ECLI:NL:RBLIM:2025:9135

ECLI:NL:RBLIM:2025:9135, Rechtbank Limburg, 19-09-2025, 11531688 \ EZ VERZ 25-62

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 19-09-2025
Datum publicatie 23-12-2025
Zaaknummer 11531688 \ EZ VERZ 25-62
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2025:12841

Samenvatting

De gemachtigde had verzoekster op de hoogte moeten brengen van de oproep voor de mondelinge behandeling. De kantonrechter gaat ervan uit dat de gemachtigde dit voortaan zal doen. Als de gemachtigde dit niet doet kan dit ertoe leiden dat de kantonrechter bijstand of vertegenwoordiging door de gemachtigde met toepassing van artikel 81 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal weigeren Het verzoek is gegrond op artikel 4:191 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin is bepaald dat de kantonrechter zo lang de nalatenschap nog niet door alle erfgenamen is aanvaard, maatregelen kan voorschrijven die zij tot het behoud van de goederen van de nalatenschap nodig acht. Het moet dan gaan om een ordemaatregel zoals bijvoorbeeld het tijdelijk opdragen van het beheer. Bij het benoemen van een beheerder is enige terughoudendheid geboden, omdat het risico bestaat dat te veel een voorschot genomen wordt op de taken en daarmee samenhangende en ruimere bevoegdheden van bijvoorbeeld een vereffenaar, zonder de waarborgen die de wet biedt bij overschrijding van de bevoegdheid of de taak. Het had op de weg gelegen van de gemachtigde om met verzoekster te bespreken welke verzoeken zij namens haar gaat indienen, om uitleg te geven over de Recofa-richtlijn wat betreft de vaststelling van het salaris en om haar deugdelijk te informeren over het uurtarief dat bij toewijzing van het verzoek voor de diverse werkzaamheden in rekening zal worden gebracht. Daarnaast had het op de weg van de notaris als beoogd beheerder (ook op grond van de tuchtrechtelijke regels die voor hem als notaris gelden) gelegen om verzoekster hierover deugdelijk te informeren. Stelplicht. Het ingeroepen rechtsgevolg betreft niet alleen de benoeming van een beheerder, maar ook de vaststelling dat deze een salaris conform de Recofa-richtlijn in rekening kan brengen. Nog los van het feit dat een verzoek niet toewijsbaar is als niet aan de stelplicht is voldaan, geldt dat het zonder meer in strijd is met de eisen van een goede procesorde om uitsluitend in het petitum van het verzoekschrift gewag te maken van het salaris dat de beheerder voor zijn werkzaamheden wenst te ontvangen. Voor de belanghebbenden, in dit geval zijn dat de overige erfgenamen, is dan onvoldoende duidelijk wat de strekking en inhoud is van dit onderdeel van het verzoek, terwijl zij zich ook hierover een mening moeten kunnen vormen, om te kunnen bepalen of zij al dan niet verweer wensen te voeren tegen toewijzing van het verzoek. NB: in de herstelbeschikking d.d. 23 december 2025 (ECLI:NL:RBLIM:12841 is bepaald dat de eerste twee regels op pagina vier moeten worden doorgehaald.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 11531688 \ EZ VERZ 25-62

Beschikking van de kantonrechter van 19 september 2025

op het verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

verzoekster, hierna te noemen: [verzoekster] , gemachtigde: mr. F.E.M. Hoedemakers.

Als belanghebbenden merkt de kantonrechter aan:

[zus 1]

wonende te [plaatsnaam] ,

[zus 2] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

[zus 3] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

I

[zus 4] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

[zus 5] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

[broer] ,

wonende te [plaatsnaam] .

Het verzoek betreft de nalatenschap van:

[erflaatster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1934, overleden te [plaatsnaam] op [overlijdensdatum] 2024,

laatstelijk wonende te [plaatsnaam] , hierna te noemen: erflaatster.

1. De procedure

Op 6 februari 2025 is een verzoekschrift van [verzoekster] ontvangen.

Op verzoek van de griffier heeft de gemachtigde vervolgens bij brief van 8 april 2025 opgave gedaan van namen en de adressen van de overige erfgenamen van erflaatster.

Zij zijn in deze procedure als belanghebbenden aangemerkt.

Op 3 juli 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden.

Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat beschikking wordt gegeven waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

Erflaatster was ten tijde van haar overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd. Zij heeft zeven kinderen nagelaten, waaronder [verzoekster] .

