deelnemende teams. Een duidelijk nadeel, maar voor het overige met weinig andere praktische gevolgen voor welke betrokkene dan ook.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Creventic aannemelijk heeft gemaakt dat er aanmerkelijke praktische en financiële gevolgen verbonden zullen zijn aan toewijzing van het gevorderde, welke zowel betrekking hebben op partijen zelf als op derden. Toewijzing van het gevorderde lijkt veel grotere praktische gevolgen te hebben. Kort samengevat is volgens Creventic inmiddels de hele organisatie gericht op het rijden op Michelinbanden en is dat niet of nauwelijks meer terug te draaien.

Creventic heeft onder andere gesteld dat de deelnemende teams reeds aanpassingen aan de auto’s hebben doorgevoerd in verband met de nieuwe banden. De teams dienen hiervoor testritten uit te voeren en de kosten van zulke testdagen bedragen doorgaans € 40.000,- tot € 50.000,- per dag. Deze testen worden zinloos indien de Michelinbanden weer zouden moeten worden vervangen door de banden van Hankook.

Onweersproken heeft Creventic aangevoerd dat inmiddels per vrachtschip goederen onderweg zijn naar het Midden-Oosten met een hoeveelheid van 85 zeecontainers in totaal. Dit schip zou volgens Creventic weer rechtsomkeert moeten maken, ergens op de route om het Afrikaanse continent. Onzeker is volgens Creventic bovendien of Hankook nog tijdig haar banden zou kunnen leveren (wat ook voor de voorzieningenrechter onzeker is omdat partijen daarover verdeeld zijn en voor het overige nergens uit blijkt dat het zou kunnen).

C&R functioneerde daarnaast als een schakel tussen Hankook en Creventic, waarbij C&R relaties onderhield met de teams en onder andere aan deze de banden verkocht. Deze schakelrol wordt onder Michelin door een andere entiteit verzorgd. Deze rol zou bij toewijzing dus weer moeten worden teruggedraaid, waarbij (a) onzeker is of C&R dat kan en wil en (b) aannemelijk is dat dit schadeclaims zal opleveren jegens Creventic als die weer afscheid zou moeten nemen van de nieuwe tussenfiguur.

Schadeclaims jegens Creventic van Michelin en de teams bestaande uit de door hen inmiddels gemaakte kosten zijn tevens aannemelijk. Deze claims kunnen substantieel zijn. Stel bijvoorbeeld dat alle 72 teams de nodeloze kosten van de testdagen (zie rov. 4.13.2) op Creventic zouden willen verhalen dan levert dat bij een conservatieve schattting al een post op van 72 maal 1,5 dag maal € 40.000,- maakt € 4.320.000,-. En daarbij zouden dan nog kunnen komen claims van de nieuwe tussenfiguur en Michelin voor misgelopen omzet.

Verder heeft Creventic aannemelijk gemaakt dat een deel van de 72 teams zich zal onttrekken van de races omdat deze zich juist hebben aangemeld vanwege het gebruik van Michelinbanden. Dat dit aannemelijk is volgt uit de omstandigheid dat Creventic onweersproken heeft gesteld dat het aantal deelnemers van de betrokken race is gestegen van 56 in 2024 naar 72 in 2025 en dat er in het verleden kwaliteitsproblemen waren met de banden van Hankook, die een aantal teams van deelname aan de races van Creventic zou hebben weerhouden.

Conclusie

De voorzieningenrechter is op basis van de bovenstaande overwegingen – in onderling verband en samenhang bezien – van oordeel dat het gevorderde moet worden afgewezen. Kort samengevat is het juridisch kader onzeker, is de positie van mede-contractspartij C&R onduidelijk, wordt om praktische redenen onwenselijk laat een voorlopige voorziening gevraagd, (voor welk laat tijdstip Hankook in ieder geval in belangrijke mate medeverantwoordelijk is), en dreigen er grote nadelige gevolgen voor zowel Creventic als derden.

De hieronder te geven beslissing is gebaseerd op de overwegingen die hierboven staan. Hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd kan als niet (langer) ter zake doende verder buiten beschouwing worden gelaten.

Hankook is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Creventic worden begroot op:

- griffierecht

688,00

- salaris advocaat

1.661,00

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.527,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst de vorderingen van Hankook af,

veroordeelt Hankook in de proceskosten van € 2.527,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Hankook niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Hankook tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. dr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2024.

LK

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?