ECLI:NL:RBNNE:2026:975

ECLI:NL:RBNNE:2026:975

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer 18/285502-23
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNNE:2026:976

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het meermalen plegen van afpersing en afdreiging en het medeplegen van witwassen. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 8 maanden en een taakstraf van 240 uur. De raadsman heeft gepleit voor bewijsuitsluiting wegens vormverzuimen

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 maart 2026.

Verdachte is niet verschenen, maar vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman mr. G. Meijer, advocaat te Veendam.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Broekstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2022 tot en met 15 maart 2023 te Hoogezand, althans Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meerdere anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5] en/of

[slachtoffer 6] en/of

[slachtoffer 7] en/of

[slachtoffer 8] ,

heeft gedwongen tot de afgifte van 1.310, althans één of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan voornoemde personen en/of een derde toebehoorde(n),

door zich voor te als [nickname verdachte] en/of als lid van motorclub [motorclub] en/of door:

- berichten via Whatsapp te versturen met teksten en/of te bellen en teksten te spreken als: “op de gok langskomen?” en/of

“het kan op de moeilijke of op de makkelijke manier opgelost worden” en/of “hij wil dat we langskomen” en/of

“met ellende aan de deur komen?” en/of “vriend wat wil je nou dan?” en/of

althans woorden te uiten van gelijke aard en/of strekking, en/of

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks 17 mei 2022 tot en met 15 maart 2023 te Hoogezand, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5] en/of

[slachtoffer 6] en/of

[slachtoffer 7] en/of

[slachtoffer 8] ,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van

gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten 1310, althans één of meerdere geldbedragen, door door zich voor te als [nickname verdachte] en/of als lid van motorclub [motorclub] en/of door:

- berichten via Whatsapp te versturen met teksten en/of te bellen en teksten te spreken als: “op de gok langskomen?” en/of

“het kan op de moeilijke of op de makkelijke manier opgelost worden” en/of “hij wil dat we langskomen” en/of

“met ellende aan de deur komen?” en/of “vriend wat wil je nou dan?” en/of

althans woorden te uiten van gelijke aard en/of strekking, en/of

2.

hij in of omstreeks 13 tot en met 21 juni 2022 te Hoogezand, althans in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim

[slachtoffer 9] , en/of [slachtoffer 10]

heeft gedwongen tot afgifte van enig goed, te weten 200, althans één of meerdere geldbedragen, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] , en/of aan een derde toebehoorde door te dreigen met:

3.

hij in of omstreeks 17 mei 2022 tot en met 15 maart 2023, te Hoogezand, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

27.298,-, althans een of meer voorwerpen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

De goederen die bij de doorzoeking in beslag zijn genomen, het onderzoek aan de telefoon van verdachte en het verhoor van verdachte dienen uitgesloten te worden van het bewijs aangezien dit bewijs op onrechtmatige wijze verkregen is.

Op het moment dat de woning van verdachte doorzocht wordt, was hij nog niet aangemerkt als verdachte voor de feiten die in tenlastelegging van de dagvaarding staan vermeld.. Dat betekent dat de politie beperkte onderzoeksbevoegdheden heeft. Vervolgens wordt in het kader van een drugsonderzoek een machtiging tot doorzoeking afgegeven voor de woning van verdachte. Het was nadrukkelijk niet de bedoeling dat op basis van de afgegeven machtiging actief zou worden gezocht naar spullen die relevant zijn voor onderhavige zaak. Dat is echter wel gebeurd. In het kader van het drugsonderzoek wordt in de woning niets gevonden, maar met betrekking tot onderhavige zaak worden een telefoon, verpakkingen van Lebara simkaarten en handgeschreven lijsten met telefoonnummers in beslag genomen. Dit beslag is daarom op onrechtmatige wijze verkregen.

De inbeslaggenomen telefoon van verdachte wordt vervolgens met toestemming van de officier van justitie uitgelezen. Voor het uitlezen van de telefoon was echter toestemming van de rechter-commissaris vereist. Het onderzoek aan de telefoon is derhalve ook om die reden onrechtmatig.

Tot slot dient de verklaring van verdachte, die grotendeels is afgelegd nadat verdachte met het onrechtmatig verkregen bewijs was geconfronteerd, ook uitgesloten te worden van het bewijs.

