RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer / rekestnummer: 12190376 \ EJ VERZ 26-250
Beschikking van 10 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. S.A. Holwerda,
tegen
10TABLES B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: 10Tables,
gemachtigde: mr. J.J.C. Delahaye.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het verzoekschrift met producties 1 tot en met 13;
het verweerschrift tevens houdende zelfstandig nevenverzoek met producties 1 tot en met 10;
de akte houdende producties van 10Tables met producties 12 tot en met 15.
Op 6 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Gelijktijdig heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden in een door [verzoeker] geëntameerd kort geding, bij deze rechtbank bekend onder zaak- en rolnummer 12161858 / CV EXPL 26-2654. In deze zaak vordert [verzoeker] kort gezegd wedertewerkstelling en doorbetaling van loon. De gemachtigden van beide partijen hebben ter zitting spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter medegedeeld dat partijen nader zullen worden bericht over de datum van de uitspraak.
Partijen zijn vervolgens bericht dat vandaag beschikking zal worden gegeven.
2. De feiten
Tables betreft een klein restaurant in Eindhoven met slechts tien tafels.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1993, is op 1 december 2024 bij 10Tables in dienst getreden in de functie chef-kok tegen een salaris van € 3.500,00 bruto per maand. Voor zijn indiensttreding heeft hij sinds de zomer van 2024 als zzp’er gemiddeld 20 uur per week bij 10Tables gewerkt om de voormalige chef-kok te ondersteunen.
[verzoeker] is aanvankelijk in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar. Met ingang van 1 december 2025 is de arbeidsovereenkomst met een half jaar verlengd, zodoende tot 1 juni 2026. Aan de verlenging van de arbeidsovereenkomst is een verbeterplan gekoppeld. In de schriftelijke verlenging van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de voortzetting van het dienstverband na afloop van de verlengingsperiode afhankelijk is van de beoordeling van het in verbetertraject vastgelegde plan.
In artikel 4 van de arbeidsovereenkomst is het volgende bepaald:
Artikel 4: Cao en bedrijfsreglement
Op deze arbeidsovereenkomst is de Horeca CAO van toepassing.
Aanvullend op deze arbeidsovereenkomst is het bedrijfsreglement van toepassing
In artikel 4.7 van de Horeca CAO (hierna te noemen: de cao) is, voor zover voor dit geschil van belang, het volgende bepaald:
(..)
Volgens 10Tables wordt met het in artikel 4 van de arbeidsovereenkomst genoemde bedrijfsreglement bedoeld het Huisreglement, dat als productie 1 bij het verweerschrift is overgelegd. Hierin staat, voor zover voor dit geschil van belang, het volgende:
[verzoeker] heeft zich op 24 februari 2026 ziekgemeld.
Bij brief van 27 februari 2026 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat omtrent de reden van het ontslag het volgende:
“ Verwijten aan uw adres
Concreet maakt l0Tables de navolgende verwijten aan uw adres. (..)
Onjuist handelen met betrekking tot ontvangen fooi en registratie daarvan
dat u op in de nacht van 21 op 22 februari 2026 een door gasten contant verstrekte fooi van in totaal € 40,00 niet volledig heeft geregistreerd, maar op het registratiebriefje slechts een bedrag van € 20,00 heeft vermeld; en/of
dat u derhalve al dan niet opzettelijk een onjuiste en/of onvolledige registratie heeft gedaan; en/of
dat u, nadat u beide biljetten van € 20,00 in de fooienpot had gedaan, vervolgens één biljet van € 20,00 uit de fooienpot heeft genomen; en/of
dat u daarvoor geen toestemming had en/of dat ook niet besproken heeft en/of aangegeven heeft aan iemand; en/of
dat u het door u uit de fooienpot genomen bedrag niet opnieuw in de fooienpot heeft teruggelegd en dit bedrag evenmin op enigerlei wijze heeft geregistreerd of verantwoord; en/of
dat u het verschil tussen het daadwerkelijk ontvangen bedrag (€ 40,00) en het door u genoteerde bedrag (€ 20,00) niet heeft toegelicht aan of besproken met uw collega's of leidinggevende; en/of
dat u daarmee bent afgeweken van de binnen l0Tables geldende, duidelijke en bij u bekende afspraken met betrekking tot het registreren, beheren en bewaren van contant ontvangen fooien;
en/of
8. dat u in strijd heeft gehandeld met uw verantwoordelijkheid als medebeheerder van de fooienpot, welke verantwoordelijkheid met zich brengt dat u volledig transparant, controleerbaar en zorgvuldig dient om te gaan met ontvangen contante bedragen; en/of
9. dat u door het onjuist registreren van het ontvangen bedrag een onvolledige en feitelijk onjuiste administratie heeft gevoerd met betrekking tot de fooienpot; en/of
10. dat u door uw handelswijze afbreuk heeft gedaan aan het systeem van onderlinge controle en vertrouwen waarop het beheer en de periodieke verdeling van de fooien is gebaseerd; en/of
11. dat uw handelen ertoe heeft geleid dat collega's zijn benadeeld in de gezamenlijke aanspraak op de ontvangen fooien, althans dat dit risico is ontstaan; en/of
12. dat u zich door uw handelswijze een bedrag heeft toegeëigend dat niet of niet volledig aan u toekwam; en/of
13. dat door uw handelswijze een ernstige vertrouwensbreuk is ontstaan, in het bijzonder waar het gaat om het omgaan met contante geldstromen binnen l0Tables; en/of
14. dat er door uw handelen geen vertrouwen (meer) bestaat dat u in de toekomst op zorgvuldige, volledige, waarheidsgetrouwe en/of transparante wijze contante ontvangsten zult registreren en beheren; en/of
15. dat er door uw handelen geen vertrouwen (meer) bestaat dat u zich in de toekomst strikt zult houden aan interne afspraken en procedures omtrent financiële administratie; en/of
16. dat uw handelswijze, mede gelet op het feit dat deze heeft plaatsgevonden tijdens werktijd en in aanwezigheid van een collega, de integriteit die van een medewerker mag worden verwacht ernstig heeft geschaad; en/of
17. dat uw gedrag een onwerkbare situatie binnen het team heeft gecreëerd, nu het beheer van de fooienpot uitsluitend kan functioneren op basis van volledige openheid, discretie, correcte registratie en onderling vertrouwen.
