RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 10581572 \ CV EXPL 23-2354
Vonnis van 12 september 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap
INNOVA ENERGIE B.V.,
gevestigd te Delft,
eisende partij, hierna te noemen Innova,
gemachtigde: B.E.J. Caminada,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
Innova heeft bij dagvaarding gevorderd [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 1.200,15 (bestaande uit € 975,37 aan hoofdsom,
€ 78,47 aan wettelijke rente en € 146,31 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 975,37 vanaf 26 juni 2023 tot de dag van volledige betaling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Ter onderbouwing van die vordering heeft Innova gesteld dat [gedaagde] een overeenkomst op afstand heeft gesloten tot het leveren van gas en/of elektriciteit met Flexenergie. Na het faillissement van Flexenergie heeft Innova in samenspraak met de curator de levering overgenomen. Zij heeft [gedaagde] hiervan op de hoogte gesteld bij e-mail van 1 november 2018. Op 2 november 2018 heeft zij een aanbod gedaan voor een vaste energieovereenkomst. Innova heeft gesteld dat [gedaagde] dit aanbod heeft aanvaard. Verder heeft zij gesteld dat zij heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten en heeft verwezen naar de algemene voorwaarden. Verder heeft zij gesteld dat er geen schermafdrukken voorhanden zijn, omdat zij de klanten heeft overgenomen van Flexenergie.
3. De beoordeling
Bestaat er een energieovereenkomst tussen Innova en [gedaagde] ?
De overeenkomst komt tot stand volgens de regels van aanbod en aanvaarding als bedoeld in artikel 6:217 BW. Daarnaast geldt de bijzondere regel van artikel 6:230v lid 6 BW voor energieovereenkomst, namelijk dat een energieovereenkomst slechts schriftelijk kan worden aangegaan.
Volgens Innova heeft zij voldaan aan dit schriftelijkheidsvereiste. Ze heeft een schriftelijk aanbod gedaan in de e-mail van 2 november 2018 en volgens haar heeft [gedaagde] dit aanbod geaccepteerd.
De kantonrechter overweegt hierover het volgende.
Uit de e-mail blijkt dat Innova een aanbod heeft gedaan, maar niet hoe dit aanbod eruit ziet. Blijkbaar moet [gedaagde] op de link ‘Bekijk het scherpe aanbod’ klikken, maar niet duidelijk is wat [gedaagde] dan vervolgens te zien krijgt en welke stappen hij verder moet doorlopen. Ook is het niet duidelijk hoe [gedaagde] dit aanbod heeft geaccepteerd en op welke aanvaardingsbutton hij hiervoor moest klikken. Innova mag zich hierover nog uitlaten, onderbouwd met de benodigde stukken.
De (pre)contractuele informatieplichten.
Voor de precontractuele informatieplichten heeft Innova verwezen naar de algemene voorwaarden en daarnaast gesteld dat zij het klantenbestand heeft overgenomen van Flexenergie en dat er bij het sluiten van de energieovereenkomst met Innova geen sprake is van een bestelproces via internet.
De kantonrechter overweegt hierover het volgende.
Het aanbod van de e-mail van 2 november 2018 moet alle verplichte precontractuele informatie bevatten. Mogelijk is deze informatie opgenomen in de link ‘Bekijk het scherpe aanbod’ maar dat is nu nog niet door de kantonrechter vast te stellen. De e-mail bevat verder nauwelijks informatie, zodat de kantonrechter thans van oordeel is dat Innova middels deze e-mail onvoldoende heeft voldaan aan haar precontractuele informatieplichten. De verwijzing naar de algemene voorwaarden is niet voldoende, omdat niet alle informatie enkel mag zijn verstrekt in de algemene voorwaarden, zoals blijkt uit artikel 6:230v lid 2 BW.
Ten aanzien van de contractuele informatieplichten overweegt de kantonrechter als volgt. In het contract is niet het voorschotbedrag genoemd (artikel 6:230m lid 1 onder e BW), is niet het herroepingsrecht opgenomen (artikel 6:230m lid 1 onder h BW) en zijn de opzegvoorwaarden niet opgenomen (artikel 6:230m lid 1 onder o BW). Deze essentiele informatie mag niet worden verstopt in de algemene voorwaarden, omdat daarmee niet is voldaan aan het verstrekken op een duidelijke en in het oog springende manier.
Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden.
4. De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 10 oktober 2023, waarop Innova zich schriftelijk kan uitlaten over hetgeen is overwogen onder 3.3.,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2023. (SK)