Voorgaande dient te leiden tot vrijspraak voor alle feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Mocht de rechtbank niet tot bewijsuitsluiting komen dan kan verdachte met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde enkel veroordeeld worden voor de feiten gepleegd ten aanzien van aangevers [slachtoffer

6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Verdachte heeft aangegeven dat hij er in is gerold via medeverdachte [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] weet ook veel details over hoe er bij de afpersingen te werk is gegaan. Dit kan goed betekenen dat beide verdachten elk hun eigen handeltje beheerden en dat verdachte dus alleen verantwoordelijk is voor de feiten waarbij gebruik is gemaakt van de bankrekeningen van mevrouw [medeverdachte 2] en de heer [medeverdachte 3] . Er is geen bewijs dat verdachte de grote man was achter de afpersingen. Zijn verklaring dat hij enkel telefoonnummers verzamelde en simkaarten aan anderen gaf in ruil voor drugs, wordt bevestigd door de handgeschreven lijsten met telefoonnummers die bij de doorzoeking zijn aangetroffen en het feit dat er alleen maar lege verpakkingen van simkaarten zijn aangetroffen en niet de simkaarten zelf.

Verdachte dient vrijgesproken te worden van het onder 2 ten laste gelegde wegens een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Het enige bewijsmiddel ten aanzien van dit feit is de verklaring van [medeverdachte 1] .

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde kan ten aanzien van de ruim 26.000,00 die op de bankrekening van [medeverdachte 1] is gestort niet concreet vastgesteld worden dat dat gehele bedrag van misdrijf afkomstig is. Bovendien kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Ten aanzien van verdachte kan enkel bewezen worden dat hij de bedragen die op de bankrekeningen van mevrouw [medeverdachte 2] en de heer [medeverdachte 3] zijn gestort, heeft witgewassen. Dit gaat om 1.410,00.

Oordeel van de rechtbank

Vormverzuimen

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de goederen die bij de doorzoeking van de woning van verdachte in beslag zijn genomen, het onderzoek aan de telefoon van verdachte en het verhoor van verdachte moeten worden uitgesloten van het bewijs aangezien dit bewijs op onrechtmatige wijze verkregen is. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Op basis van het strafdossier stelt de rechtbank vast dat de machtiging voor het doorzoeken van de woning van verdachte is afgegeven in het kader van een drugsonderzoek. Tijdens de doorzoeking wordt in de woonkamer een telefoon aangetroffen onder de bank op de plek waar verdachte zat op het moment dat de politie de woning binnentrad. De politie ziet dat de telefoon aan staat en dat deze niet vergrendeld is.

Wanneer de politie het beeldscherm aanraakt, zien zij een account “ [account] ”. In overleg met de officier van justitie wordt de telefoon in beslag genomen. De rechtbank is van oordeel dat de inbeslagname van de telefoon rechtmatig is geweest. De doorzoeking was immers onder andere gericht op het in beslag nemen van gegevensdragers, wat ook gebruikelijk is in het geval van een drugsonderzoek. De politie mocht de telefoon oppakken en zij waren ook bevoegd om te kijken of de telefoon aanstond en of deze vergrendeld was. Op het moment dat zij bevindingen doen die betrekking hebben op verdenking van andere strafbare feiten, heeft de politie op basis van artikel 96 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) de bevoegdheid om de telefoon in beslag te nemen. De politie is daarna verder gegaan met de doorzoeking. De doorzoeking lijkt dan echter vervolgens (mede) betrekking te hebben op verdenking van de feiten zoals in de tenlastelegging staan vermeld. De politie had daarvoor echter de rechter-commissaris moeten vragen om een uitbreiding van de machtiging. Dit hebben zij nagelaten. Daardoor is de doorzoeking vanaf dat moment onrechtmatig. Dit maakt dat er een vormverzuim kleeft aan het aantreffen en in beslag nemen van de verpakkingen van de Lebara simkaarten en de handgeschreven notities. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze vondsten uitgesloten dienen te worden van het bewijs.