(..)
De dringende reden(en) is/zijn gelegen in de feiten en omstandigheden genoemd onder het kopje
"verwijten aan uw adres" van deze brief. De daar genoemde feiten leveren, zoals gezegd, ieder op zichzelf een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Subsidiair geldt in ieder geval dat een van de hiervoor genoemde feiten in onderling verband met een of meerdere van de andere genoemde feiten en/of omstandigheden bezien steeds een of meerdere dringende redenen opleveren voor een opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden.”
3. Het verzoek, verweer en tegenverzoek
Het verzoek
[verzoeker] heeft in het verzoekschrift de kantonrechter verzocht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
I. het verleende ontslag op staande voet ongeldig te verklaren en daarbij:
primair 10Tables te veroordelen tot tewerkstelling van [verzoeker] in zijn functie als chef-kok, zulks op de overeengekomen, althans de tot voor kort geldende tijden, en tegen het gangbare salaris (met inachtneming van de cao-verhoging) dit op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag of deel daarvan dat 10Tables binnen twee dagen na betekening van de in dezen te geven beschikking in gebreke blijft aan een zodanige veroordeling te voldoen;
subsidiair [verzoeker] , ten laste van 10Tables, een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding toe te kennen;
meest subsidiair: [verzoeker] ten laste van 10Tables een transitievergoeding toe te kennen;
II. 10Tables te veroordelen om aan [verzoeker] schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificaties te verstrekken, waarin de bedragen en betalingen van het salaris inclusief de cao-verhoging per 1 januari 2026 zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, tot een maximum van € 10.000,00 voor elke dag na twee dagen na de datum van de beschikking dat 10Tables daar niet aan voldoet;
III. 10Tables te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel WIK;
IV. met veroordeling van 10Tables in de kosten van deze procedure, te vermeerderden met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van de in dezen te geven beschikking.
[verzoeker] heeft het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Het door 10Tables gegeven ontslag op staande voet ontbeert een geldige dringende reden. Van diefstal of verduistering is geen sprake. Op 21 februari 2026 heeft [verzoeker] van zijn eigen geld boodschappen gedaan ten behoeve van 10Tables. Zoals te doen gebruikelijk heeft hij deze verrekend met de fooienpot. Hij heeft de door hem ondertekende kassabon van de boodschappen in een enveloppe naast de fooienpot gelegd en € 20,00 uit de
fooienpot gehaald, zodat de fooienpot door het management weer zou worden aangevuld.
Het is dagelijkse praktijk binnen 10Tables dat de keukenmedewerkers regelmatig voorafgaand aan hun dienst, in eigen tijd en van hun eigen geld kleine/extra boodschappen doen ten behoeve van 10Tables. Binnen 10Tables geldt de praktische procedure dat de werknemer, die van zijn eigen geld boodschappen voor 10Tables heeft gedaan, dit aan het einde van de dienst kan verrekenen met de fooienpot. [verzoeker] verwijst in dit kader naar de door hem als productie 12 overgelegde verklaringen van collega’s. De originele kassabon moet worden ondertekend en ingeleverd door deze in de enveloppe te doen die naast de fooienpot ligt. [verzoeker] heeft deze procedure gevolgd. Bij verrekening van een aankoop met de fooienpot wordt het bedrag afgerond als er geen wisselgeld voorhanden is. Op 21 februari 2026 heeft [verzoeker] voor € 14,95 boodschappen gedaan maar was er geen wisselgeld vandaar dat hij € 20,00 uit de fooienpot heeft gepakt. [verzoeker] heeft niets gedaan dat een ontslag op staande voet kan rechtvaardigen.
Voor zover wordt geoordeeld dat [verzoeker] de verrekening met de fooienpot niet geheel correct zou hebben uitgevoerd c.q. onzorgvuldig zou hebben gehandeld, hetgeen hij uitdrukkelijk betwist, is het ontslag op staande voet onder de gegeven omstandigheden een te verregaande maatregel. In dit geval is sprake van een bagatelzaak en gelet op de jurisprudentie hieromtrent is een ontslag op staande voet vanwege de persoonlijke gevolgen die dit voor [verzoeker] heeft (zoals het ontbreken van loon en het verlies van zijn reputatie in de branche en in de regio) buitenproportioneel. Daarnaast heeft 10Tables bij het ontslag op staande voet geen rekening gehouden met de psychische belastbaarheid van [verzoeker] vanwege zijn diagnose PDD-NOS.
