ECLI:NL:RBLIM:2025:12181

ECLI:NL:RBLIM:2025:12181, Rechtbank Limburg, 20-08-2025, C/03/324112 / HA ZA 23-488

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 20-08-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer C/03/324112 / HA ZA 23-488
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2024:849

Samenvatting

Geschil over de verboden zone. Onrechtmatige hinder en overhangende beplanting.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/324112 / HA ZA 23-488

Vonnis van 20 augustus 2025

in de zaak van

1. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen in conventie,

verwerende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ,

advocaat: mr. R.R.F.J. Palmen,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

advocaat: mr. W.E. Widdershoven.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 21 februari 2024 en de daarin genoemde stukken- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald

- de conclusie van antwoord in reconventie

- de akte inzending stukken van mr. Palmen van 4 oktober 2024- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] is eigenaar van het pand staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres 1] .

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is eigenaar van het pand staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres 2] .

De percelen van partijen grenzen aan elkaar over een lengte van circa 40 meter.

Sinds mei 2023 is tussen de advocaten van partijen veelvuldig gecorrespondeerd over de beplanting die zich op het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bevindt langs de erfgrens met het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] .

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft een deskundige van [naam bedrijf] ingeschakeld om de beplanting van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te onderzoeken. In het rapport van 22 september 2023 (hierna: het rapport) concludeert de deskundige dat er langs de perceelgrens met [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] 10 soorten heesters en bomen staan. Dat zijn de Californische cipres cultivar (hierna: de cipres), de vijgenboom, de klimhortensia, de Kaukasische laurierkers (hierna: de laurierkers), de smalbladige es cultivar, de veldesdoorn, de grote trompetboom, de okkernoot, de hazelaar en de Kaukasische klimop (hierna: de klimop).

Voorafgaand aan het onderzoek door de deskundige heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de overhangende takken van de cipres teruggesnoeid voor zover deze over het dak van de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] groeiden. Na het onderzoek door de deskundige heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de overhangende takken van de laurierkers teruggesnoeid.

Op 4 oktober 2023 heeft de advocaat van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] per brief aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht om ook de overige bomen en struiken terug te snoeien/te verwijderen. Bovendien is aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzocht om de erfgrens te respecteren en zijn afscheiding bestaande uit ijzeren vlechtmatten te verplaatsen.

Op 10 oktober 2023 heeft de voormalig advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gereageerd dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen gevolg zal geven aan de vorderingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] .

In de zijgevel van het pand van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bevindt zich op circa 2 meter hoogte en circa 35 centimeter van de erfgrens de rookgasafvoer van de cv-installatie (hierna: de cv-rookgasafvoer) van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft naast zijn woning een carport gebouwd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft op het dak van de carport een zeil aangebracht.

3. Het geschil

in conventie

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal veroordelen om:

I. primair binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de cipres in de verboden zone aan de voorzijde van de woning te verwijderen, subsidiair deze binnen deze termijn zodanig terug te snoeien dat deze boom geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis in gebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

II. primair om binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de vijgenboom en rozenstruik in de verboden zone te verwijderen, subsidiair deze binnen deze termijn terug te snoeien en teruggesnoeid houden tot maximaal 2 meter een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis in gebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

III. primair binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de laurierkers te verwijderen, subsidiair deze binnen deze termijn zodanig terug te snoeien en teruggesnoeid houden van deze boom dat deze geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis in gebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

IV. binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de vlechtmatten voor zover die op het perceel van eisers staan te verwijderen en verwijderd te houden en voorts gedaagde te veroordelen om minimaal 2 keer per jaar de klimop te snoeien en wel in het voorjaar tussen 1 april en 1 mei en in het najaar tussen 1 september en 1 oktober een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500,00 per keer dat gedaagde met het plegen van onderhoud in gebreke blijft;

V. binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de takken van de okkernoot en de hazelaar voor zover die over de erfgrens en boven het perceel van eisers hangen, terug te snoeien en teruggesnoeid te houden, een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis in gebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000;

VI. binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de takken van de klimhortensia voor zover die over de erfgrens en boven het perceel van eisers hangen terug te snoeien en voorts gedaagde te veroordelen om minimaal 2 keer per jaar de klimhortensia te snoeien en wel in het voorjaar tussen 1 april en 1 mei en in het najaar tussen 1 september en 1 oktober een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 500,00 per keer dat gedaagde met het plegen van onderhoud in gebreke blijft;