Met betrekking tot het onderzoek aan de telefoon is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat er sprake is van een vormverzuim. In het Landeck-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geconcludeerd dat, indien een meer dan beperkte inbreuk is te voorzien op de persoonlijke levenssfeer, de rechter-commissaris moet beslissen over de vraag of dat onderzoek aan op een telefoon aanwezige gegevens mag worden uitgevoerd. In onderhavige zaak viel bij het onderzoek aan de telefoon een meer dan beperkte inbreuk te voorzien op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Hoewel het Landeck-arrest nog niet was gewezen ten tijde van het onderzoek aan deze telefoon, gaat het niet om nieuw recht, maar om uitleg van reeds bestaand recht. De toestemming van de officier van justitie was daarom niet toereikend; de

rechter-commissaris had toestemming moeten geven, voordat dit onderzoek mocht worden uitgevoerd.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of aan dit vormverzuim rechtsgevolgen moeten worden verbonden, en zo ja welke. Bij beantwoording van die vraag moet rekening worden gehouden met de in artikel 359a lid 2 Sv genoemde factoren, namelijk het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

Hoewel een schending van de persoonlijke levenssfeer van verdachte onder omstandigheden een voldoende concreet nadeel kan opleveren, neemt de rechtbank in aanmerking dat de aard van het feit een onderzoek aan de telefoon rechtvaardigde. Indien de machtiging van de rechter-commissaris (op juiste wijze) zou zijn aangevraagd, zou deze naar alle waarschijnlijkheid zijn verkregen. Verdachte is derhalve door het vormverzuim niet in een nadeliger positie geraakt ten opzichte van de situatie dat dit verzuim niet zou zijn begaan. Daarom komt de rechtbank tot het oordeel dat vanwege het ontbreken van enig daadwerkelijk nadeel bewijsuitsluiting geen gerechtvaardigd rechtsgevolg van dit vormverzuim is, zodat de rechtbank volstaat met de constatering van het vormverzuim.

Tot slot ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om de verklaring van verdachte uit te sluiten van het bewijs.

Bewijsmiddelen

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

Tussen 31 mei 2022 en 28 maart 2023 doen meerdere mensen aangifte van onder andere afpersing en/of afdreiging.

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 17 mei 2022 werd gebeld op zijn mobiele telefoon. Hij kreeg een man aan de lijn die tegen hem zei dat er prostituees waren besteld met zijn telefoonnummer en dat hij vervolgens niet is op komen dagen. De man zou dit probleem voor aangever op kunnen lossen als hij zou voldoen aan een Tikkie betaalverzoek. Nadat het gesprek was beëindigd, kreeg aangever van hetzelfde nummer een bericht op WhatsApp. De profielfoto op WhatsApp was het logo van de motorclub [motorclub] . De afzender stuurde een Tikkie van 150,00. Aangever heeft deze betaald. De tegenrekening was [bankrekeningnummer 1] . De volgende dagen kreeg aangever meerdere berichten van hetzelfde telefoonnummer en van twee andere telefoonnummers, onder andere:

“Vriend, heb je echt liever ellende aan de deur dan die 50eu nog ff oplossen? Dan zijn we er rond 2115 uur... Of ik stuur je een tikkie en alles is klaar en opgelost”

“Yo.. Hier [nickname verdachte] , de baas zelf..”

“Heb je liever echt ellende aan de deur?”

“Nogmaals, hoor ik morgen voor 12uur niets, doen we de moeilijke manier” “Als je liever ellende aan de deur hebt dan ff oplost, prima”

Omdat aangever bang was dat de afzender hem of zijn vriendin thuis op zou komen zoeken, heeft hij vijf Tikkies betaald. In totaal heeft hij op deze wijze 450,00 overgemaakt naar het rekening nummer [bankrekeningnummer 1] .2

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij in de avond van 20 op 21 mei 2022 heeft gechat met een meisje via de website chatgirl.nl. Aangever heeft het meisje zijn telefoonnummer gegeven. Vervolgens is het gesprek verder gegaan via WhatsApp. De volgende dag kreeg hij WhatsApp berichten waarin stond dat hij geld over moest maken omdat hij iemand besteld zou hebben. Aangever moest een Tikkie van 100,00 betalen en anders zouden ze langskomen. De afzender had een profielfoto van een motorclub. Aangever heeft vervolgens betaald. Het geld is overgeboekt naar rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] op naam van [medeverdachte 1] . Vervolgens heeft aangever van een ander telefoonnummer een soortgelijk bericht ontvangen. Deze afzender had dezelfde profielfoto. Aangever heeft daarop wederom een Tikkie van 100,00 betaald. Dit geld is naar hetzelfde rekeningnummer gegaan.3