[verzoeker] heeft de indruk dat de aangevoerde reden gezocht en geknutseld is omdat 10Tables recent heeft besloten de samenwerking met hem te willen beëindigen. Op 21 februari 2026 heeft [verzoeker] immers geconstateerd dat 10Tables, zonder hem daarover van te voren te informeren, een vacature voor chef-kok op internet heeft geplaatst. [verzoeker] vermoedt dat 10Tables, vanwege zijn ziekmelding en de vrees dat zijn afwezigheid mogelijk lange tijd zou gaan duren vanwege het conflict dat door de plaatsing van de vacature is ontstaan, op zoek is gegaan naar een aanknopingspunt om een ontslag op staande voet te kunnen billijken.
Tables heeft zich op en na 21 februari 2026 niet als een goed werkgever gedragen en ernstig verwijtbaar gehandeld door [verzoeker] zonder geldige dringende reden op staande voet te ontslaan en medewerkers te vertellen dat hij niet meer terug zal keren.
Primair dient het ontslag op staande voet te worden vernietigd, [verzoeker] weder te werk te worden gesteld en het loon te worden doorbetaald, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW en met toepassing van de cao-loonsverhoging van 2,5% die per 1 januari 2026 is ingegaan. 10Tables heeft verzuimd het salaris van [verzoeker] vanaf 1 januari 2026 conform artikel 4.7 sub 12 van de cao te verhogen met 2,5%. [verzoeker] heeft hier recht op omdat hij per 1 december 2025 een jaar in dienst was. Zijn salaris had vanaf 1 januari 2026 dus niet € 3.500,00 maar € 3.587,50 bruto per maand moeten bedragen, exclusief vakantiebijslag en andere emolumenten.
Subsidiair verzoekt [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding omdat 10Tables de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding zijn de volgende omstandigheden van belang:
10Tables heeft [verzoeker] op staande voet ontslagen, zonder dat hier een valide reden aan ten grondslag lag en een ontslag op staande voet zeer ernstige - zowel financiële als sociale – gevolgen heeft, terwijl op dat moment bovendien een ontslagverbod gold;
10Tables heeft zich voorafgaand aan het ontslag onbehoorlijk gedragen ten opzichte van [verzoeker] door zonder voorafgaand overleg en/of evaluatie van de voortgang van het verbetertraject zijn baan als vacature aan te melden op een vacature website;
10Tables is de verplichtingen uit de cao niet nagekomen door de verplichte loonsverhoging per 1 januari 2026 niet toe te passen;
wanneer [verzoeker] niet op staande voet was ontslagen en 10Tables de vacature niet zonder medeweten van [verzoeker] zou hebben geplaatst, zou [verzoeker] zonder enige twijfel nog minimaal tot het einde van het jaar bij 10Tables hebben gewerkt, gelet op het salaris van € 3.587,50 bruto, vermeerderd met 8% vakantiebijslag en uitgaande van € 100,00 fooi per maand komt de billijke vergoeding uit op een bedrag van € 27.821,50.
Daarnaast heeft [verzoeker] recht op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging ex artikel 7:672 lid 10 BW. Deze vergoeding bedraagt het loon over de periode die bij reguliere opzegging in acht had moeten worden genomen. Dit betreft de periode van 27 februari 2026 tot en met 31 mei 2026 aangezien in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen tussentijdse opzeggingsmogelijkheid is overeengekomen.
Van ernstige verwijtbaarheid van [verzoeker] is geen sprake zodat hij aanspraak maakt op een transitievergoeding. Voor de berekening van de transitievergoeding dient ook de tijd dat [verzoeker] als zzp’er voor 10Tabels heeft gewerkt te worden meegenomen.
Het verweer
Tables stelt zich op het standpunt dat het gegeven ontslag op staande voet wel rechtsgeldig is en dat de verzoeken van [verzoeker] moeten worden afgewezen. 10Tables heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd.
In de nacht van 21 op 22 februari 2026, terwijl [verzoeker] aan het werk was, is door 10Tables een bedrag van € 40,00 (in de vorm van twee briefjes van € 20,00) aan fooi ontvangen. Op camerabeelden van 10Tables is te zien dat [verzoeker] , in de aanwezigheid van een collega, met beide biljetten van € 20,00 naar de fooienpot loopt en deze erin stopt. [verzoeker] registreert echter slechts dat een bedrag van € 20,00 aan fooi is ontvangen en pakt even later, zoals ook op de camerabeelden te zien is, € 20,00 uit de fooienpot zonder een ondertekend bonnetje bij of in de fooienpot te leggen.
