RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/617267 / KG ZA 26-546
Vonnis in kort geding van 16 september 2026 op het verzoek tot herstel
in de zaak van
[eisende partij] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaten: mrs. B.S. Nonnekes en D. Andringa
tegen
[gedaagde partij] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
niet verschenen.
1. Het verzoek tot verbetering en de boordeling daarvan
Op 15 september 2026 heeft [eisende partij] de voorzieningenrechter verzocht om verbetering van het op 15 september 2026 in deze zaak gewezen verstekvonnis. Er zou sprake zijn van een kennelijke verschrijving, omdat in de punten 5.3 en 5.4 van het dictum wordt verwezen naar punt 5.1, terwijl er moet worden verwezen naar punt 5.2..
Er is inderdaad sprake van een kennelijke verschrijving (duidelijke vergissing). Dat volgt uit de tekst van de punten 5.3. en 5.4. van het verstekvonnis. Deze kennelijke verschrijving zal daarom op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden verbeterd.
2. De beslissing
De voorzieningenrechter
bepaalt dat randnummer 5.3. van het op 15 september 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:
“ bepaalt dat het in 5.1. genoemde verbod geldt voor een periode van 1 jaar te rekenen vanaf de datum van dit vonnis,
wordt gewijzigd in
“ bepaalt dat het in 5.2. genoemde verbod geldt voor een periode van 1 jaar te rekenen vanaf de datum van dit vonnis”,
bepaalt dat randnummer 5.4. van het op 15 september 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:
“ veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere keer dat zij niet aan het in 5.1. genoemde verbod voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
wordt gewijzigd in
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere keer dat zij niet aan het in 5.2. genoemde verbod voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 16 september 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 15 september 2026,
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 15 september 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op16 september 2026.
4374