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij wel eens op de website chatgirl.nl en kinky.nl zit. Op 8 juni 2022 heeft aangever een WhatsApp bericht gekregen waarin stond dat hij vrouwen zou hebben lastiggevallen. De afzender heeft aangegeven dat hij een bekende was uit de motorclub wereld en dat aangever bezoek zou krijgen als hij niet betaalde. Aangever heeft vervolgens een Tikkie van 100,00 betaald. Het geld is overgemaakt naar de bankrekening [bankrekeningnummer 1] .4

Aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij wel eens afspraken met vrouwen maakte via de website kinky.nl. Op 21 juni 2022 kreeg aangever opeens een bericht van een voor hem onbekend telefoonnummer. In dit bericht stond dat aangever drie prostituees lastig zou hebben gevallen en dat hij 150,00 moest betalen. Vervolgens kreeg aangever meerdere dreigende berichten. De afzender noemde zichzelf [nickname verdachte] en stuurde berichten vanuit zijn motorclub [motorclub] . De persoon die aangever een Tikkie heeft gestuurd, heet [medeverdachte 1] .5

Aangever [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij op 5 december 2022 een WhatsApp bericht ontving van een telefoonnummer dat hij had gekregen via chatgirl.nl. De afzender zei tegen aangever dat hij zijn

huwelijk kapot kon maken. Als aangever hem geld zou betalen, zou hij hem met rust laten. Hierop kreeg aangever een Tikkie voor 50,00. In de dagen daarna bleef de afzender om geld vragen. In totaal heeft aangever 1.160,00 overgemaakt naar bankrekening [bankrekeningnummer 2] op naam van [medeverdachte 2] .6

Aangever [slachtoffer 7] heeft verklaard dat hij eind januari 2023 via de website kinky.nl een afspraak probeerde te maken met een vrouw. Deze afspraak is uiteindelijk niet doorgegaan. Op 3 februari 2023 kreeg hij een WhatsApp bericht van een onbekend nummer. Hierin stond dat hij nog geld moest betalen voor de afspraak die hij had gemaakt. Aangever moest een Tikkie van 150,00 betalen. Als hij dat niet deed, zou er van alles over hem openbaar gemaakt worden. Aangever heeft vervolgens 100,00 overgemaakt. Dit geld is doorgezet naar de bankrekening [bankrekeningnummer 3] op naam van [medeverdachte 3] . Later kreeg aangever een bericht dat hij nog 50,00 moest bijbetalen. Om eraf te zijn, heeft aangever het geld overgemaakt. Dit geld is doorgezet naar de bankrekening [bankrekeningnummer 4] op naam van [medeverdachte 2] . Enkele dagen later, op 8 februari 2023, kwam er een man bij aangever aan de deur. Deze man zei dat hij namens zijn baas kwam, dat aangever meisjes lastig had gevallen en dat hij daarom nog 50,00 moest betalen. Aangever heeft hem vervolgens 50,00 contant gegeven. De man stapte daarna in aan de bijrijderskant van een witte auto en reed weg. Op 11 februari 2023 kwam dezelfde man weer bij aangever aan de deur. Ook stond dezelfde witte auto weer voor de deur. De man heeft aangever wederom om 50,00 gevraagd. Aangever heeft gezegd dat hij nog maar 40,00 had. De man wilde dat aangever met hem mee zou gaan om het geld te pinnen. Aangever is daarop naar de pinautomaat gegaan en de man is in de witte auto achter hem aangereden. Nadat het geld was gepind, heeft aangever het aan de man gegeven. Op 9 maart 2023 om 20:20 uur werd er bij aangever op het raam geklopt. Het was weer dezelfde man. Hij wilde deze keer 100,00 hebben. Aangever heeft het geld gepind en aan de man gegeven.7

Aangever [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij op 12 maart 2023 de website chatgirl.nl heeft bezocht. Die avond werd hij via WhatsApp gebeld door een man die zei dat aangever dames had lastiggevallen en dat hij 70,00 moest betalen. Aangever heeft dit via een Tikkie betaald. Daarna kreeg hij nog een betaalverzoek voor 30,00. Deze heeft aangever eveneens betaald. Op 13 maart 2023 kreeg aangever wederom een berichtje. Hierin stond dat aangever de boel had besodemieterd en dat hij nog niet had betaald. Aangever kreeg vervolgens meerdere Tikkie betaalverzoeken. Hierop heeft hij twee keer 30,00 en twee keer 20,00 overgemaakt. Op 15 maart 2023 kreeg aangever weer een WhatsApp bericht en heeft hij nog een keer 50,00 overgemaakt. De betalingen zijn overgemaakt naar de bankrekening [bankrekeningnummer 4] op naam van [medeverdachte 2] . In de berichten die aangever heeft ontvangen, stond onder andere dat aangever geld moest overmaken en anders zouden er leden van [motorclub] langskomen. De profielfoto die door de afzender werd gebruikt, was een foto van

