RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/325848 / HA ZA 24-3
Vonnis van 10 september 2025
in de zaak van
AD-BOUW B.V.,
te Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: AD-Bouw,
advocaat: mr. A.A.M. Goossens,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B.M.M. Hepkema.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 maart 2025 (hierna: het tussenvonnis),- de akte uitlating na tussenvonnis, tevens vermeerdering van eis, van AD-Bouw van 16 april 2025 (hierna: de akte).
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
Het tussenvonnis
In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat:
- de vordering onder 1 primair (ontbinding) zal worden afgewezen;
- de vordering onder 1 subsidiair (dwaling) zal worden toegewezen in die zin dat de rechtbank de op 10 juli 2023 tussen partijen gesloten koopovereenkomst zal vernietigen op grond van dwaling;
- de vordering onder 2 (terugbetaling koopsom € 62.000,-) wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding;
- de vordering onder 3 (betaling schadevergoeding) is toewijsbaar voor een bedrag van € 17.793,05 (schade als gevolg van het onthouden van informatie over de lekkages).
[gedaagde] heeft een beroep gedaan op verrekening van de door AD-Bouw genoten vruchten gedurende de periode dat zij eigenaresse was van de appartementsrechten met de toegewezen bedragen van € 62.000,- en € 17.793,05. De rechtbank heeft AD-Bouw in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over die vruchten, alsmede over de eigenaarslasten vanaf 1 augustus 2023. De rechtbank heeft [gedaagde] in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld vier weken later bij antwoord-akte hierop te reageren.
De akte na tussenvonnis en de eiswijziging van AD-Bouw
AD-Bouw heeft bij akte van 16 april 2025 de genoten vruchten alsmede de eigenaarslasten in de periode van eind juli 2023 tot en met maart 2025 in kaart gebracht en aan de hand hiervan het verschil daartussen berekend. Dit heeft geleid tot een negatief exploitatieresultaat van € 4.794,06. AD-Bouw heeft op grond hiervan haar eis vermeerderd. Zij vordert naast het reeds door de rechtbank toewijsbaar geachte schadebedrag ad € 17.793,05 veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.794,06, alsmede € 410,52 aan exploitatielasten per maand vanaf april 2025. Het negatieve exploitatieresultaat is volgens AD-Bouw onderdeel van de schade, omdat er sprake is van een direct causaal verband tussen dit negatieve resultaat en de door [gedaagde] gepleegde onrechtmatige daad. AD-Bouw heeft daarom haar eis in die zin gewijzigd dat de vordering onder 3 nu als volgt luidt:
[gedaagde] veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding ad € 22.587,11, te vermeerderen met € 410,52 per maand vanaf april 2025 tot en met de dag dat de eigenaarslasten door AD-Bouw zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
Geen reactie [gedaagde]
heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bij antwoordakte te reageren. Ook heeft [gedaagde] zich niet uitgelaten over de eiswijziging. Nu geen formeel bezwaar daartegen gevoerd is, zal de rechtbank recht doen op basis van de gewijzigde vordering 3.
[gedaagde] heeft zich evenmin ex artikel 2.13 van het Landelijk Procesreglement uitgelaten over het verdere verloop van de procedure. AD-Bouw heeft vonnis gevraagd.
Beroep op verrekening - vervolg
De hoogte van het door AD-Bouw becijferde verschil tussen de genoten vruchten en de aan de appartementsrechten verbonden eigenaarslasten in de periode eind juli 2023 tot en met maart 2025 is onbetwist gebleven, doordat [gedaagde] niet meer gereageerd heeft. Daarmee staat, bij gebreke aan duidelijke aanwijzingen van het tegendeel, vast dat dit verschil een negatief bedrag van € 4.794,06 betreft. Nu er sprake is van een negatief bedrag slaagt het beroep van [gedaagde] op verrekening niet.
[gedaagde] heeft door niet meer te reageren evenmin betwist dat er een causaal verband bestaat tussen deze gestelde schade van € 4.794,06 en het onrechtmatig handelen van [gedaagde] . Bij gebreke aan duidelijke aanwijzingen van het tegendeel, zal de rechtbank uitgaan van het bestaan van dit causaal verband. Dit betekent dat [gedaagde] naast zijn veroordeling tot betaling van € 17.793,05 aan schadevergoeding, tevens zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.794,06 aan schadevergoeding.
De gevorderde veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een, toekomstig, maandelijks bedrag ad € 410,52 zal worden afgewezen. Er valt immers niet te voorspellen hoe het verloop van huurders in de toekomst zal zijn. Ook de hoogte van het totaal van de eigenaarslasten in de toekomst is niet te voorzien. Daarom valt nu niet met zekerheid vast te stellen welk bedrag een vergelijking van de eigenaarslasten met de vruchten van de appartementsrechten in de toekomst maandelijks zal opleveren.
Het onder 4 gevorderde (de buitengerechtelijke incassokosten) - vervolg
De onbetwist gelaten door AD-Bouw gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.575,- zullen worden toegewezen.
De proceskosten
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van AD-Bouw worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
107,32
- griffierecht
€
2.213,00
(€ 2.889,- minus € 676,-)
- salaris advocaat
€
3.035,00
(2,5 punten × € 1.214,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
5.533,32
De gevorderde handelsrente over de proceskosten is niet toewijsbaar. De wettelijke handelsrente is immers enkel van toepassing op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst. De wettelijke rente ex art. 6:119 BW is wel toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals hierna vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De rechtbank
vernietigt de koopovereenkomst van 10 juli 2023 tussen AD-Bouw en [gedaagde] ter zake van de 19 appartementsrechten, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van 19 parkeerplaatsen onder het appartementencomplex aan de [adres] te [plaats] , op grond van dwaling;
veroordeelt [gedaagde] tot (terug)betaling van de koopsom van € 62.000,- aan AD-Bouw, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
verstaat dat AD-Bouw vanwege de vernietiging van de koopovereenkomst de 19 parkeerplaatsen ter beschikking moet stellen aan [gedaagde] ;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van schadevergoeding ad € 22.587,11 (zijnde € 17.793,05 + € 4.794,06), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 1.575,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 5.533,32, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad behoudens het bepaalde in 3.3.,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025.
cb