Erflaatster heeft niet bij uiterste wil over haar nalatenschap beschikt, zodat haar kinderen tot de nalatenschap geroepen zijn. Tot haar overlijden stond het vermogen van erflaatster onder bewind. De dochter van [verzoekster] , kleindochter van erflaatster, mevrouw

[naam X] , was de bewindvoerder.

3. Het geschil

[verzoekster] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, mr.

G.H.M. van Kan, notaris te Beekdaelen, te benoemen tot beheerder van de nalatenschap van erflaatster en daarbij te bepalen dat het salaris van de beheerder wordt vastgesteld conform de Recofa-richtlijnen. Mr. van Kan heeft zich bereid verklaard die benoeming te aanvaarden.

Aan het verzoek heeft [verzoekster] het volgende ten grondslag gelegd. Voor zover bekend bestaat de nalatenschap uit een positief saldo van ongeveer€ 20.000,00. [verzoekster] heeft de uitvaart van erflaatster geregeld. Erflaatster had een uitvaartverzekering, die echter niet kostendekkend is geweest. [verzoekster] heeft als opdrachtgeefster voor de uitvaart het restant betaald, waardoor zij schuldeiser in de nalatenschap is geworden. Ook overigens heeft zij kosten gemaakt in verband met de uitvaart. De vertroebelde familieverhoudingen zorgen bovendien ervoor dat de erfgenamen niet gezamenlijk tot de afwikkeling van de nalatenschap komen. De nalatenschap wordt onbeheerd gelaten. [verzoekster] acht haar belangen onvoldoende gewaarborgd. Zij verzoekt daarom de maatregelen voor te schrijven die de kantonrechter, naar de kantonrechter begrijpt, in het belang van de erfgenamen nodig acht. Van belang is dat de nalatenschap wordt beheerd door een professionele beroepsbeoefenaar. Deze kan een afstammelingenonderzoek doen, vorderingen innen, banktegoeden opnemen, betalingen bij banken doen, (tijdelijke) opslagruimten en kluislokketten openen, de belastingaangiften doen, verschuldigde belastingen betalen, over de tot de nalatenschap behorende goederen beschikken en de schulden van de nalatenschap voldoen. Deze handelingen zijn nodig ten behoeve van het behoud van de goederen van de nalatenschap en om ervoor te zorgen dat de kosten voor de nalatenschap niet zullen oplopen.

[zus 3] heeft laten weten dat zij het ermee eens is dat mr. Van Kan tot beheerder van de nalatenschap wordt benoemd en dat hij de zaken zal afhandelen. De broer van [verzoekster] , [broer] , heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen toewijzing van het verzoek. De overige zussen van [verzoekster] , [zus 1] , [zus 2] , [zus 4] en [zus 5] hebben geen verweer gevoerd tegen toewijzing van het

verzoek.

4. De beoordeling

Procesrechtelijke kwestie

[verzoekster] heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaard dat zij door de gemachtigde niet is geïnformeerd over het feit dat een mondelinge behandeling plaatsvindt en (dus) ook niet over de datum en het tijdstip waarop de mondelinge behandeling is gepland. Zij is door haar broer, die als erfgenaam en belanghebbende, net als de overige erfgenamen is uitgenodigd voor de mondelinge behandeling, hierover geïnformeerd. De gemachtigde heeft desgevraagd niet met zekerheid kunnen zeggen dat [verzoekster] is geïnformeerd over de mondelinge behandeling en de datum en het tijdstip waarop deze plaatsvindt. De gemachtigde heeft verklaard dat zij ervan uit gaat dat [verzoekster] door mr. Van Kan, de beoogd beheerder, is geïnformeerd. [verzoekster] heeft in reactie daarop stellig volgehouden dat dit niet is gebeurd. De kantonrechter ziet daarin aanleiding het volgende te benadrukken.

l. Als een gemachtigde optreedt namens een partij, is enkel deze de contactpersoon voor de griffier. De oproep voor een mondelinge behandeling en de overige correspondentie worden gericht aan de gemachtigde. Het ligt vervolgens op de weg van de gemachtigde om degene die hij vertegenwoordigt, in kennis te stellen van de van de griffier ontvangen stukken. Met andere woorden: de gemachtigde had verzoekster op de hoogte moeten brengen van de oproep voor de mondelinge behandeling.