[motorclub] .8

Aangever [slachtoffer 9] heeft verklaard dat hij op 13 juni 2022 op de website chatgirl.nl contact had met twee vrouwen. Eén van de vrouwen heeft aangever gevraagd om zijn telefoonnummer en deze heeft aangever ook gegeven. Ongeveer 15 minuten nadat het gesprek was afgelopen, kreeg aangever een WhatsApp bericht en van iemand die zich voordeed als [nickname verdachte] . De afzender dreigde alle gesprekken die aangever had gevoerd op chatgirl.nl openbaar te maken. Hij stuurde daarbij ook een foto van aangever en zijn vrouw. Aangever zou dit kunnen voorkomen door een geldbedrag over te maken. Als aangever niet betaalde, zou de afzender hem op komen zoeken. Aangever heeft daarop 150,00 betaald.

Het geld is gestort op de bankrekening [bankrekeningnummer 1] .9

Aangever [slachtoffer 10] heeft verklaard dat hij wel eens gesprekken heeft gevoerd via de website chatgirl.nl. Op 18 juni 2022 heeft aangever een bericht ontvangen van iemand die zich voordeed als [nickname verdachte] . Volgens de afzender waren er meerdere vrouwen met klachten over aangever. De

afzender dreigde de chatgesprekken van chatgirl.nl online te gooien en aan de familie van aangever te sturen en ook dreigde hij langs het huis van aangever te gaan. Daarnaast stuurde hij twee keer een Tikkie van 100,00. Beide Tikkies zijn door aangever betaald. Het geld is terechtgekomen op de bankrekening [bankrekeningnummer 1] .10

De politie heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de bankrekeningen waarop het geld van de aangevers terecht is gekomen. Het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] blijkt op naam van [medeverdachte 1] te staan.11 De bankrekeningnummers [bankrekeningnummer 4] en [bankrekeningnummer 2] staan op naam van [medeverdachte 2] .12 De bankrekening [bankrekeningnummer 3] staat op naam van [medeverdachte 3] .13 Deze personen worden allen als verdachte gehoord.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] zijn bankrekening betreft. Volgens [medeverdachte 1] is verdachte degene die de slachtoffers heeft afgeperst. [medeverdachte 1] moest Tikkies maken en deze naar verdachte sturen. Verdachte stuurde deze vervolgens door naar de slachtoffers. Wanneer de Tikkies werden betaald, kwam het geld op de bankrekening van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] moest daarna het geld pinnen voor verdachte en hij kreeg hier vervolgens een deel van. Voor iedere 50,00 die verdachte kreeg, mocht [medeverdachte 1] 10,00 zelf houden. Volgens [medeverdachte 1] had verdachte een account bij chatgirl. Hij deed zich daar voor als vrouw. Verdachte gebruikte een profielfoto van de motorclub [motorclub] en de naam [nickname verdachte] om de slachtoffers bang te maken. Volgens [medeverdachte 1] hebben hij en verdachte heel veel mensen opgelicht.14

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat ze samenwoont met verdachte. Verdachte had toegang tot haar bankrekening [bankrekeningnummer 4] . Hij heeft ook wel eens tegen haar gezegd dat er geld overgemaakt zou worden door iemand. Dit geld heeft hij vervolgens van de bankrekening gehaald.

