RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10246455 CV EXPL 22-5932 / TvW
Uitspraakdatum: 1 februari 2023
Verstekvonnis in de zaak van:
[eiseres]
te [woonplaats]
de eisende partij
gemachtigde: mr. S. Yadegari
toevoeging nummer: 4PH4448
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
De beoordeling
De eisende partij vordert, onder anderen, primair “verklaring voor recht dat de overeenkomst van aanneming van werk te ontbinden per datum dat uit de proceshouding van de gedaagde partij gebleken is dat aanmaning onnuttig zou zijn met bepaling tot terugbetaling van de vergoedingen van de eisende partij aan de gedaagde partij.”
De kantonrechter neemt aan dat de eisende partij hiermee een vordering wenst in te stellen tot ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst tot aanneming van werk. Omdat een overeenkomst niet met terugwerkende kracht kan worden ontbonden zal de tussen partijen bestaande overeenkomst per heden worden ontbonden. De door de eisende partij gevorderde terugbetaling van de vergoeding zal worden afgewezen omdat niet gesteld of gebleken is dat door de eisende partij aan de gedaagde partij een vergoeding is betaald.
De (primair) gevorderde veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 36,74 voor aangetekende postverzending zal worden afgewezen. Deze kosten worden geacht te zijn begrepen in de buitengerechtelijke incassokosten.
De gevorderde vergoeding van de door de eisende partij geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat, zal eveneens worden afgewezen. De door de eisende partij aangevoerde feiten en omstandigheden wettigen niet de conclusie dat door de eisende partij schade is geleden en dat deze bovendien nog niet (voldoende) kan worden vastgesteld. De kantonrechter is daarom van oordeel dat voor een veroordeling van de gedaagde partij tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, geen plaats is.
De gevorderde rente zal worden toegewezen zoals hierna vermeld.
De (primaire) vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De eisende partij procedeert op een toevoeging. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de explootkosten niet mogelijk.
De eisende partij vordert daarnaast veroordeling van de gedaagde partij in de nakosten. Volgens vaste rechtspraak levert een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel op. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten omvat dus een veroordeling tot betaling van de nakosten. De kantonrechter zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden.
De beslissing
De kantonrechter:
verklaart voor recht dat de gedaagde partij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met de eisende partij;
verklaart voor recht dat uit de (proces)houding van de gedaagde partij voor de eisende partij in voldoende mate is gebleken dat een (nadere) aanmaning c.q. ingebrekestelling nutteloos zou zijn geweest;
ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst van aanneming van werk;
bepaalt dat de eisende partij gerechtigd is een derde de auto te doen herstellen en veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van de kosten daarvan ad. € 1.936,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van verzuim van de gedaagde partij tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 351,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 december 2022 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 86,00 wegens griffierecht en
€ 199,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.