Het is niet gebruikelijk dat geld uit de fooienpot wordt gebruikt ter afrekening van voorgeschoten boodschappen. Dat dient conform het toepasselijke Huisreglement via een declaratieformulier te gebeuren. Dit Huisreglement (productie 1 verweerschrift) is aan [verzoeker] ter beschikking gesteld en door hem ondertekend. Van belang is dat in het Huisreglement is bepaald dat het niet is toegestaan om boodschappen voor privégebruik te bestellen en dat alle ingekochte producten bestemd moeten zijn voor het restaurant. Als er incidentele momenten zijn, zoals een borrel voor het personeel, dan kan in overleg daarvoor inkopen worden gedaan. Voorts staat in het Huisreglement dat wanneer er boodschappen gedaan worden voor zakelijke doeleinden daarvoor verschillende mogelijkheden zijn, namelijk: a) inkopen bij Hanos die vervolgens door 10Tables op rekening betaald worden, b) het gebruik van de zakelijke pinpas en c) als deze opties niet beschikbaar zijn dan kunnen deze voorgeschoten worden en kan een declaratieformulier (met bon) worden ingediend en wordt het geld terug overgemaakt aan de werknemer. In de praktijk wordt het Huisreglement ook nageleefd. Dit blijkt uit de declaratieformulieren die als productie 4 bij het verweerschrift zijn overgelegd. Bovendien staat in het Huisreglement dat alle medewerkers gelijke rechten op de fooi hebben, dat het achterhouden of meenemen van fooi wordt gezien als diefstal en sancties met zich mee kan brengen en dat het niet is toegestaan de fooi voor andere doeleinden te gebruiken. [verzoeker] heeft zodoende in strijd gehandeld met het Huisreglement.
Het betoog van [verzoeker] dat het gebruikelijk was om te verrekenen met de fooienpot gaat bovendien niet op omdat dit niet te rijmen is met a) de opmerking die [verzoeker] jegens een collega heeft gemaakt ("ik zal de fooi maar alvast gaan verdelen, want anders zie ik er niks meer van terug"), zoals blijkt uit de verklaring van [A] (productie 10 verweerschrift) en het feit dat [verzoeker] slechts een bedrag van € 20,00 aan fooi heeft geregistreerd en geen bonnetje bij de fooienpot heeft gelegd. [verzoeker] heeft bewust een onjuiste registratie gemaakt van de ontvangen fooi. Als hij de boodschappen had willen verrekenen zoals hij stelt is deze gang van zaken onnavolgbaar. In dat geval zou hij € 40,00 aan fooi hebben geregistreerd en het bonnetje bij de fooienpot gelegd. [verzoeker] heeft evenwel geen bonnetje bij de fooienpot neergelegd, zo blijkt uit de camerabeelden. 10Tables heeft het in het geding gebrachte (niet ondertekende) bonnetje (productie 9 verzoekschrift) pas op 12 maart 2026 door de gemachtigde van [verzoeker] toegezonden gekregen. [verzoeker] heeft ook niet met een collega of leidinggevende overleg gehad over het pakken van geld uit de fooienpot.
Er is geen sprake van een "gebruikelijke praktijk" waarbij boodschappen via de fooienpot worden verrekend. Die praktijk volgt niet uit het Huisreglement, niet uit de feitelijke gang van zaken, en niet uit de door [verzoeker] overgelegde getuigenverklaringen.
Verder betwist 10Tables dat de door [verzoeker] aangeschafte boodschappen ten behoeve van het restaurant zijn gedaan. Uit het door [verzoeker] overgelegde bonnetje blijkt dat voor een bedrag van in totaal € 14,95 boodschappen zijn gedaan bestaande uit: a) Red Bull, b) AH Aubergines (7 stuks), c) pistolet wit en d) een citroen. Red Bull en pistolets worden niet door 10Tables geserveerd. Dit was voor eigen gebruik van [verzoeker] . 10Tables betwist uitdrukkelijk dat het gebruikelijk is om tijdens de dienst op haar kosten versnaperingen aan te schaffen.
Voor zover wordt aangenomen dat [verzoeker] wel aankopen ten behoeve van 10Tables heeft gedaan kan dit hoogstens een waarde van € 14,95 vertegenwoordigen. Dat bedrag is € 5,05 lager dan het bedrag dat uit de fooienpot is gehaald. Als de privé aankopen van het totaalbedrag worden afgetrokken, dan wordt het verschil nog groter. Bovendien betwist 10Tables dat de aankopen van [verzoeker] bij 10Tables zijn afgeleverd.
Na het voorval heeft 10Tables [verzoeker] op 26 en 27 februari 2026 uitgenodigd voor een gesprek. [verzoeker] is niet verschenen en heeft ook geen alternatieve mogelijkheden doorgegeven zodat het voor 10Tables niet mogelijk is gebleken om [verzoeker] voorafgaand aan het ontslag op staande voet te horen.
Uitgangspunt in de jurisprudentie is dat diefstal, verduistering of fraude in beginsel een ontslag op staande voet rechtvaardigt. 10Tables ziet niet in waarom in dit geval geen sprake zou zijn van een dringende reden vanwege de persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] . In dit verband wijst zij erop dat [verzoeker] een kort dienstverband heeft (minder dan 1,5 jaar), hij relatief jong is, een goede positie op de arbeidsmarkt heeft, het een ernstig vergrijp betreft en er duidelijke regels gelden binnen 10Tables. Daarnaast waren er serieuze op- en aanmerkingen op het functioneren van [verzoeker] , reden waarom een verbetertraject is opgesteld.
Tables erkent dat zij de cao-loonsverhoging per 1 januari 2026 over het hoofd
heeft gezien en niet heeft toegepast. Deze verhoging zal zij alsnog aan [verzoeker] toekennen en verrekenen met de schadevergoeding die zij bij wijze van zelfstandig tegenverzoek van [verzoeker] vordert.
Het verzoek tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding dient te worden afgewezen omdat geen sprake is van een onregelmatige opzegging. Voor zover anders wordt geoordeeld is toekenning van een gefixeerde schadevergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dan wel dient de vergoeding te worden gematigd.
De transitievergoeding dient eveneens te worden afgewezen omdat [verzoeker] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat wanneer de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering of bedrog of andere zaken waardoor hij het vertrouwen van de werknemer onwaardig wordt, hij geen recht heeft op een transitievergoeding.
Aangezien [verzoeker] niet ten onrechte op staande voet is ontslagen is 10Tables ook geen billijke vergoeding aan hem verschuldigd. Voor zover de kantonrechter van oordeel is dat het ontslag op staande voet wel terecht is gegeven, geldt dat het verzoek niet kan worden toegewezen omdat niet om toekenning van een concreet bedrag wordt verzocht. In het geval de kantonrechter van oordeel is dat niettemin een billijke vergoeding moet worden toegekend, dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat het dienstverband tot maximaal 1 juni 2026 (het einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd) zou hebben geduurd.
Het tegenverzoek
Tables heeft aan haar verweer een tegenverzoek verbonden. Zij verzoekt de kantonrechter [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 11.623,50, met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.
Tables heeft de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig wegens een dringende reden
opgezegd. Aangezien [verzoeker] 10Tables deze dringende reden heeft gegeven door zijn opzet of schuld maakt 10Tables op grond van artikel 7:677 lid 2 en lid 5 BW aanspraak op een schadevergoeding. Aangezien sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzegmogelijkheid is de vergoeding op grond van artikel 7:677 lid 3 BW gelijk aan het vastgestelde loon over de periode 27 februari 2026 tot 1 juni 2026.
Gemakshalve vordert 10Tables slechts drie maandsalarissen inclusief vakantiegeld, zijnde een bedrag van € 3.500 x 1,025 (loonsverhoging) 1,08 (vakantiegeld) x 3 = € 11.623,50 bruto.
4. De beoordeling
Het inleidend verzoek
De kantonrechter stelt vast dat beide partijen uitgebreid zijn ingegaan op het functioneren van [verzoeker] . Gelet op de verzoeken die voorliggen gaat het in deze procedure evenwel niet om het functioneren van [verzoeker] maar om de rechtsgeldigheid van het gegeven ontslag op staande voet. De kantonrechter zal zich dan ook daartoe beperken en geen uitspraak doen over het functioneren van [verzoeker] .
Op grond van het bepaalde in artikel 7:681 BW kan de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigen of op verzoek van de werknemer aan hem ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toekennen indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Dit betekent dat op grond van voornoemd wetsartikel een keuze gemaakt dient te worden. De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] in het petitum van het verzoekschrift niet om vernietiging van het ontslag op staande voet heeft verzocht (enkel om het ontslag op staande voet ongeldig te verklaren) en zijn verzoek tot wedertewerkstelling heeft ingetrokken. Dit betekent dat de kantonrechter niet behoeft te beslissen op het primaire verzoek onder I. a). Zodoende zal de kantonrechter beoordelen of het op 27 februari 2026 aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven en of er aanleiding is om een vergoeding toe te kennen zoals subsidiair verzocht onder I. b) of meest subsidiair onder I. c).
Opzegverbod
De kantonrechter stelt allereerst vast dat [verzoeker] ten tijde van het ontslag op staande voet arbeidsongeschikt was, nu hij zich nog niet beter had gemeld. In artikel 7:670a lid 2 aanhef en sub c BW is bepaald dat het opzegverbod wegens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW) niet van toepassing is als wordt opgezegd op grond van artikel 7:677 lid 1 BW (ontslag op staande voet). Ook als een werknemer arbeidsongeschikt is, kan hij dus op staande voet worden ontslagen.
Is het ontslag op staande voet rechtsgeldig?
Op grond van artikel 7:677 lid 1 BW is zowel de werkgever als de werknemer bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen op grond van een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat 10Tables voldaan heeft aan het vereiste van onverwijlde mededeling van de reden aan [verzoeker] . Dit heeft [verzoeker] ook niet betwist. Het gaat in dit geschil slechts om de vraag of sprake is van een dringende reden.
Een ontslag op staande voet is een ultimum remedium dat alleen mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst nog langer voort te zetten. Bij de beantwoording van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij moet niet alleen worden gelet op de aard en de ernst van de aan de werknemer verweten gedraging, maar moeten ook de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, worden betrokken. Ook moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen bij de werkgever.
De toetsing of het ontslag al dan niet terecht is gegeven kan in beginsel alleen plaatsvinden op basis van hetgeen feitelijk aan de werknemer is medegedeeld. Dit betekent dat de inhoud van de ontslagbrief van 27 februari 2026 de ontslagreden fixeert.
De aan [verzoeker] in de brief van 27 februari 2026 medegedeelde ontslagreden betreft kort gezegd dat [verzoeker] in de nacht van 21 op 22 februari 2026 a) van de ontvangen fooi van € 40,00 slechts € 20,00 heeft geregistreerd en b) hij van de ontvangen € 40,00 fooi, die hij in eerste instantie in de fooienpot had gestopt, € 20,00 weer uit de fooienpot heeft gehaald en zichzelf heeft toegeëigend.
Als onweersproken staat vast dat [verzoeker] op 21 februari 2026 een bedrag van € 20,00 uit de fooienpot heeft gehaald. [verzoeker] heeft dit erkend maar stelt dit te hebben gedaan om een aantal boodschappen die hij ten behoeve van 10Tables heeft voorgeschoten te verrekenen. Hoewel deze boodschappen in totaal € 14,95 bedroegen heeft hij, vanwege het ontbreken van wisselgeld, € 20,00 uit de fooienpot gepakt, aldus [verzoeker] . Het bonnetje van de betreffende boodschappen heeft hij ondertekend en in een enveloppe bij de fooienpot neergelegd. Volgens [verzoeker] is het binnen 10Tables gebruikelijke om voorgeschoten boodschappen via de fooienpot te verrekenen.
Tables betwist a) dat het binnen haar bedrijf gebruikelijk is om op deze manier boodschappen te verrekenen en b) dat [verzoeker] ten behoeve van 10Tables boodschappen heeft gedaan.
Tables heeft de stelling van [verzoeker] dat verrekening van voorgeschoten boodschappen met de fooienpot een normale gang van zaken is gemotiveerd betwist onder verwijzing naar de bepalingen in het Huisreglement, zoals opgenomen onder randnummer 2.3. en die in artikel 4 van de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn verklaard. [verzoeker] heeft erkend bij aanvang van de arbeidsovereenkomst een Huisreglement te hebben ondertekend. Dat hem naar eigen zegge nooit een exemplaar is uitgereikt en er ook geen digitaal exemplaar beschikbaar is, doet aan de toepasselijkheid niet af. Bij het ondertekenen daarvan heeft hij immers van het Huisreglement kennis kunnen nemen en niet gesteld of gebleken is dat [verzoeker] op dat moment of op een later moment 10Tables om een afschrift (of een digitale versie) van het Huisreglement heeft gevraagd. Met de ter zitting nader ingenomen (en elkaar tegensprekende) stellingen van [verzoeker] dat hij a) 100% zeker weet dat hij de versie zoals overgelegd als productie 1 bij het verweerschrift nooit gezien en ondertekend heeft en b) dat deze versie hoogstwaarschijnlijk niet het exemplaar is dat hij heeft ondertekend, heeft [verzoeker] de toepasselijkheid van het door 10Tables overgelegde Huisreglement onvoldoende gemotiveerd betwist. Dit gelet op de door 10Tables als productie 12 tot en met 14 overgelegde verklaringen van haar medewerkers en mede-eigenaar de heer N. Verwold, waarin consequent wordt verklaard over het gebruik van een Hanos pas, betaalpas en eventueel – bij het zelf voorschieten van boodschappen – het invullen van een declaratieformulier. Hieruit blijkt dat het door 10Tables gevoerde Huisreglement kennelijk voldoende onder de werknemers is gecommuniceerd, althans bij meerdere collega’s bekend is. Uit het Huisreglement blijkt dat werknemers eventuele boodschappen ten behoeve van 10Tables kunnen doen met de daarvoor beschikbare Hanos pas en een bedrijfsbetaalpas. Daarnaast bevat het Huisreglement ook een werkwijze voor het geval deze twee opties niet beschikbaar zijn en de werknemer de boodschappen voorschiet. In dat geval wordt het betreffende bonnetje bij de werkgever ingeleverd en wordt een declaratieformulier ingevuld waarna 10Tables het voorgeschoten bedrag naar de betreffende werknemer overgemaakt. Dat deze werkwijze in de praktijk ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd wordt ondersteund door de declaratieformulieren die 10Tables in het geding heeft gebracht (productie 4 verweerschrift). Het Huisreglement vermeldt niets over verrekening met de fooienpot, integendeel, in het Huisreglement staat opgenomen dat de fooienpot onder de medewerkers wordt verdeeld en dat deze nergens anders voor mag worden gebruikt.
Verder staat als onweersproken vast dat in de nacht van 21 op 22 februari 2026 € 40,00 fooi is ontvangen maar dat [verzoeker] daarvan slechts een bedrag van € 20,00 heeft geregistreerd. In dit verband voert 10Tables terecht aan dat als [verzoeker] de boodschappen had willen verrekenen, op een manier die volgens hem binnen 10Tables gebruikelijk is, het voor de hand had gelegen dat hij de € 40,00 op een juiste wijze (volledig) had geregistreerd.
Het komt de kantonrechter dan ook niet aannemelijk voor dat in de praktijk, in afwijking van het Huisreglement, voorgeschoten boodschappen via de fooienpot werden verrekend.
Voor zover verrekening met de fooienpot niettemin gebruikelijk was, geldt het volgende. Vaststaat dat [verzoeker] een bedrag van € 20,00 uit de fooienport heeft gehaald terwijl hij, blijkens het door hem overgelegde bonnetje, boodschappen heeft gedaan voor € 14,95. Dit betekent dat hij zich in ieder geval een bedrag van € 5,05 wederrechtelijk heeft toegeëigend daar niet is gesteld of gebleken dat [verzoeker] tegen een collega heeft gezegd, ergens heeft geregistreerd of op andere wijze aan 10Tables heeft gecommuniceerd dat hij teveel uit de fooienpot heeft genomen en dit later zal terugbetalen. Bovendien betwist 10Tables dat [verzoeker] het bonnetje van de boodschappen bij de fooienpot heeft gelegd en is het door [verzoeker] in de procedure overgelegde bonnetje niet ondertekend zoals hij stelt te hebben gedaan. Daar komt bij dat 10Tables betwist dat de boodschappen op het bonnetje ten behoeve van haar zijn aangeschaft en [verzoeker] erkent dat het blikje Red Bull van € 3,98 en de pistolet van € 0,29 voor zichzelf bedoeld waren. [verzoeker] heeft niet aangetoond dat hij toestemming had of dat het gebruikelijk was om – zonder overleg – op kosten van 10Tables eigen consumpties aan te schaffen, terwijl op dit punt de stel- en bewijslast bij hem ligt. In dit verband is van belang dat 10Tables ter zitting heeft verklaard dat zij werknemers, voor zover dit binnen het redelijke blijft, toestaat in het restaurant drinken te pakken en dat gezamenlijke lunches/diners worden verzorgd. Anders dan boodschappen ten behoeve van deze gezamenlijke lunches/diners betwist 10Tables uitdrukkelijk dat het gebruikelijk is dat werknemers op eigen initiatief op kosten van 10Tables versnaperingen aanschaffen.
Gelet op het voorgaande staat (de verdenking) voldoende vast dat [verzoeker] zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering. Verduistering is een strafbaar feit zodoende lijdt het geen twijfel dat dit niet geoorloofd is en in beginsel een dringende reden is die tot een ontslag op staande voet leidt. Daar komt bij dat [verzoeker] in strijd heeft gehandeld met de bepalingen in het Huisreglement, dat blijkens de door 10Tables overgelegde verklaringen (producties 12-14 verweerschrift) voldoende bekend is onder collega’s en waarin duidelijk vermeld staat dat zijn handelwijze tot sancties kan leiden.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden sprake is van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Het is alleszins begrijpelijk dat 10Tables als gevolg van de gebeurtenissen in de nacht van 21 of 22 februari 2026 het vertrouwen in een vruchtbare samenwerking met [verzoeker] is verloren. De door [verzoeker] gestelde persoonlijke omstandigheden, waaronder het feit dat hij is gediagnosticeerd met PDD-NOS, maken dit niet anders. Deze omstandigheden wegen niet op tegen de ernst van de gedragingen. Daarbij weegt voor de kantonrechter zwaar dat het gaat om (de verdenking van) verduistering van geld uit de fooienpot; geld dat bestemd is voor alle personeelsleden. Met zijn gedragingen heeft [verzoeker] dan ook niet alleen het vertrouwen van 10Tables beschaamd maar ook zijn collega’s benadeeld. De stelling dat er sprake is van een zogenoemde bagatel-zaak, volgt de kantonrechter daarom niet. Ook het feit dat 10Tables [verzoeker] niet heeft gehoord voordat zij is overgegaan tot een ontslag op staande voet, doet aan het voorgaande niet af aangezien voldoende is gebleken dat 10Tables [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord maar dit niet is gelukt. Als onweersproken staat vast dat 10Tables [verzoeker] op 26 februari en 27 februari 2026 heeft uitgenodigd voor een gesprek maar dat [verzoeker] hieraan geen gehoor heeft gegeven omdat hij ziek was. Voorts heeft 10Tables [verzoeker] gevraagd wanneer hij dan wel in staat c.q. in de gelegenheid was om te worden gehoord maar daar heeft [verzoeker] niet meer op gereageerd. Tegen deze achtergrond kan 10Tables niet worden tegengeworpen dat zij [verzoeker] op 27 februari 2026, zonder hem eerst te hebben gehoord, per brief heeft ontslagen.
Gelet op het voorgaande is de conclusie dat de kantonrechter van oordeel is dat het op 27 februari 2026 aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is.
Gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding
Aangezien het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven zijn de gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding niet toewijsbaar.
Transitievergoeding
Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer gaat om bijvoorbeeld de situatie waarin de werknemer zich schuldig maakt aan verduistering, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt (zie: Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 39).
De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook een dergelijke ernstige verwijtbaarheid op. Immers, die feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van de werknemer dat, mede gezien de voorbeelden genoemd in de wetsgeschiedenis, als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. De transitievergoeding is dan ook niet toewijsbaar.
Loonsverhoging conform de cao en schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificaties
[verzoeker] stelt dat hij op grond van de cao per 1 januari 2026 recht heeft op een loonsverhoging van 2,5% en dat 10Tables heeft verzuimd deze uit te betalen. 10Tables heeft deze omissie erkend en wenst het bedrag aan loonsverhoging over de periode 1 januari 2026 tot en met 27 februari 2026 te verrekenen met de door haar verzochte schadevergoeding, hetgeen hierna aan de orde zal komen.
De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] in het verzoekschrift niet expliciet verzoekt 10Tables te veroordelen dit achterstallige loon aan hem te voldoen maar enkel onder II. verzoekt om 10Tables te veroordelen tot het verstrekken van behoorlijke en deugdelijke netto/bruto specificaties, waarin de bedragen en betalingen van het salaris inclusief de cao-verhoging per 1 januari 2026 zijn verwerkt. De verplichting van de werkgever om een behoorlijke en deugdelijke netto/bruto specificaties te verstrekken vloeit voort uit de wet.