Verdachte deed dit omdat hij onder bewind stond en hij daardoor geen geld op zijn eigen bankrekening kon storten. De bankrekening [bankrekeningnummer 2] werd gebruikt door zowel mevrouw [medeverdachte 2] als verdachte.15

[medeverdachte 3] , de overbuurman van verdachte, heeft verklaard dat verdachte hem had gevraagd om een Tikkie te sturen. Hij had niet verteld waar dit voor was. [medeverdachte 3] heeft daarop een Tikkie gestuurd en zijn pinpas meegegeven aan verdachte zodat hij het geld van de bankrekening van [medeverdachte 3] kon pinnen.16

Op 16 maart 2023 vindt een doorzoeking plaats in de woning van verdachte. Tijdens deze doorzoeking vindt de politie een mobiele telefoon onder de bank op de plek waar verdachte zat toen de politie de woning binnentrad.17 Wanneer de politie het beeldscherm aanraakt, zien zij een account voor een escort/prostituee met de accountnaam “ [account] ”.18 De telefoon wordt door de politie in beslag genomen en onderzocht. Op de telefoon worden meerdere gesprekken aangetroffen waarin de gebruiker van de telefoon zich voordoet als escort. Daarnaast worden de telefoonnummers van aangevers [slachtoffer 8] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] op het toestel aangetroffen. Verder vindt de politie meerdere fotos die te relateren zijn de motorclub [motorclub] . Tot slot ziet de politie dat bij het openen van de internetbrowser de website chatgirl.nl openstaat met het account “ [account] ”. Op de chatfunctie van de website worden meerdere gesprekken aangetroffen.19

Bij de politie heeft verdachte aangegeven dat hij bij de strafbare feiten betrokken is geweest. Hij heeft zich meerdere keren voorgedaan als escort, telefoonnummers van slachtoffers ontfutseld en geld gepind. Van het geld heeft verdachte drugs gekocht.20 Verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij ook wel eens gesprekken heeft gevoerd op WhatsApp met slachtoffers. Omdat verdachte onder bewind stond, heeft hij de bankrekeningen van anderen gebruikt. Tot slot heeft hij aangegeven dat hij de persoon is die bij aangever [slachtoffer 7] aan de deur is geweest.21

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken voor de afpersing van aangever [slachtoffer 4] aangezien er geen bewijs is dat aangever geld heeft overgemaakt.

Met betrekking tot alle overige aangiftes is de rechtbank, anders dan de raadsman, van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte bij deze afpersingen en afdreigingen betrokken is geweest. De modus operandi ten aanzien van alle aangiftes komt grotendeels overeen. Er wordt via de website chatgirl.nl of kinky.nl contact gezocht met mannen waarbij gebruik wordt gemaakt van een fictief account. Vervolgens wordt van het slachtoffer een telefoonnummer ontfutselt. Daarna wordt het contact voortgezet op WhatsApp. Op WhatsApp wordt gebruik gemaakt van een profielfoto van de motorclub [motorclub] en in sommige gevallen wordt de naam [nickname verdachte] gebruikt. Er wordt gedreigd om bij het slachtoffer langs te komen of om de gesprekken die gevoerd zijn op de website chatgirl.nl of kinky.nl openbaar te maken. Op deze wijze worden de slachtoffers gedwongen om geld over te maken via Tikkie betaalverzoeken. Wanneer het geld is betaald, wordt het van de bankrekening gepind. Deze modus operandi wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 1] . In de telefoon van verdachte worden meerdere bevindingen gedaan die passen bij deze modus operandi. De raadsman heeft bepleit dat verdachte enkel betrokken is geweest bij de afpersingen van aangevers [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] . Echter, gelet op de modus operandi en het feit dat ook de telefoonnummers van aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in de telefoon van verdachte zijn aangetroffen, gaat de rechtbank niet mee in dit standpunt.

Verdachte heeft verklaard dat er een telefoon naar hem werd gebracht, dat hij vervolgens telefoonnummers moest verzamelen en dat er daarna weer iemand langs zijn huis kwam om de telefoon op te halen en een foto te maken van het lijstje met de verzamelde telefoonnummers. Deze verklaring wordt op geen enkele manier onderbouwd en vindt geen steun in het dossier. De rechtbank acht deze verklaring (en de door verdachte omschreven werkwijze) ongeloofwaardig.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing en afdreiging. De rechtbank is van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen niet is komen vast te staan. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen concreet bewijs is dat het ten laste gelegde geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is. Dit is echter niet noodzakelijk. Het bestanddeel afkomstig uit enig misdrijf kan bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en

omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde bedrag of voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Allereerst zal dan moeten worden vastgesteld of er zich feiten en omstandigheden voordoen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als dat zo is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.

