RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/327888 / HA ZA 24-97
Vonnis van 2 juli 2025
in de zaak van:
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. W.J.F. Geertsen,
tegen:
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. S.J.H.G.M. Schils.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
- het tussenvonnis van 26 februari 2025,
- de akte van [eiser] op de rol van 26 maart 2025,
- de akte van [gedaagde] op de rol van 26 maart 2025,
- het e-mailbericht van 1 mei 2025 van ing. R.H.R. Slangen MBA, als Senior Adviseur verbonden aan Volantis, met een daarbij gevoegde offerte,
- het e-mailbericht van [eiser] van 26 mei 2025,
- het e-mailbericht van [gedaagde] van 26 mei 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek. Dit deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen.
De deskundige
Mede gelet op het debat tussen partijen over het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundige(n) en de aan de deskundige(n) te stellen vragen, zal de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de persoon van de te benoemen deskundige en deze deskundige staat vrij ten opzichte van partijen.
De vragen
In rechtsoverweging 4.5 van het tussenvonnis van 26 februari 2025 heeft de rechtbank reeds aan partijen voorgelegd welke vragen de rechtbank aan de te benoemen deskundige wenst te stellen. Partijen hebben hierop gereageerd in de nadien door hen genomen aktes. De rechtbank heeft de suggesties van partijen grotendeels overgenomen en verdisconteerd in de vragen.
[gedaagde] heeft aangegeven dat wat betreft vraag 3 relevant is te vermelden dat [gedaagde] in het voorgenomen bouwplan reeds rekening heeft gehouden met de bezonning bij [eiser] en op de eerste verdieping een bouwplan heeft opgesteld waarbij de bebouwing ten opzichte van de bebouwing op de begane grond al teruggetrokken is, waarna [gedaagde] hieromtrent een vraag heeft geformuleerd. De rechtbank heeft die vraag niet overgenomen, omdat deze niet relevant is voor de beoordeling van de in deze procedure voorliggende vorderingen.
Aan de deskundige zullen de volgende vragen worden voorgelegd:
1. Is ten gevolge van de voorgenomen realisatie van de opbouw door [gedaagde] aan de zijde van [eiser] sprake van een afname in:
i. zonlicht in de woning en/of in de tuin?
ii. daglichttoetreding in de woning en/of in de tuin?
iii. uitzicht (kokereffect)?
2. Zo ja, in welke absolute en relatieve mate ten opzichte van de huidige situatie, op welke locatie in en/of rondom de woning van [eiser] en op welke gedeelten van welke dagen is dat het geval?
3. Zo ja, welke maatregelen kunnen worden getroffen door [gedaagde] om voormelde afname te verkleinen, voorzien van een toelichting per maatregel welke afname dit tot gevolg heeft? Wat is bijvoorbeeld het effect indien de opbouw (circa) één meter van de erfgrens wordt geplaatst, het dak van de opbouw schuin zal aflopen richting het perceel van [eiser] , de opbouw een kleinere oppervlakte zal hebben (zonder hobbykamer), of wanneer de bovenste 7 baksteenlagen van de scheidsmuur worden vervangen door melkglas (zie foto 15 en 16 in het proces-verbaal van 13 december 2024)?
4. Wat zijn – voor zover u dit kunt beoordelen – de bijkomende kosten van de onder 3 bedoelde maatregelen (ten opzichte van de bestaande bouwplannen), gespecificeerd per maatregel?
5. Welke methodiek heeft u gebruikt om de vragen 1 en 2 te beantwoorden en waarom heeft u hiervoor gekozen?
6. Kunt u bij de beantwoording van vraag 1, 2 en 5 de bevindingen van de beide partijdeskundigen ( [naam] en iTX) betrekken?
7. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechtbank volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
Het voorschot
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 6.897,00 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot daarom vaststellen op een bedrag van € 6.897,00 (inclusief btw).
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Het voorschot moet daarom door [eiser] worden betaald.
Algemene voorwaarden
De deskundige heeft bij de offerte aangegeven dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Deze algemene voorwaarden kunnen daarom in het onderhavige geval enkel voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. Deze beperking van aansprakelijkheid is van toepassing op de verhouding tussen de deskundige en partijen.
Het deskundigenonderzoek
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
benoemt tot deskundige:
ing. R.H.R. Slangen MBA, als Senior Adviseur verbonden aan Volantis,
correspondentieadres: Postbus 470, 5900 AL Venlo,
telefoon: 06-51440302,
e-mailadres: r.slangen@volantis / www.volantis.nl,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 6.897,00 (inclusief btw),
bepaalt dat [eiser] het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat [eiser] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk binnen vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
draagt de griffier op om de zaak op de rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken, of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen gelijktijdig op een termijn van vier weken,
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E.C.M. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025.
JPW