De kantonrechter gaat ervan uit dat de gemachtigde dit voortaan zal doen. Als de gemachtigde dit niet doet kan dit ertoe leiden dat de kantonrechter bijstand of vertegenwoordiging door de gemachtigde met toepassing van artikel 81 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal weigeren. De kantonrechter komt die bevoegdheid toe in het geval ernstige bezwaren bestaan tegen een gemachtigde die geen advocaat of deurwaarder is. Bij ernstige bezwaren kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het grovelijk veronachtzamen van elementaire fatsoensnormen, onbetrouwbaar gedrag dan wel het evident handelen in strijd met de belangen van de achterliggende partij (onbekwaam gedrag). Van dit laatste is zonder meer sprake in het geval een gemachtigde de partij voor wie hij optreedt, niet informeert over de oproep van de kantonrechter voor een mondelinge behandeling.

Benoeming beheerder

Het verzoek strekt tot benoeming van een beheerder en, in het verlengde daarvan, tot het bepalen van het salaris van die beheerder. Het verzoek is gegrond op artikel 4:191 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin is bepaald dat de kantonrechter zo lang de nalatenschap nog niet door alle erfgenamen is aanvaard, maatregelen kan voorschrijven die zij tot het behoud van de goederen van de nalatenschap nodig acht. Het moet dan gaan om een ordemaatregel zoals bijvoorbeeld het tijdelijk opdragen van het beheer. Bij het benoemen van een beheerder is enige terughoudendheid geboden, omdat het risico bestaat dat te veel een voorschot genomen wordt op de taken en daarmee samenhangende en ruimere bevoegdheden van bijvoorbeeld een vereffenaar, zonder de waarborgen die de wet biedt bij overschrijding van de bevoegdheid of de taak.

ruimere bevoegdheden van bijvoorbeeld een vereffenaar, zonder de waarborgen die de wet biedt bij overschrijding van die bevoegdheid.

In dit geval roepen het verzoek en de onderbouwing daarvan de nodige vragen op. Om die reden heeft de kantonrechter op de voet van het bepaalde in artikel 279 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een mondelinge behandeling bepaald. De kantonrechter zal om proceseconomische redenen echter eerst het onderdeel van het verzoek beoordelen dat ertoe strekt dat het salaris van de beheerder met toepassing van de Recofa­ richtlijn (dit is een richtlijn die is opgesteld door rechters-commissaris in faillissementen en surseance van betaling, die onder andere bepalingen over de vaststelling van het salaris van curatoren in faillissementen bevat) wordt vastgesteld.

Het salaris van de beheerder

De kantonrechter stelt vast dat over dit onderdeel van het verzoek niets is gesteld. De kantonrechter heeft [verzoekster] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling daarom hierover bevraagd. [verzoekster] heeft daarop verklaard dat zij tijdens het gesprek met de voorgestelde beheerder, mr. Van Kan, niet is geïnformeerd over het feit dat onderdeel is van het verzoek dat wordt bepaald dat hij als beheerder een salaris conform de tarieven in de Recofa-richtlijn in rekening mag brengen. Ook heeft zij verklaard dat zij niet is geïnformeerd over de uurtarieven die in dit kader in rekening zullen worden gebracht voor de uit te voeren werkzaamheden. De gemachtigde heeft desgevraagd verklaard dat zij [verzoekster] niet hierover heeft geïnformeerd. Zij is, zo heeft zij verklaard, ervan uitgegaan dat mr. Van Kan [verzoekster] tijdens het gesprek hierover heeft geïnformeerd. Ook voor dit punt geldt net als voor de kwestie aangaande de oproeping voor de mondelinge behandeling, dat [verzoekster] vervolgens heeft volhard in haar stelling dat zij in het geheel niet hierover is geïnformeerd.

De kantonrechter heeft [verzoekster] daarom voorgehouden wat dit onderdeel van het verzoek concreet betekent, te weten dat namens haar is verzocht dat voor ieder door mr. Van Kan als beoogd beheerder gewerkt uur een bedrag van € 517,01 inclusief btw aan salaris in rekening gebracht mag worden en, gelet op de tijdens de mondelinge behandeling door de gemachtigde genoemde ervaringsjaren van de ten kantore van mr. Van Kan werkzame juristen, minimaal € 387,76 inclusief btw per uur voor andere juristen die namens mr. Van Kan aan de zaak werken. In reactie daarop heeft [verzoekster] uitdrukkelijk verklaard dat zij hiermee niet instemt. Het maken van dergelijke hoge kosten is absoluut niet haar bedoeling geweest, mede gezien de omvang en samenstelling van de nalatenschap die bestaat uit een banksaldo van € 20.000,00, zo heeft zij verklaard. Daarbij heeft zij ook verklaard dat haar zussen, die niet bij de mondelinge behandeling aanwezig waren, het hiermee ook niet eens zullen zijn.