Uit het onderzoek naar de bankrekeningen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is gebleken dat er in de ten laste gelegde periode in totaal een geldbedrag van 27.298,00 is bijgeschreven middels Tikkie betaalverzoeken. Gelet op de modus operandi en de verklaring van [medeverdachte 1] dat hij en verdachte heel veel mensen hebben opgelicht, is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat het geldbedrag uit door verdachte gepleegde afpersingen dan wel afdreigingen afkomstig is. Verdachte heeft geen geloofwaardige verklaring gegeven die maakt dat aan dit vermoeden getwijfeld moet worden. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde. De rechtbank acht eveneens het medeplegen wettig en overtuigend bewezen. Er is immers een constructie opgezet waarin verdachte de bankrekeningen van anderen gebruikte omdat hij zelf onder bewind stond. De rechtbank is van oordeel dat hierbij sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1 primair, 2 en 3 ten last gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 17 mei 2022 tot en met 15 maart 2023 te Hoogezand met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2] en

[slachtoffer 3] en

[slachtoffer 5] en

[slachtoffer 6] en

[slachtoffer 7] en

[slachtoffer 8] ,

heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, die aan voornoemde personen toebehoorden, door zich voor te als [nickname verdachte] en/of als lid van motorclub [motorclub] en door:

- berichten via Whatsapp te versturen met teksten en/of te bellen en teksten te spreken als: “op de gok langskomen?” en/of

“het kan op de moeilijke of op de makkelijke manier opgelost worden” en/of “hij wil dat we langskomen” en/of

“met ellende aan de deur komen?” en/of “vriend wat wil je nou dan?” en/of

althans woorden te uiten van gelijke aard en/of strekking, en/of

- een bedreigende en/of intimiderende situatie en/of sfeer te doen ontstaan;

2.

hij in de periode van 13 tot en met 21 juni 2022 te Hoogezand met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en openbaring van een geheim [slachtoffer 9] , en

[slachtoffer 10]

heeft gedwongen tot afgifte van geldbedragen, die aan die [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] toebehoorden, door te dreigen met:

3.

hij in de periode van 17 mei 2022 tot en met 15 maart 2023 te Hoogezand, tezamen en in vereniging met anderen, 27.298,- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft omgezet, en gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat dat voorwerp onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een taakstraf. De raadsman heeft de rechtbank gevraagd om rekening te houden met het tijdverloop, de persoonlijke situatie van verdachte en alle vormverzuimen in het onderzoek van de politie.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan afpersing en afdreiging van een groot aantal mensen. Door zich via WhatsApp voor te doen als lid van de motorclub [motorclub] en bedreigende teksten te sturen, heeft verdachte de slachtoffers angst ingeboezemd en zo gedwongen om geld over te maken. Daarnaast heeft hij een aantal slachtoffers onder druk gezet door te dreigen om de gesprekken die het slachtoffer had gehad via chatgirl.nl of kinky.nl openbaar te maken. Het doel van deze chantage was geld verdienen ten koste van de slachtoffers door in te spelen op hun kwetsbaarheid en angst. Bij aangever [slachtoffer 7] is verdachte daadwerkelijk aan de deur geweest. Dit is voor aangever [slachtoffer 7] , die niet goed ter been is omdat hij zijn onderbeen is verloren en een prothese heeft, zeer beangstigend geweest. Het handelen van verdachte heeft geleid tot financiële schade, maar ook tot angst en gevoelens van onveiligheid. Verdachte heeft hiermee een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangevers.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het witwassen van ruim 27.000,00. Dit geld is vrijwel in alle gevallen direct contant opgenomen en (gedeeltelijk) uitgegeven aan drugs. Witwassen heeft een ontwrichtende werking op het financieel en economisch verkeer en de openbare orde. Door het witwassen worden criminele gelden in het legale betalingsverkeer gebracht en buiten het zicht van Justitie gehouden.

Verdachte heeft tegenover de politie geprobeerd om zijn betrokkenheid bij de zaak zo klein mogelijk te laten lijken. Bovendien is hij niet ter terechtzitting verschenen om verantwoording af te leggen. Verdachte heeft daarmee geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Documentatie en de persoon van verdachte

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, maar dat dit oudere veroordelingen betreffen. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

In het reclasseringsadvies van VNN d.d. 2 januari 2025 staat dat de reclassering op alle leefgebieden nog risicofactoren ziet. Verdachte kampt met overmatig gebruik van alcohol en cocaïne, hij heeft een onstabiele huisvesting, geen zinvolle dagbesteding, een hoge schuldenlast en verstoorde familierelaties. Er zijn vrijwel geen beschermende factoren. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. Het huidige reclasseringstoezicht verloopt stroef, maar de reclassering wil verdachte nog een kans geven om zich aan de voorwaarden te conformeren. Omdat het huidige kader afdoende is, adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6 lid 1 EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.