VII. binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de cv-rookgasafvoer te verwijderen althans zodanig aan te passen dat deze voldoet aan de daarvoor geldende regelgeving, een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis in gebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

VIII. binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis de onrechtmatige hinder, bestaande uit het wegnemen van licht en het veroorzaken van geluidsoverlast door het zeil op de carport, te beëindigen en beëindigd te houden, een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde daarmee na betekening van het vonnis in gebreke blijft zulks met een maximum van € 10.000,00;

IX. in de kosten van dit geding, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 dagen na het in deze te wijzen vonnis.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de beplanting op het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de verboden zone staat, onrechtmatige hinder veroorzaakt dan wel dat sprake is van overhangende beplanting. Bovendien veroorzaken de cv-rookgasafvoer en het zeil op de carport van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onrechtmatige hinder, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] . Ter zitting heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de vordering onder V en VI ingetrokken, omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de okkernoot en hazelaar heeft gesnoeid en heeft beloofd dat hij de klimhortensia op zijn eigen muur zal afsnoeien.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert het verweer dat de juridische erfgrens op grond van verkrijgende verjaring samenloopt met de scheidingsmuur en subsidiair dat dit het geval is op grond van bevrijdende verjaring. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist dat de beplanting op zijn perceel in de verboden zone staat, onrechtmatige hinder veroorzaakt of dat sprake is van overhangende beplanting. Hij betwist bovendien dat de cv-rookgasafvoer en het zeil op de carport onrechtmatige hinder veroorzaken.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

in reconventie

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Voor recht verklaart dat de juridische erfgrens tussen de percelen “ [kadasternummer 1] ” en “ [kadasternummer 2] ” samenloopt met de stenen scheidingsmuur;

II. Voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een recht van erfdienstbaarheid krachtens verjaring heeft tot het mogen hebben van een CV-rookgasafvoer op de huidige locatie in de rechter zijgevel van zijn woning op het perceel “ [kadasternummer 1] ”, althans voor recht verklaart dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aanwezigheid van de CV-rookgasafvoer op de huidige locatie in de rechter zijgevel van zijn woning op het perceel “ [kadasternummer 1] ” dient te dulden;

III. Voor recht verklaart dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] het afdekzeil op de carport naast de woning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op het perceel “ [kadasternummer 1] ” geen onrechtmatige hinder veroorzaakt en dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aanwezigheid daarvan moet dulden;

IV. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] veroordeelt in de kosten van deze procedure in reconventie, met bepaling dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de wettelijke rente hierover is verschuldigd indien deze kosten niet binnen 7 dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis, althans de betekening daarvan, aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn betaald.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de juridische erfgrens op grond van verkrijgende verjaring samenloopt met de scheidingsmuur en subsidiair dat dit het geval is op grond van bevrijdende verjaring. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat hij krachtens verjaring een recht van erfdienstbaarheid heeft verkregen om in de zijgevel van zijn woning een cv-rookgasafvoer te hebben en te houden. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt bovendien dat het afdekzeil op de carport geen onrechtmatige hinder veroorzaakt en dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aanwezigheid daarvan moet dulden.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] betwist dat de juridische erfgrens samenloopt met de scheidingsmuur. Hij betwist ook dat er een erfdienstbaarheid door verjaring is ontstaan op de cv-rookgasafvoer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank de vorderingen gezamenlijk behandelen.

Erfgrens

Om de vorderingen van partijen te kunnen beoordelen, moet allereerst worden vastgesteld waar de juridische erfgrens tussen de percelen van partijen ligt. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft daarover gesteld dat de juridische erfgrens samenloopt met de kadastrale erfgrens. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] loopt de juridische erfgrens samen met de feitelijke erfgrens, namelijk de stenen erfscheidingsmuur (hierna: de scheidingsmuur).

Uit de grensreconstructie van het Kadaster blijkt dat de scheidingsmuur en een strook grond achter de scheidingsmuur (aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ) in eigendom toebehoren aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] . Uit de wet volgt echter dat iemand eigenaar kan worden van een stuk grond als diegene dat voor de duur van een bepaald aantal jaren in bezit heeft. Bij een bezitter die te goeder trouw is gaat het dan om een onafgebroken periode van tien jaren (artikel 3:99 BW) en bij een bezitter die niet te goeder trouw is gaat het om een onafgebroken periode van twintig jaren (artikel 3:105 BW en artikel 3:306 BW).