De kantonrechter is van oordeel dat het op de weg had gelegen van de gemachtigde om met [verzoekster] te bespreken welke verzoeken zij namens haar gaat indienen, om uitleg te geven over de Recofa-richtlijn wat betreft de vaststelling van het salaris en om haar deugdelijk te informeren over het uurtarief dat bij toewijzing van het verzoek voor de diverse werkzaamheden in rekening zal worden gebracht. Ook dient de gemachtigde zich ervan te vergewissen dat voor degene voor wie zij optreedt, [verzoekster] in dit geval, duidelijk is wat een en ander inhoudt en dat deze hiermee instemt. Vast staat dat de gemachtigde dit niet heeft gedaan. Dat heeft zij immers zelf verklaard. De kantonrechter gaat ervan uit dat zij dit voortaan wel zal doen. Ook hier geldt dat als dit niet gebeurt, dit een grond voor weigering op de voet van artikel 81 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan opleveren.

Daarnaast had het op de weg van mr. Van Kan als beoogd beheerder (ook op grond van de tuchtrechtelijke regels die voor hem als notaris gelden) gelegen om [verzoekster] hierover deugdelijk te informeren. Hoe het gesprek met mr. Van Kan is verlopen, kan de kantonrechter niet vaststellen. De kantonrechter heeft mr. Van Kan ook niet hierover kunnen horen, omdat hij niet bij de mondelinge behandeling aanwezig was. Hoe dan ook, het is gelet op de reactie van [verzoekster] tijdens de mondelinge behandeling in ieder geval duidelijk dat [verzoekster] tot op dat moment niet bekend was met de Recofa-richtlijn en de bijbehorende uurtarieven en dat zij niet op de hoogte wat van wat dit concreet betekent voor haar verzoek. Ten slotte staat vast dat deze salarisvaststelling niet haar goedkeuring draagt.

Hetzelfde geldt voor de broer van [verzoekster] . Hij heeft verweer gevoerd tegen toewijzing van het verzoek, mede vanwege de kosten die met benoeming van een beheerder gepaard gaan. Daarmee komt de kantonrechter toe aan een andere procesrechtelijke kwestie. In het verzoekschrift is niets gesteld over dit onderdeel van het verzoek. In reactie op de vraag wat maakt dat in het verzoekschrift niets is gesteld over dit onderdeel van het verzoek, heeft de gemachtigde verklaard dat dat niet passend lijkt.

Daarmee miskent (de gemachtigde van) [verzoekster] de op [verzoekster] rustende stelplicht. Zij dient immers de feiten en omstandigheden te stellen die de door haar ingeroepen rechtsgevolgen kunnen dragen. Het ingeroepen rechtsgevolg betreft niet alleen de benoeming van een beheerder, maar ook de vaststelling dat deze een salaris conform de Recofa-richtlijn in rekening kan brengen. Nog los van het feit dat een verzoek niet toewijsbaar is als niet aan de stelplicht is voldaan, geldt dat het zonder meer in strijd is met de eisen van een goede procesorde om uitsluitend in het petitum van het verzoekschrift gewag te maken van het salaris dat de beheerder voor zijn werkzaamheden wenst te ontvangen. Voor de belanghebbenden, in dit geval zijn dat de overige erfgenamen, is dan onvoldoende duidelijk wat de strekking en inhoud is van dit onderdeel van het verzoek, terwijl zij zich ook hierover een mening moeten kunnen vormen, om te kunnen bepalen of zij al dan niet verweer wensen te voeren tegen toewijzing van het verzoek.

Intrekking van het verzoek

De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling na bespreking van de salariskwestie geschorst om [verzoekster] , die inmiddels enkele keren had verklaard niet meer achter haar verzoek te staan, in de gelegenheid te stellen om zich te beraden over de vraag of zij haar verzoek al dan niet wilde handhaven. Na hervatting heeft [verzoekster] verklaard dat zij haar verzoek intrekt.

De kantonrechter vat dit op als een vermindering daarvan tot nihil. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. Nu de belanghebbenden geen kosten hebben gemaakt voor het voeren van verweer, heeft de kantonrechter geen aanleiding gezien om hen vóór het geven van deze beschikking te informeren over de intrekking.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.H.J. Lafghani en in het openbaar uitgesproken. mjp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JERF Actueel 2026/3 Notamail 2026/7 Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/31
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?