Gelet op de erkenning van 10Tables dat zij de cao loonsverhoging van 1 januari 2026 onterecht niet heeft toegepast is het verzoek van [verzoeker] onder II. toewijsbaar voor zover het verzoek ziet op de cao-loonsverhoging. De kantonrechter ziet echter geen reden hieraan een dwangsom te verbinden nu niet is gebleken dat 10Tables niet genegen is deze netto/bruto specificaties aan [verzoeker] te verstrekken. De kantonrechter zal bepalen dat 10Tables deze netto/bruto specificaties binnen veertien dagen na betekening van de beschikking dient te verstrekken en het is aangewezen dat 10Tables hier gehoor aan geeft.
Buitengerechtelijke incassokosten
Aangezien de door [verzoeker] subsidiair en meest subsidiair verzochte vergoedingen worden afgewezen deelt het verzoek met betrekking tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten hetzelfde lot. Voor zover [verzoeker] heeft bedoeld ook buitengerechtelijke incassokosten te verzoeken over de niet uitbetaalde loonsverhoging van 2,5% vanaf 1 januari 2026 geldt dat dit verzoek niet toewijsbaar is aangezien in het lichaam van het verzoekschrift gesteld noch onderbouwd is dat [verzoeker] buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij overwegend ongelijk krijgt en ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De proceskosten van 10Tables in het inleidend verzoek worden vastgesteld op:
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.009,00
Het tegenverzoek
Tables verzoekt [verzoeker] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 11.623,50 bruto aan schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 en lid 3 sub a BW onder verrekening van de niet toegepaste cao-loonsverhoging over de maanden januari en februari 2026. Op grond van dit artikel is de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, aan de wederpartij een vergoeding verschuldigd, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.
Voor een verzoek gebaseerd op artikel 7:677 BW is volgens artikel 7:686a lid 2 BW de verzoekschriftprocedure voorgeschreven, met inachtneming van de in datzelfde artikel voorgeschreven vervaltermijn. [verzoeker] heeft echter geen beroep gedaan op deze vervaltermijn. Volgens de kantonrechter kan het geldende uitgangspunt dat een vervaltermijn zich niet voor ambtshalve toetsing leent indien die termijn ertoe dient de belangen van (een van de) partijen te beschermen, uitzondering lijden als daardoor de belangen van een partij ernstig worden geschaad of anderszins verstrekkende gevolgen heeft. Dit kan met name aan de orde zijn in rechtsverhoudingen waarin partijen in een ongelijke (machts)positie verkeren. Het beginsel van een effectieve rechtsbescherming brengt in zo’n geval mee dat de rechter ambtshalve toepassing moet geven aan de termijn. Indien het geldende uitgangspunt onverkort zou worden gevolgd betekent dit dat de rechter de werknemer niet zou hoeven of zelfs mogen beschermen tegen ‘te laat’ door de werkgever ingediende verzoeken. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter onwenselijk. In het geval de vervaltermijn niet ambtshalve wordt getoetst bij een werkgeversverzoek, dan kan een werkgever ook als de vervaltermijn is verstreken, maar de werknemer daarop (uit onwetendheid) geen beroep doet, alsnog aanspraak maken op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Dit sluit niet aan bij de aan het arbeidsrecht ten grondslag liggende gedachte dat de werknemer wegens de ongelijke (machts)verhouding bescherming behoeft. Vanuit die beschermingsgedachte zou de rechter de vervaltermijnen bij werkgeversverzoeken juist wel ambtshalve moeten toepassen. Daarom toetst de kantonrechter in deze zaak wel ambtshalve en vervult daarmee een actieve(re) rol om een effectieve rechtsbescherming te bieden. De kantonrechter stelt vast dat de vervaltermijn van twee maanden op 27 april 2026 is verstreken en het tegenverzoek op 29 april 2026 is ingediend. Met het verstrijken van de vervaltermijn is het recht op een vergoeding vervallen. 10Tables kan dus ook niet meer met een beroep op verrekening aanspraak maken op een in artikel 7:686a lid 4 BW genoemde vergoeding. Het tegenverzoek zal dan ook worden afgewezen.
Aangezien het tegenverzoek wordt afgewezen komen de proceskosten voor rekening van 10 Tables. De proceskosten van [verzoeker] in het tegenverzoek worden vastgesteld op nihil.
Het kort geding
Aangezien met deze beschikking een einde is gekomen aan de bodemprocedure en [verzoeker] bovendien te kennen heeft gegeven geen wedertewerkstelling meer te wensen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij de in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De vorderingen in kort geding zullen daarom worden afgewezen. Deze beslissing zal in een apart vonnis worden vervat.
5. De beslissing
De kantonrechter
op het inleidend verzoek
veroordeelt 10Tables om aan [verzoeker] binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking te verstrekken schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificaties, waarin de cao verhoging per 1 januari 2026 is verwerkt;
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te vermeerderen met de kosten van betekening van de beschikking in het geval de beschikking wordt betekend;
verklaart de veroordelingen onder 5.1. en 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af;
op het tegenverzoek
wijst het verzoek af;
veroordeelt 10Tables tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag worden vastgesteld op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Iding en in het openbaar uitgesproken op
10 juni 2026.