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een foto in de procedure gebracht waaruit blijkt dat de scheidingsmuur er in ieder geval sinds 1987 staat. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft dit niet betwist. Dit betekent dat tussen partijen vast staat dat de situatie zoals die nu is al meer dan twintig jaar onafgebroken bestaat.

Inbezitneming van een onroerende zaak die van een ander is, gebeurt doordat de feitelijke macht over de zaak wordt verschaft. Naar verkeersopvattingen moet duidelijk zijn dat de macht van de oorspronkelijke bezitter over de zaak is geëindigd. Dat betekent in deze zaak dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich door uiterlijke daden naar buiten toe zichtbaar en ondubbelzinnig als rechthebbende van de strook grond moet hebben gedragen om daar eigenaar van te zijn geworden.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de strook grond aan zijn zijde van de scheidingsmuur altijd gebruikt en onderhouden. Hij heeft op deze strook grond planten geplaatst. Door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is voorts gesteld dat de scheidingsmuur geen doorgang heeft, maar dit is door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] betwist. Hoe het ook zij, het is niet gebleken dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nog op deze strook grond kwam (of gemakkelijk kon betreden) of deze strook grond onderhield. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op al deze omstandigheden gezamenlijk, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich zichtbaar en ondubbelzinnig als de rechthebbende van de strook grond heeft gedragen en dus door verjaring eigenaar is geworden van die strook grond. Dat betekent dat de juridische erfgrens samenloopt met de scheidingsmuur en deze vordering in reconventie zal worden toegewezen.

Verboden zone, onrechtmatige hinder en overhangende beplanting

Nu is vastgesteld waar de juridische erfgrens tussen de percelen van partijen loopt, zal de rechtbank per soort beplanting beoordelen of deze beplanting in de verboden zone staat, of sprake is van onrechtmatige hinder en of sprake is van overhangende beplanting.

Voor de verboden zone geldt de hoofdregel in artikel 5:42 BW. Dit artikel luidt dat er geen bomen – hoger dan de schutting tussen de erven – mogen staan binnen een afstand van twee meter van de erfgrens en voor heesters en heggen geldt een afstand van een halve meter van de erfgrens. Is dat wel het geval, dan staat deze beplanting in “de verboden zone”. Die situatie is (in beginsel) onrechtmatig en dan kan verwijdering van de beplanting worden gevorderd. De vordering tot het verwijderen van bomen, heesters en heggen op grond van artikel 5:42 BW verjaart volgens artikel 3:306 BW na twintig jaar. De verjaringstermijn begint vanaf de dag waarop de onmiddellijke opheffing van die toestand kan worden gevorderd. Dit is de dag na het moment waarop sprake was van onrechtmatige hinder.

Bij onrechtmatige hinder geldt als uitgangspunt dat buren in beginsel het recht hebben om hun tuin in te richten en te onderhouden zoals zij dat zelf willen. Dat recht wordt echter begrensd in die zin dat zij anderen, onder wie hun buren, geen onrechtmatige hinder mogen toebrengen volgens artikel 5:37 BW. Van buren mag worden verwacht dat zij zowel rekening met elkaar houden, als verdraagzaam zijn. Zij moeten een bepaalde mate van hinder aanvaarden, maar waar de grens met onrechtmatige hinder ligt is afhankelijk van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden. Mede van belang is of degene die zich over hinder beklaagt, zich ter plaatse heeft gevestigd vóór dan wel ná het tijdstip waarop de hinderveroorzakende activiteiten een aanvang hebben genomen. In dat laatste geval zal hij een zekere mate van hinder hebben te dulden (HR 18 september 1998, NJ 1999, 69).

Bij overhangende beplanting geldt artikel 5:44 lid 1 BW. Uit dit artikel en de daaruit voortvloeiende jurisprudentie volgt dat een buur de aanwezigheid van overhangende beplanting niet hoeft te dulden. Het enkele overhangen van beplanting op andermans grond is in beginsel onrechtmatig, nu met het overhangen ‘gebruik’ wordt gemaakt van het perceel van een ander. Aan een eigenaar van grond is de exclusieve bevoegdheid gegeven tot het gebruik van zijn grond en de ruimte boven zijn oppervlakte, in welk genot hij niet door anderen mag worden gestoord. Niet is vereist dat de overhangende beplanting hinder toebrengt.

