RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 12161858 \ CV EXPL 26-2654
Vonnis in kort geding van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S.A. Holwerda,
tegen
10TABLES B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: 10Tables,
gemachtigde: mr. J.J.C. Delahaye.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding met 12 producties;
het verweerschrift tevens houdende zelfstandig nevenverzoek met producties 1 tot en met 10, ingediend in de bodemprocedure met zaaknummer 12190376 \ EJ VERZ 26-250, dat op verzoek van 10Tables in deze procedure wordt aangemerkt als conclusie van antwoord.
Op 6 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De gemachtigden van beide partijen hebben ter zitting spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter medegedeeld dat partijen nader zullen worden bericht over de datum van de uitspraak.
Partijen zijn vervolgens bericht dat vandaag beschikking zal worden gegeven.
2. De feiten
Op 16 april 2026 heeft [eiser] een verzoekschrift tot vernietiging van ontslag op staande voet dan wel tot het toekennen van een transitievergoeding en billijke vergoeding met nevenverzoeken ingediend. 10Tables heeft hiertegen verweer gevoerd en een tegenverzoek ingediend. Deze verzoekschriftprocedure is bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer 12190376 \ EJ VERZ 26-250. De mondelinge behandeling van dit verzoek heeft gezamenlijk met de mondelinge behandeling van dit kort geding plaatsgevonden. Op 10 juni 2026 heeft de kantonrechter in deze bodemprocedure een beschikking gegeven (hierna: de beschikking).
Voor de voor de beoordeling van dit geschil relevante feiten wordt verwezen naar de beschikking in de bodemprocedure.
3. Het geschil
[eiser] vordert – samengevat – dat 10Tables wordt veroordeeld om hem weder te werk te stellen in zijn functie als chef-kok, op straffe van een dwangsom met doorbetaling van zijn loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
[eiser] heeft hieraan kort gezegd ten grondslag gelegd dat het aan hem op 27 februari 2026 gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is omdat een dringende reden daarvoor ontbreekt.
Tables heeft verweer gevoerd dat strekt tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
4. De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
Bij beschikking van 10 juni 2026 is in de bodemprocedure beslist dat het op 27 februari 2026 aan [eiser] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is en zijn de verzoeken van [eiser] tot toekenning van een gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding afgewezen. Aangezien reeds in de bodemprocedure is beslist, heeft [eiser] geen belang meer bij de gevorderde voorlopige voorziening. Dit geldt temeer omdat [eiser] in de bodemprocedure heeft verklaard niet langer prijs te stellen op wedertewerkstelling en dat verzoek heeft ingetrokken. Daar komt bij dat nu in de bodemprocedure is geoordeeld dat sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, wedertewerkstelling hoe dan ook niet aan de orde is. Dit betekent dat de vordering van [eiser] , wegens een gebrek aan belang, zal worden afgewezen.
Gelet op het feit dat [eiser] in de bodemprocedure ongelijk heeft gekregen en de vordering in deze procedure wordt afgewezen, komen de proceskosten voor rekening van [eiser] . De proceskosten van 10Tables in het tegenverzoek worden vastgesteld op nihil.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering van [eiser] af;
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van 10Tables tot en met vandaag worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Iding en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.