De rechtbank overweegt dat in deze zaak de redelijke termijn op 24 april 2023 is aangevangen. Daarmee is de redelijke termijn met bijna een jaar overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.

Strafoplegging

De aard, ernst en hoeveelheid van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen op zich een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en artikel 63 Sr is de rechtbank echter van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer passend is. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de strafeis passend en geboden is. De rechtbank zal daarom aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis opleggen.

Benadeelde partij

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

3.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 8] geheel moet worden toegewezen. Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft de officier van justitie voorgesteld de materiële schadeposten geheel toe te wijzen en de immateriële schade te matigen tot een bedrag van 250,00.

Voorts heeft zij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ten aanzien van alle benadeelde partijen.

Standpunt van de verdediging

Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Met betrekking tot de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft de raadsman bepleit dat alleen de materiële schade toegewezen kan worden.

Oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 8]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door of namens verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 maart 2023.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 5]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door of namens verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 juni 2022.

De immateriële schade zal de rechtbank naar maatstaven van billijkheid en gelet op bedragen die in soortgelijke zaken worden toegewezen, vaststellen op 250,00. Het resterende bedrag dat aan immateriële schade is gevorderd, zal worden afgewezen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn mededader deze al heeft betaald, en andersom.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Benadeelde partij [slachtoffer 6]

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door of namens verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 december 2022.

De immateriële schade zal de rechtbank naar maatstaven van billijkheid en gelet op bedragen die in soortgelijke zaken worden toegewezen, vaststellen op 250,00. Het resterende bedrag dat aan immateriële schade is gevorderd, zal worden afgewezen.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 63, 317, 318 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.

Ten aanzien van feit 1 primair

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 8] te betalen:

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 8] aan de Staat te betalen een bedrag van 316,00 (zegge: driehonderd zestien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12

maart 2023 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [slachtoffer 5] te betalen:

Wijst de vordering van voor het overige af.

Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat te betalen een bedrag van 400,00 (zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 150,00 aan materiële schade en 250,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 8 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 6] te betalen:

Wijst de vordering van voor het overige af.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.400,00 (zegge: veertienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 december 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 1.150,00 aan materiële schade en 250,00 aan immateriële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 24 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. M.B.W. Venema en

mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. G. Langius, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2026.

mr. Van der Werff is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld een

ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpaginas, betreft dit tenzij anders vermeld de paginas van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2022202128 d.d. 22 augustus 2023 (onderzoek Fluitekruid / NN2R023012).

2 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 31 mei 2022, opgenomen op pagina 145 e.v.

3 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 2 februari 2023, opgenomen op pagina 204 e.v.

4 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 3] d.d. 8 maart 2023, opgenomen op pagina 208 e.v.

5 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 5] d.d. 21 juni 2022, opgenomen op pagina 172 e.v.

6 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 6] d.d. 28 december 2022, opgenomen op pagina 211 e.v.

7 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 7] d.d. 28 maart 2023, opgenomen op pagina 248 e.v.

8 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 8] d.d. 27 maart 2023, opgenomen op pagina 262 e.v.

9 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 9] d.d. 16 juni 2022, opgenomen op pagina 168 e.v.

10 proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 10] d.d. 8 juli 2022, opgenomen op pagina 190 e.v.

11 proces-verbaal verstrekking gevorderde identificerende gegevens bij banken d.d. 8 juli 2022, opgenomen

op pagina 313 e.v.

12 proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2023, opgenomen op pagina 404.

13 een schriftelijk bescheid, te weten het resultaat bevraging verwijzingsportaal bankgegevens, opgenomen

op pagina 429 e.v.

14 proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 22 december 2022, opgenomen op pagina

95 e.v.

15 proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 128

e.v.

16 proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 9 mei 2023, opgenomen op pagina 139

e.v.

17 proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 360.

18 proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2023, opgenomen op pagina 345 e.v.

19 proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2023, opgenomen op pagina 364 e.v.

20 proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 24 april 2023, opgenomen op pagina 58 e.v.

21 proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 25 april 2023, opgenomen op pagina 61 e.v.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?