Californische cipres

Ter zitting is besproken dat de primaire vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , verwijdering van de cipres in de verboden zone, is verjaard. Dat betekent dat alleen de subsidiaire vordering, namelijk het snoeien van de cipres zodat deze geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt, nog beoordeeld dient te worden.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft aangevoerd dat de cipres volledig tegen zijn woning groeit tot boven het dak. Hierdoor zorgt de cipres voor het vol raken en met regelmaat verstoppen van de dakgoot en de hemelwaterafvoer. De bladopvangbak in de hemelwaterafvoer ligt met regelmaat vol met afval van de cipres, waardoor het water niet goed afgevoerd kan worden. De cipres maakt onderhoud aan de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] (dakgoot, boeiboord en dakbeschot) ter plaatse van de boom bovendien onmogelijk, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] .

Hoewel natuurlijke bladval uit de tuin van de buren een soort hinder is die buren van elkaar kunnen ondervinden en in beginsel hebben te dulden, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval sprake is van een situatie die verder gaat dan wat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als buur moet accepteren. Op de foto’s van productie 11 bij dagvaarding is te zien dat de cipres zo goed als tegen de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aan groeit. Hoewel de top van de cipres inmiddels voor de helft is gesnoeid door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , groeien er nog steeds takken met bladeren boven de dakgoot van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] waardoor aannemelijk is dat de dakgoot regelmatig verstopt raakt door de bladeren, het water in de hemelwaterafvoer niet goed afgevoerd kan worden en het voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onmogelijk is om onderhoud uit te voeren aan zijn woning. Het feit dat – zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt – de cipres er al stond toen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] eigenaar werd van zijn perceel, kan weliswaar een omstandigheid zijn die een rol speelt bij het beoordelen of sprake is van onrechtmatige hinder, maar die rol is in dit geval, gezien de aard en ernst van de hinder, van ondergeschikt belang en maakt niet dat de rechtbank tot een ander oordeelt komt.

Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat sprake is van onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW. De andere door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aangevoerde redenen (wortels drukken tegen fundering, verlies van lichtinval op zonnepanelen en schade aan de woning door schurende takken) behoeven daarom geen verdere bespreking meer.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] vordert dat de cipres zodanig wordt teruggesnoeid dat deze boom geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt. Ter zitting is door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] toegelicht dat de cipres geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt wanneer deze wordt gesnoeid tot onder de dakgoot. De rechtbank zal de subsidiaire vordering van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] toewijzen, in die zin dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de cipres moet snoeien tot 1 meter onder de dakgoot van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , binnen 30 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis.

Hoewel [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich bereid heeft getoond om een aantal van de beplanting in zijn tuin te snoeien, ziet de rechtbank toch aanleiding om een dwangsom toe te wijzen, zodat er een daadwerkelijke prikkel blijft bestaan tot nakoming. De rechtbank zal de gevorderde dwangsom toewijzen.

Vijgenboom en rozenstruik

Allereerst moet worden vastgesteld of de vijgenboom en de rozenstruik in de verboden zone staan.

De rechtbank oordeelt dat de vijgenboom in de verboden zone staat. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft gesteld en gemotiveerd onderbouwd met het rapport dat de vijgenboom op 40 centimeter van de gevel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] staat. Dit is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist, maar deze betwisting niet verder onderbouwd met bijvoorbeeld een eigen meting. De rechtbank neemt daarom aan dat de vijgenboom op 40 centimeter van de erfgrens staat. De vraag of de vijgenboom een boom of heester is, is niet (meer) van belang nu de vijgenboom in beide gevallen in de verboden zone staat.

Door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is het verweer gevoerd dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen belang heeft bij zijn vordering tot het verwijderen of snoeien van de vijgenboom. Ter zitting heeft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] erkend dat de vijgenboom op dit moment geen hinder veroorzaakt. Die hinder ontstaat volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] wanneer de vijgenboom over zijn dakgoot zal groeien en dat is het geval wanneer de vijgenboom 2 tot 2,5 meter hoog is. Dit betekent dat het belang van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] pas ontstaat wanneer de vijgenboom hinder zal veroorzaken aan de dakgoot. Daarvan is op dit moment geen sprake en niet is gebleken dat daar binnen afzienbare tijd wel sprake van zal zijn. De rechtbank oordeelt daarom dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op dit moment onvoldoende belang heeft bij zijn vordering en zal de vordering ten aanzien van de vijgenboom afwijzen.

