ECLI:NL:RBROT:2020:564

ECLI:NL:RBROT:2020:564, Rechtbank Rotterdam, 28-01-2020, AWB - 19 _ 4085

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 28-01-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 19 _ 4085
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2020:34
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0015703

Samenvatting

Einduitspraak. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het besluit van 8 juli 2019 (het bestreden besluit) in strijd is met artikel 35 van de Participatiewet (PW) en heeft zij verweerder in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen. Verweerder maakt geen gebruik van de mogelijkheid tot herstel . Eiseres heeft bij verweerder een aanvraag ingediend voor de bijzondere bijstand voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand en het griffierecht, die zij moet betalen in verband met de beroepsprocedure tegen de IND. Deze procedure betreft een nareisprocedure voor de minderjarige zoon. De rechtbank stelt vast dat eiseres haar zoon wettelijk vertegenwoordigt, dat de toevoeging op haar naam gesteld is, dat zij zelf procespartij is bij de beroepsprocedure tegen de IND en dat haar zoon deze procedure als minderjarige zelf niet kan voeren. Verweerder heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de kosten waarvoor eiseres bijzondere bijstand heeft aangevraagd geen noodzakelijke kosten van bestaan van eiseres zijn. Dit betekent dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 35 van de Pw.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats eiseres] , eiseres,

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 19/4085

gemachtigde: mr. J. Nieuwstraten,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht, verweerder,

gemachtigde: mr. J.V. Dieckmann.

Procesverloop

Voor een weergave van het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van 7 januari 2020 verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het besluit van 8 juli 2019 (het bestreden besluit) in strijd is met artikel 35 van de Participatiewet (PW) en heeft zij verweerder in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen.

Bij brief van 20 januari 2020 heeft verweerder de rechtbank medegedeeld dat hij geen gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen.

Hierbij sluit de rechtbank het onderzoek.

Overwegingen

1. Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt zij het bestreden besluit. Verweerder moet opnieuw beslissen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van wat in de tussenuitspraak en deze uitspraak is overwogen. De rechtbank stelt verweerder daarvoor een termijn van zes weken.

2. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten in beroep. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen het besluit van 5 maart 2019 met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.050,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in aanwezigheid van mr. H. de Vries, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 28 januari 2020.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak van 7 januari 2020 kan binnen zes weken na verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E. Lunenberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?