ECLI:NL:RBMNE:2017:6372

ECLI:NL:RBMNE:2017:6372, Rechtbank Midden-Nederland, 05-12-2017, UTR 17/523

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 05-12-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer UTR 17/523
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2018:2589
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 3 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005291 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011468

Samenvatting

Eiser heeft op grond van artikel 35 van de Wpg verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. De rechtbank beoordeelt allereerst ambtshalve of eiser ontvangen kan worden in zijn beroep, nu hij de machtiging aan zijn gemachtigde en het beroepschrift digitaal heeft ondertekend. Naar het oordeel van de rechtbank moet van geval tot geval beoordeeld worden of er aanleiding bestaat voor twijfel over wie het beroepschrift en/of de machtiging heeft ondertekend en over eisers instemming met de door de gemachtigde namens hem verrichte handelingen. In deze zaak ziet de rechtbank geen reden voor twijfel. Ter zitting hebben eiser en zijn gemachtigde uiteengezet hoe, in hun geval, de digitale handtekening geplaatst wordt. De gemachtigde stuurt de machtiging waarop de handtekening moet worden geplaatst per e-mail aan eiser toe. Eiser plaatst daarop een (eerder) ingescande handtekening en stuurt de machtiging vervolgens per e-mail aan zijn gemachtigde retour. De rechtbank ziet geen beletsel om de ondertekening van de machtiging op deze wijze in dit geval acceptabel te achten. Voor het beroepschrift met de digitaal geplaatste, dus ingescande, handtekening van de gemachtigde van eiser geldt hetzelfde. Verder neemt de rechtbank nog in aanmerking dat uit eisers verklaring ter zitting volgt dat de gemachtigde de door hem opgestelde stukken eerst aan eiser toezendt en dat deze pas aan derden worden verzonden nadat eiser daarmee heeft ingestemd. Voor niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bestaat dan ook geen aanleiding. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiser misbruik van recht maakt. Het geheel aan feiten en omstandigheden dat verweerder daaraan ten grondslag heeft gelegd, rechtvaardigt deze conclusie niet. De rechtbank doet een tussenuitspraak en stelt verweerder in de gelegenheid het gebrek te herstellen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 5 december 2017 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 17/523-T

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal, verweerder

(gemachtigden: mr. H.K.C. van Nijnanten en mr. W. Mijnders).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2016 (het primaire besluit] heeft verweerder eisers verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) gedeeltelijk ingewilligd.

Bij besluit van 20 december 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

Beslissing

De rechtbank:

- draagt verweerder op binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter-Rijksen, voorzitter, en mr. R.J. Praamstra en mr. O. Veldman, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. G.A. Bouter-Rijksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RZA 2018/11
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?