De rechtbank oordeelt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onvoldoende heeft gesteld dat de rozenstruik in de verboden zone staat. Door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is niet gesteld op welke afstand de rozenstruik staat ten opzichte van de erfgrens. Deze afstand blijkt ook niet uit het rapport van de bomendeskundige. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of de rozenstruik in de verboden zone staat. De vordering ten aanzien van de rozenstruik zal worden afgewezen.

Laurierkers

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft gesteld dat de laurierkers lichtinval wegneemt in zijn woonkamer en op de tweede verdieping. Bovendien zorgen de bladeren en vruchten die de laurierkers verliest voor onrechtmatige hinder. Een typische eigenschap van de laurierkers is het leerachtige blad dat zeer slecht verteert, waardoor de bladvangers in de dakgoot regelmatig verstoppen en de goten overstromen. Deze bladeren zorgen voor verstoppingen in het riool in de tuin van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] . De afvallende vruchten zorgen ook voor niet of moeilijk verwijderbare vlekken op het straatwerk, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] .

De rechtbank oordeelt dat de laurierkers geen onrechtmatige hinder veroorzaakt. Zoals ook door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is aangevoerd, stond de laurierkers er al op het moment dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn woning kocht. Van eventuele vermindering van lichtinval in de woonkamer en op de tweede verdieping van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] was dus al sprake toen hij de woning kocht. Deze stelling wordt overigens betwist door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en is door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet verder onderbouwd. Natuurlijke bladval uit de tuin van de buren is een soort hinder die buren van elkaar kunnen ondervinden en in beginsel hebben te dulden. De rechtbank kan de stelling dat het slecht verteerbare blad van de laurierkers zodanig hinder veroorzaakt dat dit als onrechtmatige hinder gekwalificeerd moet worden, niet, zonder nadere toelichting die ontbreekt, volgen. Het accepteren van die stelling zou immers tot gevolg hebben dat het hebben van een laurierkers per definitie onrechtmatig zou zijn en dat is niet juist, te meer niet nu [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nota bene zelf een laurierkers in zijn eigen tuin heeft staan. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van de laurierkers afwijzen.

Vlechtmatten

Nu is vastgesteld dat de scheidingsmuur als juridische erfgrens geldt, betekent dat dat de vlechtmatten op het perceel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] staan en niet verwijderd hoeven te worden. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van het verwijderen en verwijderd houden van de vlechtmatten afwijzen.

De overhangende klimop moet op grond van artikel 5:44 BW wel zover teruggesnoeid worden dat deze niet meer over het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heen hangt. Ter zitting heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aangevoerd dat het voor hem onmogelijk is om de overhangende klimop te verwijderen, omdat hij daarvoor toegang tot het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nodig zou hebben. Echter, [eisers in conventie, verweerders in reconventie] weigert deze toegang te verschaffen vanwege de verstandhouding tussen partijen, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . De rechtbank oordeelt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn eigen beplanting moet onderhouden. Hij zal de klimop vanuit zijn eigen tuin moeten snoeien. Omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet op het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] mag komen, zal [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met het snoeiafval blijven zitten. Dat roept [eisers in conventie, verweerders in reconventie] echter over zichzelf af door geen toegang tot zijn perceel te verschaffen. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van het snoeien van de klimop toewijzen zoals gevorderd.

Hoewel [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich bereid heeft getoond om een deel van de beplanting in zijn tuin te snoeien, ziet de rechtbank toch aanleiding om een dwangsom toe te wijzen, zodat er een daadwerkelijke prikkel blijft bestaan tot nakoming. De rechtbank zal de gevorderde dwangsom wel matigen tot € 250,00 per keer dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in gebreke blijft met het plegen van onderhoud.

Cv-rookgasafvoer

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft gesteld dat de cv-rookgasafvoer onrechtmatige hinder veroorzaakt. De cv-rookgasafvoer is zonder noodzaak op een te korte afstand van de erfgrens gesitueerd en zorgt voor uitstromende rookafvoergassen. Deze afvoergassen zijn gevaarlijk en worden in de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geblazen door de ramen tegenover de cv-rookgasafvoer. Bovendien kunnen de afvoergassen onder de carport blijven hangen en bestaat er nog meer risico dat deze via de ramen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in zijn woning binnendringen. De afvoergassen bevatten het gevaarlijke en geurloze gas koolmonoxide, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] .

