RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16/251560-24 en 16/221216-22 (vord. tul)
Vonnis tot herstel van het op 17 april 2026 uitgesproken vonnis van de rechtbank Midden-Nederland
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [2003] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] , [woonplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] .
1. Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld
Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van voormeld vonnis een fout bevat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2). Bij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] is namelijk bij vergissing de naam van een andere benadeelde partij, [benadeelde 2] , genoemd. Gebleken is dat door deze kennelijke misslag in het dictum de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij niet kan worden geëxecuteerd. Het gaat hier om een onmiddellijk kenbare fout, die zich leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank zal ten behoeve van de executie van die beslissing het eerder uitgesproken vonnis herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.
2. De beslissing
De rechtbank:
- handhaaft haar beslissing van 17 april 2026, met herstel van een kennelijke misslag in het dictum als volgt en wijzigt:
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2)
€ 2.357,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 33 dagen gijzeling;
in:
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 2)
€ 2.357,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 21 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- indien de verdachte niet betaalt, wordt de betalingsverplichting aangevuld met 33 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 17 april 2026 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de raadsman, de officier van justitie en de benadeelde partij.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Piet, voorzitter, mrs. A.J. Reitsma en
J.A. Koorevaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.Z. Turan als griffier.
Mrs. A.J. Reitsma en S.Z. Turan zijn buiten staat dit herstelvonnis te ondertekenen.