ECLI:NL:RBNHO:2025:8518

ECLI:NL:RBNHO:2025:8518, Rechtbank Noord-Holland, 25-06-2025, 11092043 \ CV EXPL 24-2834

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 25-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11092043 \ CV EXPL 24-2834
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

CELEX:32004R0261 EU:32004R0261

Samenvatting

Hoewel de keuze van de vervoerder om op passagiers te wachten hem in beginsel niet ontslaat van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren, heeft de vervoerder in dit geval voldoende aannemelijk gemaakt dat afladen van bagage van de niet-verschenen passagiers net zoveel vertraging zou hebben veroorzaakt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11092043 \ CV EXPL 24-2834

Uitspraakdatum: 25 juni 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],beiden wonende te [plaats],

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (Aviclaim)rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Singapore Airlines Ltd

gevestigd te Singapore (Singapore)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J.J. Croon

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 april 2022 vervoeren van Amsterdam via Singapore (Singapore) naar Ngurah Rai (Indonesië), met vluchten SQ323 en SQ938.

De vlucht van Amsterdam naar Singapore (SQ323, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht SQ938 gemist. Zij zijn omgeboekt naar vlucht SQ944, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vlucht voor de duur van 2 uur en 40 minuten is veroorzaakt door een groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol, en voor 35 minuten door een late tow truck.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol. Hierdoor ontstonden er extreem lange wachtrijen met vertrekkende passagiers. Als gevolg van het niet op tijd door Schiphol afhandelen van de vertrekkende passagiers bij de security check, kwamen veel passagiers te late aan bij de gate voor hun vlucht. Hoewel de (operationele) keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten hem in beginsel niet ontslaat van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren, heeft de vervoerder in dit geval voldoende aannemelijk gemaakt dat afladen van bagage van de niet-verschenen passagiers net zoveel (of zelfs meer) vertraging zou hebben veroorzaakt. Het afladen van ruim 50 stuks bagage zou er namelijk ten eerste toe hebben geleid dat er opnieuw een gewichtsverdelingsberekening van de vlucht gemaakt zou moeten worden, omdat zoveel bagage verwijderen invloed heeft op de belading van de vlucht. Bovendien is de vervoerder voor het afladen van bagage afhankelijk van de faciliteiten van de luchthaven, en had ook de grondafhandeling van Schiphol op de datum van de vlucht te kampen met congestieproblemen. Dit heeft niet alleen tot lange wachtrijen bij het afladen van bagage geleid (meerdere vliegtuigen wilde tegelijk bagage geoffload hebben), maar zorgde er ook voor dat de planning voor het afduwen van vliegtuigen niet meer kon worden nagekomen. De late aankomst van de tow truck is daarvan (eveneens) het directe gevolg geweest. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.

De vertraging van de vlucht is vervolgens nog met acht minuten opgelopen door tegenwind. Gesteld noch gebleken is dat de passagiers de aansluitende vlucht evengoed hadden gemist indien enkel deze (niet buitengewone) vertraging zich had voorgedaan.

De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht naar Ngurah Rai. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers. Daarbij worden zij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand