ECLI:NL:RBOBR:2022:3067

ECLI:NL:RBOBR:2022:3067, Rechtbank Oost-Brabant, 07-07-2022, 9653287 CV EXPL 22-378

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 07-07-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 9653287 CV EXPL 22-378
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Eindhoven
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 1 zaken
30 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0031432 BWBR0035238 BWBR0035474 BWBR0037885 BWBR0041330 BWBR0045528 BWBR0047436 BWBR0047918 BWBR0048767 BWBR0049307 BWBR0050269 BWBR0051158 BWBR0051159 BWBR0051162 BWBR0051166 BWBR0051169 BWBR0051172 BWBR0051177 CELEX:31993L0013 CELEX:31995L0046 CELEX:32001L0029 CELEX:32001R0044 CELEX:32002F0465 CELEX:32002F0584 CELEX:32003L0088 CELEX:32004R0261 CELEX:32004R0805

Samenvatting

Agentuurovereenkomst. Vordering van handelsagent tot betaling van provisie over geannuleerde orders is toegewezen o.g.v. artikel 7:432 lid 2 BW. Ook is toegewezen gevorderde provisie over uitgevoerde orders (tijdens en na de duur van de agentuurovereenkomst) o.g.v. artikel 7:431 lid 2 BW. Hierbij is van belang dat de agentuurovereenkomst weliswaar op papier regelmatig is opgezegd, maar dat de principaal tijdens de opzegperiode de handelsagent heeft afgesloten van alle voordien gebruikelijke communicatiemiddelen en de werkzaamheden zelf ter hand heeft genomen. Daarmee heeft de principaal de exclusiviteit van de handelsagent geschonden en dit is een tekortkoming in de zin van artikel 6:74 BW (wanprestatie). Verder is de vordering tot betaling van een klantenvergoeding toegewezen o.g.v. artikel 7:442 BW.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 9653287

Rolnummer : 22-378

Datum : 7 juli 2022

in de zaak van:

de vennootschap naar Pools recht LOFOTEN SP. Z.O.O.,

gevestigd te Szczecin (Polen),

eiseres in de hoofdzaak en in het incident,

gemachtigde: mr. J.B. Houtappel,

t e g e n

de besloten vennootschap NATEC SUNERGY B.V.,

statutair gevestigd te Rotterdam, kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,

gedaagde in de hoofdzaak en in het incident,

gemachtigde: mr. A.J. Exterkate.

Partijen zullen hierna worden genoemd “Lofoten” en “Natec”.

1. Het verloop van het geding

Het verloop van het geding blijkt uit het volgende:

de dagvaarding van 22 december 2021, tevens houdende een incidentele vordering, met bijbehorende producties (genummerd 1 t/m 16);

de conclusie van antwoord in het incident en in de hoofdzaak, met producties (genummerd 1 t/m 18).

Tenslotte is een datum bepaald waarop vonnis wordt gewezen in het incident. Door omstandigheden is deze datum niet gehaald.

2. De feiten

Lofoten richt zich sinds augustus 2019 op de markt voor zonnepanelen in Polen. In oktober 2019 heeft Lofoten Natec benaderd als mogelijke groothandel en leverancier van zonnepanelen. In november 2019 is een eerste container zonnepanelen verkocht voor Natec. Vervolgens heeft Lofoten voorgesteld om te gaan werken als handelsagent van Natec voor de verkoop van zonnepanelen in Polen en daartoe een agentuurovereenkomst aan te gaan.

Lofoten en Natec hebben een “sales agency agreement” gesloten (hierna: de overeenkomst) met als ingangsdatum 1 januari 2020, waarin partijen het volgende zijn overeengekomen (alle hierna volgende citaten zijn zonder enige correctie weergegeven):

Agency Agreement

Lofoten sp. z o.o. will be represented by [A] . Whereas [A] wishes to engage as

sales agent in Poland for Natec for the distribution of solar modules, inverters, mounting systems and

accessories

Representation

[A] will also be represented on Natec's web-site as account manager Natec in Poland.

All Clients of [A] in Poland get a log-in in Natec's client portal, where [A] will be represented as the account manager of Natec in Poland, supported by a Natec account manager in the Netherlands. [A] has access to his polish customers in the portal, where he can see all activities of those customers with Natec

Activities of the Sales Agent

[A] hereby agrees that he shall be responsible for:

• Generation of leads

• Add new customers

• Monthly reporting on leads, customers, success rates, and market development in Poland

• Determine sales prices based on the information in the portal and sales support from Natec

• Execution of orders in cooperation with Natec sales support or in the customer portal

• Take care of after-sales activities such as complaints and guarantees

• Point of contact for suppliers services representatives in Poland in alignment with Natec

• Administration and entering data (WEEE) in the Polish computer system

• Provide suggestions or organise marketing activities such as adverts in magazines, websites and exhibitions, and visits for Polish installers to Natec in den Bosch

• Has an effort obligation to raise overdue payments

• Improve his English skills

Natec provides

• Full price offering for the entire range of products, which Natec is allowed to sell in Poland

• Price information

• Dates of deliveries and quantities

• Coordination on transport

• Insured credit for customers after authorisation of the insurance company

• Log-in in the client portal for real-time information price and product anc client insights

• Translated site and client portal in English (and Polish, to be determined)

Commission fee

For the services rendered, [A] shall be entitled to commissions at the rate of 2% of the solar installation sales at his customers. Sales of transport, taxes, and regulatory obligations is not included in the calcualtion

Natec will report the sales on a monthly basis. Natec pays [A] the commission at the end of the

month of the sales generated; e.g. sales of delivered goods.

Terms of Agreement

This Agreement shall continue in full force and effect for a term of one (1) year from the effective date

hereof and for successive periods of one year thereafter.

Either party to this Agreement may terminate the Agreement at any time upon ninety (90) days written

notice to the other party.

Dutch law is applicable on this agreement, and disputes will be handled by the court of Den Bosch in the Netherlands”

In februari en maart 2021 hebben Natec en Lofoten meerdere gesprekken gevoerd. In de e-mail van 21 februari schrijft [B] namens Natec onder meer het volgende:

“I look back at a very useful meeting last Tuesday. The following subjects are very clear for me.

- (…)

- We have to improve in the cooperation. As you know we are pushing to require Polish people for quite a period, this needs time but will be a key factor that brings you more time for business development.

-You have a different vision how to approach the market as the Natec strategy.

I am convinced that your strategy is a very good entrance strategy and still can be very successful for short term. To be successful for long term we have to make a change and follow the Natec strategy. With the current strategy we will not be able to keep on competing to companies like Keno and our margins will keep on decreasing until they disappear. At that moment the business will stop for the both of us.

(…) In my opinion the difference our both visions is one to one caused and still related to the way of remuneration. A possible good solution would be to change this cooperation. My proposal to the both of you would be to become an employee of Natec.

For next meeting I am very interested about your opinion concerning the different visions:

Do you also see it my way or do you have another opinion?

(…) I also would like to know your opinion about my proposal to adjust our cooperation into an employment. Is this a hard NO GO or would you be open for discussion?

Let's talk about this on Tuesday.”

Bij brief/e-mail van 1 april heeft Natec de overeenkomst met Lofoten als volgt opgezegd:

“Dear [A] and [C] ,

Hereby we would like to confirm that we will not extend our sales agency agreement.

We trust we will nevertheless continue to have a pleasant working relationship, also during this final period.

We would like to thank you for the cooperation and wish you all the best for the future.”

Bij e-mail van 6 april 2021 schrijft [B] namens Natec aan Lofoten het volgende: “Dear [A] and [C] ’

Please keep all your communications exclusive and direct to me. [D] and [E] are not allowed to give follow up to your questions or requests. Please advise the customers to order or get (price) information at [e-mailadres] or at the Natec portal. We will give follow up to this requests so the business can go on.

I would like to plan a telephone meeting to discuss the way Natec and Lofoten will fill in the last term (of 90 days) of the contract. Natec will respect the contract as long as you will respect it too (…)

Bij e-mail van 9 april 2021 schrijft Lofoten aan Natec onder meer het volgende:

“ We are open to discussion in writing, as we have been doing with you since the beginning of this week, on April 6. We receive an e-mail from you every day, and you receive a reply from us every day. We believe that anything that can be said during a telephone conversation can also be written down.

We have specific reasons why we prefer to communicate with you this way. On April 1, 2021 Lofoten sp.zo.o. was cut off by Natec Sunergy B.V. from the possibility of further implementation of the agency

contract for sale on the Polish market. Natec has taken the following actions that are detrimental to us:

1) Removed access to e-mail [e-mailadres] ,

2) Removed access to the Microsoft Teams messenger from the [e-mailadres] account,

3) Removed access to Natec groups on the What's Up messenger,

4) On the Natec website, in the employees tab, representatives of Lofoten sp.z o.o. were removed -this is [A] and [C] . On April 1, 2021, there was a change on the Natec website and now [F] is visible as Natec Account Manager Poland,

5) You have forbidden your employees to contact us. Current no one communicates with us now but you. Additionally, you also instructed us not to contact anyone but you, Before 1 april 2021 we had opportunity to contact other Natec employees, including [D] and [E] , who provided us with all the necessary operational information on: current prices, current inventory, expected delivery dates, they provided us with the necessary documentation, entered orders into the Natec system. We also had contact with other employees from the financial department, from the purchasing department, and we also contacted directly representatives of our partners, eg Canadian Solar.

6) Natec Poland phone number [telefoonnummer] , which was previously redirected to my phone number, i.e. [telefoonnummer] , is currently redirected to another phone number. Previously, customers who visited website www.natec.com saw this number and called me directly,

7) We do not receive any information from Natec about the current situation, current inventory and current prices for PV modules,

8) We were deprived of the opportunity to participate in team meetings in which we have participated so far. We participated in two strategic Natec meetings on Monday, which gave us knowledge about future, expected price changes, availability and competition activities. After Monday's meetings we received weekly price and availability statements by e-mail,

9) Removed access to Klant Portal Natec, where orders from our clients are accepted. We cannot check

whether orders are received and we cannot administer them in any way. We are unable to monitor whether Natec Sunergy B.V. settles with us for all orders obtained on the Polish market.

All this makes it impossible for us to sell on the Polish market. We cannot sell without knowing prices,

availability, payment statuses, delivery dates and many other key information for customer. (…)”.

Bij e-mail van 9 april 2021 antwoordt [B] [A] als volgt:

“You are right that some things had been changed April 1St. I mentioned several times during our

conversations that the current cooperation is not a long term option for Natec. To change this I even offered you a job, you rejected this. I have the right to find alternative ways to develop the polish market.

My plan was to discuss with you on which way we could go on so we both can follow the contract. My plan was also to discuss how we could proceed a possible cooperation in the long term future. We could facilitate a very interesting supply chain for you. There were many options but it is clear you lost trust in the relationship, and because of the way you took position, a further cooperation will be more difficult day by day.

Therefore I am willing to make you a proposal so we can finish our relationship (…)”.

Bij e-mail van 30 april schrijft [B] [A] als volgt:

We only pay a fee for modules that had been delivered. This was always the case during our cooperation. Please make the credit notes and I will pay all the invoices today.

I also would like to react on some claims you wrote down in several emails . Natec always had and still has the intention to proceed working with you. Several times I tried to set up a phone call, to explain all the changes on the Natec side and make appointment how to proceed. You translated this changes as a hostile action and you were never open for discussion how to cooperate.

I had a plan, how to inform you about prices, availability, how to communicate, and how to coop with the fact that there is a second account manager in Poland. You also never asked me what my plan was, and was never open for discussion. You made the choice only to write very long mails without any purpose.

Unfortunately because I really had the intention to process working with for years.

Please do me a favor. Send the right invoices, so I can pay. And we both can go on with our business”.

3. Het geschil in de hoofdzaak

Lofoten vordert in de hoofdzaak om Natec, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 1.093.715,87, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 4.836,53 en de wettelijke handelsrente rente berekend over €418.927,44, vanaf 1 januari 2022, althans de datum van beëindiging van de overeenkomst, en over € 562.591,10 betreffende de provisie aanspraken, telkens vanaf de eerste dag van de maand, gerekend vanaf 1 mei 2021 tot 1 januari 2022 en gerekend over het betreffende provisiebedrag, en over € 112.197,33 vanaf 1 april 2021, alles tot aan de dag der algehele voldoening, alles (zowel in hoofdzaak als in incident) tevens met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure, en in de na-kosten voor het geval betekening van het vonnis noodzakelijk is.

Lofoten legt aan het gevorderde in de hoofdzaak - kort weergegeven - het volgende ten grondslag.

De brief/e-mail van 1 april 2021 bericht Natec, zonder enige eerdere aankondiging en zonder dat enige reden wordt gegeven, dat ze de agentuurovereenkomst met Lofoten niet zal verlengen. Natec sluit ook per direct de toegang tot alle benodigde verkoopkanalen af en er wordt geen verkoopinformatie meer gegeven aan Lofoten. De contactpersonen van Natec krijgen opdracht om geen informatie meer te verstrekken, de login voor de e-mail wordt ingetrokken en de telefoon wordt doorgeschakeld naar iemand anders. Verder is op 1 april 2021 door Natec een e-mail gestuurd aan alle bestaande klanten, waarin Natec schrijft dat de samenwerking met Lofoten is beëindigd en verzoekt om voortaan contact op te nemen met een eerder aangenomen Poolse medewerker. Lofoten wordt volkomen overvallen door dit bericht en deze handelwijze.

Lofoten meent dat Natec de overeenkomst met haar tot einde 2021 dient te respecteren en over deze termijn provisie verschuldigd is, berekend over de verkopen die door Natec zijn gerealiseerd.

Natec komt de afspraken uit hoofde van de tussen partijen gesloten (agentuur)overeenkomst (en haar verplichtingen op grond van artikel 7:430 BW) niet na, doordat (1) zij niet alles doet wat noodzakelijk is om Lofoten in staat te stellen om haar werkzaamheden te kunnen doen (meer specifiek verschaft zij geen informatie), (2) Natec verkopen buiten Lofoten om realiseert en (3) zij sinds 1 april 2021 geen provisie betaalt en geen overzichten van gerealiseerde verkopen stuurt, zodat Lofoten haar provisie niet kan berekenen.

Toen duidelijk was dat Natec ervoor had gekozen om met eigen medewerkers de Poolse markt te bedienen en niet voornemens leek de overeenkomst na te komen en deze niet nakwam, heeft Lofoten in haar brief van 8 september 2021 aangegeven in plaats van nakoming voor de resterende tijd van de overeenkomst (van 8 september 2021 tot 1 januari 2022), schadevergoeding over deze periode te vorderen als bedoeld in artikel 6:87 BW.

Lofoten maakt aanspraak op de volgende vergoedingen:

€ 562.591,10 ter zake provisie ex art 7:431 lid 1 BW (vanaf 1 april 2021 tot 31 december 2021) en/of schadeloosstelling ex art 7:439 lid 1 jo art 7:441 BW, althans subsidiair provisie ex art 7:431 lid 2 over de genoemde periode,

€ 112.197,33 ter zake provisie ex art 7:431 lid 1 BW (tot 1 april 2021)

€ 418.927,44 ter zake klantenvergoeding ex art 7:442 BW.

Natec voert verweer.

Betwist wordt dat Lofoten is overvallen door de opzeggingsbrief van 1 april 2021. Deze brief is voorafgegaan door gespreken over voortzetting van verdere samenwerking. Partijen bleken daarover niet op dezelfde lijn te zitten. Met betrekking tot de datum waarop de overeenkomst is geëindigd, kan er geen enkele onduidelijkheid bestaan volgens Natec. Natec heeft gebruik gemaakt van de contractuele mogelijkheid om de overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 90 dagen. Ze heeft in de e-mail van 6 april 2021 aangegeven dat de laatste termijn 90 dagen omvat en Lofoten heeft hierop niet gereageerd, terwijl ze wel op andere punten in de e-mail uitvoerig heeft gereageerd. Volgens Natec is de opzegtermijn ingegaan op 1 mei 2021 en is de overeenkomst op 29 juli 2021 geëindigd. Natec heeft Lofoten het werk niet onmogelijk gemaakt, zodat zij jegens Lofoten niet schadeplichtig is ex artikel 7:439 BW.

Verder betwist Natec (voor zover Lofoten een geslaagd beroep zou kunnen doen op artikel 7:439 BW) dat zij op grond van artikel 7:439 lid 1 jo artikel 7:441 lid 1 BW een bedrag van € 562.591,10 verschuldigd zou zijn. Lofoten heeft de schadeloosstelling ten onrechte berekend over de periode 1 april 2021 tot en met 31 december 2021. Dit zou in het hier bedoelde geval de periode van 1 april 2021 tot en met 29 juli 2021 moeten zijn. De vordering dient in zijn geheel te worden afgewezen, omdat Lofoten niet heeft bewezen dat zij in de periode 1 april 2021 tot en met 29 juli 2021 schade zou hebben geleden voor dit bedrag.

Ten aanzien van de gevorderde provisie stelt Natec allereerst dat niet Lofoten maar [A] op grond van de overeenkomst recht heeft op provisie en Natec dus niet is gehouden om aan Lofoten provisie te betalen.

De vordering dient ook te worden afgewezen, omdat Lofoten een geprognotiseerd bedrag aan provisie vordert, terwijl artikel 7:431 lid 1 BW ziet op provisie over daadwerkelijk tot stand gekomen overeenkomsten en geleverde goederen en dus daadwerkelijk behaalde omzet. Partijen zijn in hun overeenkomst ook uitdrukkelijk overeengekomen dat provisie enkel over geleverde goederen wordt betaald. Bovendien heeft [A] de bij dagvaarding genoemde orders geannuleerd en niet Natec, althans Natec heeft nooit zonder overleg met [A] orders geannuleerd.

Verder stelt Natec dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat Natec tot 1 april 2021 alle verschuldigde provisie heeft betaald. Natec is geen provisie verschuldigd over overeenkomsten die na 1 april 2021 tot stand zijn gekomen, omdat Natec de overeenkomst per 1 april 2021 heeft beëindigd. Na 1 april 2021 zijn er geen overeenkomsten meer tot stand gekomen die hoofdzakelijk zijn te danken aan tijdens de duur van de agentuurovereenkomst door Lofoten verrichte werkzaamheden. Er is ook geen sprake geweest van een situatie waarin Lofoten voorbereidingen heeft verricht ten aanzien van overeenkomsten die na 1 april 2021 tot stand zijn gekomen.

Indien en voor zover Lofoten wel recht heeft op provisie, dan heeft zij enkel recht op provisie over overeenkomsten die tot stand zijn gekomen in de periode 1 april 2021 tot en met 29 juli 2021. Dat betekent aan provisies:

Bestaande klanten (art. 7:431 lid 1 sub b BW): € 48.152, 64

Nieuwe klanten: (art. 7:431 lid 1 sub c BW): € 15.268,08

€ 63.420,72

Indien en voorzover Lofoten recht zou hebben op provisie over overeenkomsten die tot

stand zijn gekomen in de periode 1 april 2021 tot en met 31 december 2021, heeft Lofoten

recht op:

Bestaande klanten (art. 7:431 lid 1 sub b BW): € 184.273,05

Nieuwe klanten: (art. 7:431 lid 1 sub c BW): € 86.421,36

€ 270.694,40

Ook betwist Natec gemotiveerd dat zij op grond van artikel 7:442 BW een klantenvergoeding verschuldigd zou zijn aan Lofoten. Voor zover dat wel het geval zou zijn bedraagt die vergoeding zeker geen € 418.927,44. Lofoten heeft niet aannemelijk gemaakt van welke klanten na het einde van de agentuurovereenkomst in relevante mate nieuwe transacties kunnen worden verwacht. Dit geldt zeker omdat de transacties waarbij Lofoten heeft bemiddeld voor het merendeel een eenmalig of incidenteel karakter hebben. [A] was niet bereid om te investeren in het aangaan van langdurige relaties met klanten. Er is dus geen sprake van een voordeel dat hoeft of kan worden gekwantificeerd. Indien en voor zover al wordt toegekomen aan berekening van een voordeel, dan moet de berekening worden gebaseerd op de 39 klanten die na 1 april 2021 nog bestellingen hebben geplaatst en dient dit bedrag - vanwege het geringe voordeel dat van korte duur was - met 46% naar beneden te worden gecorrigeerd. Het voordeel zou dan neerkomen op een bedrag van € 49.281,00. Indien de berekening van het voordeel wel zou moeten worden gebaseerd op de verdiende bruto-provisie over 197 aangebrachte klanten, dient dit bedrag - vanwege een groot verloop van het klantenbestand en het geringe voordeel dat van korte duur was - met 89% naar beneden te worden gecorrigeerd. Het voordeel zou dan neerkomen op een bedrag van € 23.559,86.

Tot slot voert Natec verweer tegen de gevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten.

4. Het geschil in het incident

Lofoten vordert in het incident om Natec, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- te veroordelen tot betaling van € 150.000,00 alsmede te bevelen inzage te verlenen in, en/of afschrift te verstrekken van alle geplaatste orders door klanten in Polen, met betrekking tot alle bestelde zonnepanelen en toebehoren in de periode van 1 april 2021 tot 1 januari 2022, met daarbij de onderliggende bescheiden, waaronder kopieën van bestellingen en facturen die zijn opgesteld aan klanten, en tevens een overzicht te geven van alle gerealiseerde verkopen en daartoe opgestelde facturen aan deze klanten in Polen, alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor elke dag dat zij hiermee in gebreke blijft, gerekend vanaf 7 dagen na het te wijzen vonnis, met een maximum van € 700.000,00;

- te bevelen dat zij toegang verschaft tot de e-mail accounts: [e-mailadres] en [e-mailadres] , althans tot alle e-mails zoals deze verstuurd en ontvangen zijn door Lofoten ( [A] en [C] ) vanaf de genoemde e-mailadressen, en deze toegang mogelijk te maken gedurende ten minste 45 dagen, alsmede Natec te verbieden om de e-mails te wissen, en te gebieden om deze op te slaan en opgeslagen te houden, alles op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat Natec hiermee in gebreke is, gerekend vanaf 7 dagen na het te wijzen vonnis, met een maximum van € 100.000,00 en ten aanzien van het gebod om deze niet te wissen en op geslagen te houden, op straffe van een dwangsom van

€ 250.000,00.

Lofoten legt aan het gevorderde in het incident het volgende ten grondslag.

Natec heeft kennelijk beoogd om van de ene op de andere dag een einde te maken aan de samenwerking en de lopende zaken over te laten nemen door haar werknemers of een nieuwe tussenpersoon die zij kennelijk gevonden heeft. Door de handelswijze van Natec is Lofoten van de ene op de andere dag al haar inkomsten kwijt. Lofoten heeft zich niet op de feitelijke beëindiging en het wegvallen van haar inkomsten kunnen voorbereiden, terwijl er vooral in de voorliggende anderhalf jaar is gebouwd aan de opbouw van de naam van Natec en het klantenbestand. Lofoten besteedde daar al haar tijd aan en heeft zich volledig ingezet op de verkoop van de zonnepanelen van Natec. Lofoten had daarnaast geen andere inkomsten en was volledig afhankelijk van Natec.

Voorschot

Lofoten heeft aanspraak op de provisievergoeding ex artikel 7:439 lid 1 BW juncto artikelen 7:441/431 lid 2 BW, die te verwachten is over de resterende looptijd van de overeenkomst, dus tot 1 januari 2022, en op een klantenvergoeding ex artikel 7:422 BW. Lofoten eist dat de kantonrechter Natec bij tussenvonnis in incident veroordeelt tot betaling van een voorschot op de verschuldigde provisie en klantenvergoeding ter hoogte van

€ 150.000,00.

Inzage

Natec heeft ondanks herhaaldelijk verzoek van Lofoten (onder andere bij diverse e-mails van 5 mei en 28 juni 2021 en bij brief van 8 september 2021) geen inzage gegeven in de verkopen na 1 april 2021 in Polen. Zij heeft in strijd met de overeenkomt daarvan geen maandelijkse overzichten verschaft en/of inzage gegeven in de bewijsstukken die betrekking hebben op de berekening van de provisie. Hierdoor kan Lofoten haar provisie niet berekenen. Lofoten vordert daarom Natec te veroordelen om inzage te geven in alle verkochte en geplaatste zonnepanelen en toebehoren in Polen in de periode van 1 april 2021 tot 1 januari 2022, met de onderliggende bescheiden, waaronder de orders en facturen die zijn opgesteld voor klanten en een overzicht van de bestellingen en facturen.

Natec heeft daarnaast de toegang geblokkeerd tot de e-mailboxen die door

Natec voor Lofoten ( [A] en [C] ) zijn aangemaakt: [e-mailadres] en [e-mailadres] , en die door Lofoten zijn gebruikt voor het uitvoeren van haar werkzaamheden voor Natec. Deze e-mails bevatten informatie over de verkopen en de totstandkoming daarvan en bijkomende afspraken en toezeggingen. In de e-mail boxen bevinden zich ook e-mails van klanten die kort voor het feitelijk eindigen van de

werkzaamheden toegezegd hebben een bestelling te plaatsen. De e-mails bevatten verder informatie over de bestellingen en mogelijke vervolgbestellingen van bestaande klanten en zullen nader bewijs geven van de redenen die door Natec zijn gegeven voor het annuleren van een groot aantal orders, waarover Natec eenvoudigweg provisie is verschuldigd. Lofoten wil (namens [A] en [C] ) dat Natec de toegang weer mogelijk maakt. Het belang is gelet op het voorgaande duidelijk.

Daarbij speelt dat dit zakelijke e-mails zijn die weliswaar via het adres van Natec zijn

gegaan, maar mede bedrijfsinformatie en bedrijfsgeheimen bevatten die Lofoten betreffen. Deze e-mails zijn gericht aan [A] en [C] van Lofoten (het is geen algemeen e-mailadres), zodat deze e-mails niet alleen om privacy redenen niet ingekeken mogen worden, maar vooral ook niet bestemd zijn voor Natec.

Lofoten heeft er tevens belang bij dat Natec wordt verboden de e-mails zoals

deze verstuurd zijn door Lofoten vanuit deze e-mailboxen te wissen en te lezen, en haar wordt geboden deze e-mails te behouden, zonodig door aparte (externe) opslag hiervan.

Lofoten vordert genoemde voorziening (tevens) ten behoeve en in naam van [A] en [C] , die toegang hadden tot deze e-mail boxen en daarvan gebruik maakten.

Natec voert het volgende verweer in het incident.

Voorschot

Lofoten heeft niet gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij de verzochte provisionele vordering in incident. Verder is het bestaan van de vordering van Lofoten niet voldoende aannemelijk en is er sprake van een reëel restitutierisico. Daarom wegen met betrekking tot het verzochte voorschot de belangen van Natec zwaarder dan de belangen van Lofoten.

Inzage

Verder betwist Natec dat op haar enige verplichting rust tot het verstrekken van afschriften van of inzage in de door Lofoten genoemde bescheiden. Natec heeft als productie 16 en 17 een overzicht verstrekt van alle verkochte producten in de periode januari 2020 tot en met december 2021 (bestaande klanten) en een overzicht van verkochte producten aan nieuwe klanten in de periode 1 april 2021 tot en met december 2021. Op basis hiervan is het voor Lofoten mogelijk om provisies te berekenen. Zij heeft dan ook geen belang bij de door haar verzochte voorzieningen.

Indien en voor zover Natec gehouden zou zijn inzage te verlenen, dan geldt dit enkel voor bescheiden die betrekking hebben op aan Lofoten toekomende provisies in de periode april tot en met juli 2021, omdat de overeenkomst is geëindigd op 29 juli 2021.

Toegang e-mailaccounts

Natec betwist dat zij gehouden zou zijn om toegang te verstrekken tot de genoemde e-mailaccounts en/of tot alle gevraagde e-mails. Het gaat om zakelijke e-mailaccounts die door Natec zijn aangemaakt en ter beschikking zijn gesteld aan [A] (enkel en alleen) voor het uitvoeren van de werkzaamheden ten behoeve van Natec en in het kader van de overeenkomst. Natec heeft overzichten van alle verkopen in de periode januari 2020 tot en met december 2021 overgelegd, op basis waarvan Lofoten de provisies kan berekenen. Lofoten heeft dan ook geen rechtmatig belang bij het verkrijgen van toegang tot de mailaccounts en/of e-mails.

De reden voor een annulering is niet relevant, want op grond van de overeenkomst wordt alleen provisie betaald over geleverde goederen. Evenmin is deze reden van belang in het kader van artikel 7:432 lid 1 BW, want voor wat betreft het recht op provisie gaat het om het moment waarop een order door de principaal wettelijk gezien is aanvaard. De reden voor het niet aanvaarden of uitvoeren van een order is niet relevant. Lofoten heeft voldoende informatie tot haar beschikking om te kunnen vaststellen welke orders zijn geannuleerd.

Verder heeft Lofoten nagelaten aan te geven om welke bescheiden het gaat. Lofoten wenst inzage te verkrijgen in de gehele mailbox en dus te kunnen beschikken over alle e-mails. De door Lofoten genoemde bescheiden zijn te algemeen geduid en dus onvoldoende bepaald. Daarbij heeft Natec gewichtige redenen om geen toegang te verstrekken tot de mailboxen en de e-mails, omdat deze ook vertrouwelijke bedrijfsmatige informatie bevatten, zoals interne besluitvorming en -gedachtevorming. Voor het kunnen berekenen van eventuele provisies is toegang tot de mailboxen en/of e-mails niet nodig. De vordering tot het verstrekken van toegang tot de mailboxen en/of alle e-mails dient dan ook te worden afgewezen.

Lofoten vordert verder nog dat het Natec wordt verboden om de e-mails te wissen en dat zij wordt geboden om de e-mails op te slaan en opgeslagen te houden, terwijl Lofoten niet heeft gesteld wat haar belang is bij deze vordering. Verder zijn het verzochte verbod en gebod niet in tijd beperkt, terwijl hieraan kosten zijn verbonden. Deze vorderingen dienen dan ook te worden afgewezen, of aan de voorwaarde te worden gebonden dat alle kosten voor het opslaan en opgeslagen houden van e-mails voor rekening komen van Lofoten.

Dwangsommen

Lofoten heeft niet gesteld waarom dwangsommen zouden moeten worden opgelegd. Evenmin heeft Lofoten de hoogte van de gevraagde dwangsommen toegelicht. De gevorderde dwangsommen zijn buitensporig hoog, zodat ze dienen te worden afgewezen. Natec stelt bovendien dat zij aan een eventueel veroordelend vonnis zal voldoen. Indien er toch dwangsommen zouden moeten worden opgelegd, dan dienen er lagere dwangsommen te worden opgelegd die in een redelijke verhouding staan tot de gevraagde voorlopige voorziening.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. Beoordeling van het geschil in incident

Op grond van artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. In lid 2 van dat artikel is bepaald dat de betreffende vordering moet samenhangen met de vordering in de hoofdzaak. Toewijzing van een vordering tot een voorlopige voorziening voor de duur van het geding is alleen mogelijk wanneer daarbij voldoende belang bestaat. Het belang bij de gevraagde voorziening moet dringend zijn, in die zin dat van de eisende partij niet kan worden gevergd dat zij de afloop van de procedure in de hoofdzaak afwacht.

Voorschot

Het gevorderde voorschot is niet toewijsbaar. De kantonrechter overweegt daarbij het volgende.

Lofoten heeft gesteld dat zij geen inkomsten heeft en kennelijk ligt daarin het dringend belang besloten dat zij zegt te hebben bij de gevorderde voorlopige voorziening voor de duur van het geding. Voor toewijzing van die voorziening tot betaling van een voorschot, moet de vordering echter wel voldoende aannemelijk zijn. Verder moet in de belangenafweging het restitutierisico worden meegewogen. Gelet op het door Natec in de hoofdzaak gevoerde gemotiveerde verweer kan voorshands niet met voldoende mate van zekerheid worden geoordeeld over de aannemelijkheid van de vordering van Lofoten. Wel aannemelijk vindt de kantonrechter dat er sprake is van een restitutierisico. Lofoten heeft immers aangevoerd dat zij geen inkomsten heeft.

Bij de vorderingen tot inzage in de geplaatste orders, tot het verlenen van toegang tot de e-mailaccounts van Lofoten bij Natec en tot het verbod om e-mails uit die accounts te wissen, heeft Lofoten naar het oordeel van de kantonrechter een voldoende spoedeisend belang. Dit belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen. Verder hangen de gevorderde voorzieningen samen met de vorderingen in de hoofdzaak en betreffen het voorzieningen die voor de duur van de aanhangige hoofdzaak kunnen worden gegeven. De vraag is of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregelen rechtvaardigt.

Inzage

Met betrekking tot de vordering om inzage te verlenen in alle geplaatste orders door klanten in Polen, betwist Natec dat zij daartoe gehouden zou zijn, omdat zij als productie 16 en 17 bij conclusie van antwoord een overzicht heeft verstrekt van alle verkochte producten in de periode januari 2020 tot en met december 2021 (bestaande klanten) en een overzicht van verkochte producten aan nieuwe klanten in de periode 1 april 2021 tot en met december 2021. Op basis daarvan zou Lofoten haar stellingen nader kunnen onderbouwen. Dit verweer van Natec komt de kantonrechter plausibel voor. Op basis van de door Natec verstrekte overzichten en het bij productie 18 bij conclusie van antwoord overgelegde overzicht van 39 klanten die bestellingen hebben gedaan na 1 april 2021, zou het voor Lofoten mogelijk moeten zijn om een berekening te maken van de aan haar verschuldigde provisie en klantenvergoeding over daadwerkelijk tot stand gekomen overeenkomsten en geleverde goederen. Mocht dit niet het geval blijken te zijn dan kan Lofoten tijdens de mondelinge behandeling in de hoofdzaak uitleggen waarom die overzichten niet volstaan. Zo nodig kan dan alsnog een gerichte opdracht aan Natec worden gegeven.

De vordering tot het verlenen van inzage in alle geplaatste orders door klanten in Polen, vooruitlopend op de behandeling in hoofdzaak, is nu niet toewijsbaar.

Toegang tot de e-mailaccounts

Met betrekking tot de vordering om toegang te verschaffen tot (primair) de e-mailaccounts: [e-mailadres] en [e-mailadres] , althans tot (subsidiair) alle e-mails die zijn verstuurd en ontvangen door Lofoten vanuit de genoemde e-mailaccounts, overweegt de kantonrechter het volgende.

De kantonrechter volgt niet het verweer van Natec, dat de vordering van Lofoten te onbepaald is omdat deze neerkomt op inzage in de gehele mailbox/alle e-mails van Natec die ook vertrouwelijke bedrijfsmatige informatie bevatten.

Lofoten vordert primair immers alleen toegang tot de (zakelijke) e-mailaccounts van haar twee vertegenwoordigers ( [A] en [C] ) en subsidiair alle e-mails die zijn verstuurd en ontvangen door Lofoten vanuit de genoemde e-mailaccounts en dat is voldoende bepaald. Verder valt zonder toelichting, die niet is gegeven, niet in te zien welke bedrijfsmatige informatie in de mailaccounts van Lofoten terecht is gekomen die Lofoten zelf niet zou mogen zien.

De kantonrechter zal de vordering om vooruitlopend op de behandeling in hoofdzaak (deels) toegang te verschaffen tot de e-mailaccounts: [e-mailadres] en [e-mailadres] om een andere reden afwijzen. Zoals hiervoor is overwogen, heeft Natec bij conclusie van antwoord verkoopinformatie verstrekt (zie productie 16, 17 en 18) op basis waarvan Lofoten haar stellingen nader zou moeten kunnen onderbouwen. Mocht dit niet het geval blijken te zijn dan kan tijdens de mondelinge behandeling in de hoofdzaak dieper worden ingegaan op het belang bij toegang tot de door Lofoten genoemde e-mailaccounts en dan kan daartoe zo nodig alsnog een opdracht worden gegeven.

Verbod tot wissen van e-mails

Met betrekking tot de vordering om Natec te verbieden e-mails te wissen ziet de kantonrechter voorshands, vooruitlopend op de behandeling in hoofdzaak, wel een rechtmatig belang voor Lofoten, namelijk zekerstelling dat er voor de beoordeling van haar vordering geen relevante informatie verloren gaat. Nu is immers onbekend of en zo ja welke e-mails in de afgesloten e-mailaccounts van Lofoten van belang zijn voor de beoordeling van de vorderingen van Lofoten in hoofdzaak. Daarbij komt dat het belang om Natec te verbieden e-mails te wissen voor Lofoten des te groter is, omdat Natec voorshands geen toegang tot de e-mailaccounts hoeft te geven en de kantonrechter partijen hierover de discussie in de hoofdzaak wil laten voeren.

Gebod tot het opslaan van e-mails

Verder ziet de kantonrechter vooralsnog het bezwaar niet dat Natec heeft aangevoerd met betrekking tot het opslaan en voor de duur van procedure opgeslagen houden van de e-mails die zijn verstuurd en ontvangen door Lofoten vanaf de e-mailaccounts: [e-mailadres] en [e-mailadres] .

Dat het gebod door Lofoten niet in tijd is beperkt, betekent niet dat Natec gehouden is de e-mails tot in lengte der dagen opgeslagen te houden. Met het einde van de procedure in de hoofdzaak komt sowieso een einde aan het wisverbod. De niet nader onderbouwde stelling van Natec dat vanwege de kosten van haar niet gevergd kan worden dat zij de genoemde e-mails opslaat en opgeslagen houdt, wordt door de kantonrechter gepasseerd. Hetzelfde geldt voor de stelling van Natec dat, indien het verbod om e-mails te wissen wordt toegewezen, hieraan de voorwaarde moet worden verbonden dat ‘alle kosten voor rekening dienen te komen van Lofoten’. Indien en voor zover externe opslag nodig is waarvoor kosten gemaakt dienen te worden, wat Natec in het geheel niet aannemelijk heeft gemaakt, kan over de betaling hiervan ook desgevraagd in de hoofdzaak worden beslist.

Slotsom is dat de vorderingen van Lofoten tot het verbieden van het wissen van de e-mails in haar accounts bij Natex en tot het gebieden e-mails die zich in die accounts bevinden op te slaan en opgeslagen te houden, worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing is vermeld.

Dwangsommen

De kantonrechter ziet geen aanleiding om het toegewezen verbod en gebod voor de duur van het geding te versterken met een dwangsom, want Natec heeft toegezegd aan een eventueel veroordelend vonnis in incident te voldoen. De kantonrechter heeft geen enkele reden om aan te nemen dat Natec deze toezegging niet zal nakomen.

Proceskosten

Omdat partijen over en weer deels in het gelijk en deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de kosten van het incident gecompenseerd in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

6. De beoordeling in de hoofdzaak

De kantonrechter wil op een zitting (mondelinge behandeling) nadere inlichtingen bij partijen inwinnen en onderzoeken of zij het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Daarom zal een zitting worden bepaald. Indien een partij op de zitting niet aanwezig is, kan dat in het nadeel van die partij werken.

Een partij die zich tijdens de zitting wil beroepen op stukken die nog niet zijn overgelegd, moet die stukken uiterlijk tien dagen voor de zitting aan de kantonrechter en aan de (gemachtigde van de) tegenpartij toesturen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident

verbiedt Natec om voor de duur van het geding de e-mails die verstuurd en ontvangen zijn door of namens Lofoten ( [A] en [C] ) vanuit de e-mailaccounts [e-mailadres] en [e-mailadres] te wissen;

gebiedt Natec om voor de duur van het geding de e-mails die verstuurd en ontvangen zijn door of namens Lofoten ( [A] en [C] ) vanuit de e-mailaccounts [e-mailadres] en [e-mailadres] op te slaan en opgeslagen te houden;

wijst voor het overige de vorderingen af;

bepaalt dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

in de hoofdzaak

bepaalt een zitting op een nader vast te stellen datum en tijdstip in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8, 5223 BA ’s-Hertogenbosch;

bepaalt dat beide partijen op de zitting aanwezig moeten zijn, waarbij een rechtspersoon vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en gemachtigd is om inlichtingen te geven en een schikking aan te gaan;

bepaalt dat partijen uiterlijk op 14 juli 2022 per brief hun verhinderdagen en de verhinderdagen van hun eventuele gemachtigden in de periode van augustus tot en met december 2022 kunnen opgeven, waarna dag en tijdstip van de zitting worden bepaald;

bepaalt dat de kantonrechter, indien een partij niet dan wel niet tijdig de verhinderdata opgeeft, de datum en het tijdstip van de zitting zelfstandig vaststelt;

bepaalt dat de datum en het tijdstip van de zitting na vaststelling ervan in beginsel niet meer worden gewijzigd;

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2022.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.C.W. Geurtsen-van Eeden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?