ECLI:NL:RBMNE:2018:2589

ECLI:NL:RBMNE:2018:2589, Rechtbank Midden-Nederland, 04-06-2018, UTR 17/ 523 E

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 04-06-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer UTR 17/ 523 E
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBMNE:2017:6372
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005291 BWBR0005537 BWBR0011468

Samenvatting

Verwerking persoonsgegevens, VNG-forum art 35 Wbp Eiser heeft verweerder verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Tussen partijen is alleen nog in geschil of verweerder persoonsgegevens van eiser heeft verwerkt op het VNG-forum en of verweerder ‘verantwoordelijke’ is in de zin van artikel 1 Wbp. Naar het oordeel van de rechtbank is niet verweerder, maar de VNG de verantwoordelijke voor het forum. Ook van een gedeelde verantwoordelijkheid is geen sprake. Dit neemt echter niet weg dat verweerder verantwoordelijke is voor wat hij op het forum plaatst. De rechtbank acht echter onvoldoende aannemelijk geworden dat verweerder persoonsgegevens van eiser op het forum heeft verwerkt. Eiser heeft dit niet onderbouwd, terwijl hij hiertoe wel in staat moet worden geacht, omdat de VNG is tegemoet gekomen aan zijn inzageverzoek van zijn persoonsgegevens op het forum. Verweerder was ook niet gehouden om een back-up van de op het forum geplaatste berichten op te vragen bij de VNG.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juni 2018 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 17/523

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal, verweerder

(gemachtigden: mr. H.K.C. van Nijnanten en mr. W. Mijnders).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) gedeeltelijk ingewilligd.

Bij besluit van 20 december 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Bij tussenuitspraak van 5 december 2017 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Bij tweede tussenuitspraak van 18 januari 2018 (de verlengingsuitspraak) heeft de rechtbank de termijn die zij verweerder heeft gegeven om het gebrek te herstellen, verlengd tot vier weken na verzending van de verlengingsuitspraak.

Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak op 30 januari 2018 een nieuw besluit genomen (bestreden besluit 2). Daarbij heeft hij het bezwaar van eiser alsnog ontvankelijk en ongegrond verklaard.

Eiser heeft hierop een schriftelijke zienswijze (de zienswijze) gegeven. Bij brief van 16 maart 2018 heeft verweerder hierop gereageerd.

Op 23 april 2018 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter-Rijksen, voorzitter, en mr. R.J. Praamstra en mr. O. Veldman, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2018.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraken kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

BIJLAGE

Relevante bepalingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens

Geldend op 30 januari 2018

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…)b. verwerking van persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens; (…)

d. verantwoordelijke: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of ieder ander die of het bestuursorgaan dat, alleen of tezamen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt; (…)

f. betrokkene: degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft; (…).

Artikel 35

1. De betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken mee of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt.

2. Indien zodanige gegevens worden verwerkt, bevat de mededeling een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.

3. Voordat een verantwoordelijke een mededeling doet als bedoeld in het eerste lid, waartegen een derde naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt hij die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien de mededeling gegevens bevat die hem betreffen, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.

4. Desgevraagd doet de verantwoordelijke mededelingen omtrent de logica die ten grondslag ligt aan de geautomatiseerde verwerking van hem betreffende gegevens.

Artikel 49

1. Indien iemand schade lijdt doordat ten opzichte van hem in strijd wordt gehandeld met de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften zijn de volgende leden van toepassing, onverminderd de aanspraken op grond van andere wettelijke regels.

2. Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.3. De verantwoordelijke is aansprakelijk voor de schade of het nadeel, voortvloeiende uit het niet-nakomen van de in het eerste lid bedoelde voorschriften. De bewerker is aansprakelijk voor die schade of dat nadeel, voor zover ontstaan door zijn werkzaamheid.

4. De verantwoordelijke of de bewerker kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van deze aansprakelijkheid, indien hij bewijst dat de schade hem niet kan worden toegerekend.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. G.A. Bouter-Rijksen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JBP 2018/68 Module Privacy & AVG 2019/1280
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?