ECLI:NL:RBOVE:2024:5149

ECLI:NL:RBOVE:2024:5149, Rechtbank Overijssel, 02-01-2024, 10581572 \ CV EXPL 23-2354

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 02-01-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10581572 \ CV EXPL 23-2354
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOVE:2023:3709
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Energiecontract na het faillissement van de vorige energieleverancier. Aanbod en aanvaarding. Geen overeenkomst tot stand gekomen. Verbod ongevraagde levering. Vordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 10581572 \ CV EXPL 23-2354

Vonnis van 2 januari 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap

INNOVA ENERGIE B.V.,

gevestigd te Delft,

eisende partij, hierna te noemen Innova,

gemachtigde: B.E.J. Caminada,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 september 2023

- de akte van Innova van 9 oktober 2023.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding daarop terug te komen.

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat een overeenkomst voor het leveren van energie tot stand komt door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW) en is gebonden aan het schriftelijkheidsvereiste (artikel 6:230v lid 6 BW). Innova is in de gelegenheid gesteld om nader te onderbouwen met stukken hoe het aanbod eruit zag en hoe [gedaagde] dit aanbod heeft geaccepteerd.

Innova heeft bij akte gesteld dat zij het aanbod niet meer voor handen heeft en ook niet kan aantonen hoe [gedaagde] dit aanbod heeft geaccepteerd. Zij heeft gesteld dat uit de contractbevestiging wel blijkt dat [gedaagde] het aanbod heeft geaccepteerd en ook uit het feit dat [gedaagde] voor de achterstand een betalingsregeling heeft getroffen.

De kantonrechter is van oordeel dat Innova haar stelling dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, onvoldoende onderbouwd. Het aanbod heeft zij niet kunnen overleggen en ook niet hoe [gedaagde] dit aanbod heeft geaccepteerd. Alleen de contractbevestiging is onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde] het aanbod van Innova heeft ontvangen en aanvaard. Ook uit het treffen van een betalingsregeling kan niet onomstotelijk worden afgeleid dat er een overeenkomst bestond. De kantonrechter is daarom van oordeel dat niet is komen vast te staan dat er een energieovereenkomst tot stand is gekomen tussen partijen. Dit betekent dat de rechtsgrond is komen te vervallen en de primaire vordering zal worden afgewezen.

Innova heeft nog als (meer) subsidiaire rechtsgrond aangevoerd dat er sprake is van onverschuldigde betaling.

De kantonrechter overweegt hierover het volgende.

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:7 lid 2 BW bestaat geen verplichting tot betaling voor een consument bij de ongevraagde levering van onder andere elektriciteit, waarbij geldt dat het uitblijven van een reactie van hem op de ongevraagde levering of verstrekking niet als aanvaarding wordt aangemerkt. In de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt dat de zinsnede “geen verplichting tot betaling ontstaat” elke vorm van vergoeding bestrijkt, in welke vorm dan ook, wanneer een consument te maken krijgt met een ongevraagde levering, dat evenmin op een andere rechtsgrond, zoals onverschuldigde betaling (6:203 BW) of ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW) een betalingsverplichting kan ontstaan, voor zover deze is te herleiden tot de geleverde zaken of de verrichte diensten en dat dit betekent dat de verrichte diensten jegens de consument om niet zijn verricht. (Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 58).

Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] op enig moment aan Innova uitdrukkelijk heeft medegedeeld dat zij energie wilde afnemen of dat zij een andere handeling heeft verricht waardoor Innova er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij het aanbod van de levering van energie heeft aanvaard. Daarom is er sprake van ongevraagde levering van energie in de zin van artikel 7:7 lid 2 BW. Conclusie van het voorgaande is dat de subsidiaire vordering tot betaling van de geleverde energie niet toewijsbaar is en zal worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van Innova, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering af;

veroordeelt Innova tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2024. (SK)

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.F. van Aalst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?