RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 11531688 \ EZ VERZ 25-62
herstelbeschikking van 23 december 2025
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [plaatsnaam] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. F.E.M. Hoedemakers.
Als belanghebbenden merkt de kantonrechter aan:
[zus 1]
wonende te [plaatsnaam] ,
[zus 2] ,
wonende te [plaatsnaam] ,
[zus 3] ,
wonende te [plaatsnaam] ,
I
[zus 4] ,
wonende te [plaatsnaam] ,
[zus 5] ,
wonende te [plaatsnaam] ,
[broer] ,
wonende te [plaatsnaam] .
Het verzoek betreft de nalatenschap van:
[erflaatster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1934, overleden te [plaatsnaam] op [overlijdensdatum] 2024,
laatstelijk wonende te [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: erflaatster.
1. De beoordeling
Op 19 september 2025 heeft de kantonrechter beschikking gegeven naar aanleiding van het door [verzoekster] in de procedure met het hierboven vermelde zaaknummer ingediende verzoekschrift.
Het is de kantonrechter gebleken dat deze beschikking een kennelijke fout bevat zoals bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die zich leent voor eenvoudig herstel. Bladzijde vier van die beschikking begint namelijk met een verdwaalde zin die overduidelijk niet thuishoort bij en geen onderdeel is van de overweging onder randnummer 4.2. op bladzijde 3 van de beschikking. De betreffende zin maakt ook geen deel uit van de overweging onder randnummer 4.3. op bladzijde 4 van de beschikking.
De kantonrechter heeft [verzoekster] en de belanghebbenden daarom laten weten dat zij voornemens is de beschikking op dit punt ambtshalve te herstellen. Daarbij zijn zij allen in de gelegenheid gesteld zich over dit voornemen uit te laten. Geen van hen heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. De kantonrechter zal nu overgaan tot herstel van de beschikking van 19 september 2025.
2. De beslissing
De kantonrechter:
verbetert voornoemde beschikking in die zin dat de eerste twee regels op bladzijde vier waarin staat “ruimere bevoegdheden van bijvoorbeeld een vereffenaar, zonder de waarborgen die de wet biedt bij overschrijding van die bevoegdheid.” worden doorgehaald
en
bepaalt dat de hiervoor genoemde doorhaling onder vermelding van de datum op de wijze als voorgeschreven in artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt aangetekend op de minuut van de op 19 september 2025 gegeven beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.H.J. Lafghani en in het openbaar
uitgesproken op 23 december 2025.
mjp