De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van onrechtmatige hinder door de cv-rookgasafvoer. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft – zoals ook door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is aangevoerd – onvoldoende gemotiveerd dat de cv-rookgasafvoer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in substantiële concentraties gevaarlijke stoffen uitblaast, dat deze stoffen de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] binnendringen en dat dit van zodanige aard en ernst is dat sprake is van hinder die als onrechtmatig gekwalificeerd moet worden. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van de cv-rookgasafvoer in conventie afwijzen.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gesteld dat hij door verjaring een recht van erfdienstbaarheid heeft verkregen om in de zijgevel van zijn woning op de huidige locatie een cv-rookgasafvoer te hebben en te houden. De rechtbank kan deze stelling niet volgen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft een cv-rookgasafvoer aan zijn eigen woning op zijn eigen perceel. Dit betekent dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het eigendom heeft over de cv-rookgasafvoer. Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Hoe volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , naast dit meest omvattende recht, ook nog een beperkt recht kan ontstaan op de cv-rookgasafvoer is onvoldoende gesteld door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] . De rechtbank zal de vordering ten aanzien van de erfdienstbaarheid door verjaring afwijzen.

Aangezien de rechtbank in conventie heeft geoordeeld dat geen sprake is van onrechtmatige hinder ten aanzien van de cv-rookgasafvoer, moet [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aanwezigheid van de cv-rookgasafvoer op de huidige locatie dulden. De rechtbank zal deze vordering in reconventie toewijzen.

Carport

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft gesteld dat het zeil op de carport zorgt voor onrechtmatige hinder. Het provisorisch aangebrachte en gemonteerde zeil zorgt geluidsoverlast. Het geluid dat door dit zeil wordt geproduceerd is gelet op de aard, de ernst en de duur (continu) als onrechtmatig te kwalificeren. Het zeil op de carport zorgt ook voor het onthouden van licht. Dit is naar de aard, de ernst en de duur ook als onrechtmatige hinder te kwalificeren, aldus [eisers in conventie, verweerders in reconventie] .

De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van onrechtmatige hinder door het zeil op de carport. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] heeft – zoals ook door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is aangevoerd – nagelaten om zijn stellingen nader concreet te onderbouwen. Bovendien is door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist dat het zeil op de carport zorgt voor geluidsoverlast en voor het ontnemen van lichtinval. De rechtbank zal deze vordering afwijzen.

Aangezien de rechtbank in conventie heeft geoordeeld dat geen sprake is van onrechtmatige hinder ten aanzien van het zeil op de carport, moet [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aanwezigheid van de carport dulden. De rechtbank zal deze vordering toewijzen.

Proceskosten

Partijen zijn allebei in een bepaalde mate in het gelijk en in het ongelijk gesteld. De rechtbank ziet daarom reden om de proceskosten zowel in conventie als in reconventie tussen partijen te verdelen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om de cipres binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis terug te snoeien tot 1 meter onder de dakgoot van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zodat deze boom geen onrechtmatige hinder meer veroorzaakt, een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in gebreke blijft om aan dit vonnis te voldoen, met een maximum van € 10.000,00;

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om minimaal 2 keer per jaar de klimop te snoeien en wel in het voorjaar tussen 1 april en 1 mei en in het najaar tussen 1 september en 1 oktober, een en ander op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 250,00 per keer dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met het plegen van onderhoud in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00;

in reconventie

verklaart voor recht dat de juridische erfgrens tussen de percelen “ [kadasternummer 1] ” en “ [kadasternummer 2] ” samenloopt met de scheidingsmuur;

verklaart voor recht dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aanwezigheid van de cv-rookgasafvoer op de huidige locatie in de rechter zijgevel van de woning op het perceel “ [kadasternummer 1] ” moet dulden;

verklaart voor recht dat het zeil op de carport naast de woning van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op het perceel “ [kadasternummer 1] ” geen onrechtmatige hinder veroorzaakt en dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de aanwezigheid daarvan moet dulden;

in conventie en in reconventie

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen onder 5.1 en 5.2 betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. V. Steijvers en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?