ECLI:NL:RBZWB:2021:5073

ECLI:NL:RBZWB:2021:5073, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-10-2021, AWB- 20_6302

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-10-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB- 20_6302
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:CRVB:2022:1776
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

AKW

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres], te [plaatsnaam], eiseres

De Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Breda (Svb), verweerder.

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/6302 AKW

en

Procesverloop

Eiseres heeft tegen beroep ingesteld tegen het besluit van de Svb van 18 maart 2020.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 8 september 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar partner. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

Overwegingen

1. Feiten

Eiseres en haar partner hebben één kind, zoon [naam zoon eiseres]. Eiseres woont met haar zoon in Nederland en zij werkte tot 24 januari 2018 niet. De partner van eiseres woont en werkt sinds 5 januari 2017 in Zwitserland en ontvangt daar gezinsbijslag voor [naam zoon eiseres].

Eiseres heeft op 11 juli 2017 een aanvraag voor kinderbijslag ingediend bij de Svb.

De Svb heeft bij besluit van 29 januari 2018 gezinsbijslag, bestaande uit kinderbijslag en kindgebonden budget, aan eiseres toegekend. Van deze gezinsbijslag zal de door de partner van eiseres in Zwitserland ontvangen gezinsbijslag worden afgetrokken. Na afloop van het belastingjaar zal het recht op gezinsbijstand bij afzonderlijke beslissing definitief worden vastgesteld.

Het recht op kinderbijslag is toegekend vanaf het 3e kwartaal van 2017.

Bij besluit van 26 november 2018 (primair besluit I) heeft de Svb het recht op gezinsbijslag over het 3e en 4e kwartaal van 2017 herberekend. Daarbij is gebleken dat eiseres recht heeft op een nabetaling van € 72,24.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Dit bezwaar is bij beslissing op bezwaar van 2 juli 2019 ongegrond verklaard.

Bij besluit van 7 december 2018 (primair besluit II) heeft de Svb het recht op gezinsbijslag over het 1e kwartaal van 2019 herberekend. Daarbij is gebleken dat eiseres recht heeft op een nabetaling van € 749,37.

Bij besluit van 14 oktober 2019 (primair besluit III) heeft de Svb het recht op gezinsbijslag over 2018 herberekend. Daarbij is gebleken dat eiseres recht heeft op een nabetaling van € 147,84.

Bij besluit van 28 november 2019 (primair besluit IV) heeft de Svb het recht op gezinsbijslag over het 1e kwartaal van 2020 herberekend. Daarbij is gebleken dat eiseres recht heeft op een nabetaling van € 770,43.

Op 9 januari 2020 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de vier primaire besluiten.

2. Bestreden besluit

Bij het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar van eiseres gegrond verklaard voor zover dit is gericht tegen primair besluit IV en niet-ontvankelijk verklaard voor zover dit is gericht tegen de primaire besluiten I, II en III.

Ten aanzien van primair besluit I heeft de Svb overwogen dat tegen dit besluit reeds eerder bezwaar is gemaakt, welk bezwaar bij besluit van 2 juli 2019 ongegrond is verklaard.

Ten aanzien van primaire besluiten I en II heeft de Svb overwogen dat het hiertegen gemaakte bezwaar te laat is ingediend en dat eiseres hiervoor geen geldige reden heeft.

Ten aanzien van primair besluit IV heeft de Svb bepaald dat eiseres recht heeft op volledige gezinsbijslag over het 1e kwartaal van 2020.

3. Beroepsgronden

Eiseres voert, kort samengevat, aan dat de Zwitserse autoriteiten sinds 2018 geen Kinderzulage voor [naam zoon eiseres] betalen. Deze zou dan ook niet mogen worden afgetrokken van de Nederlandse gezinsbijslag. Bovendien is de beslissing van de Svb niet overeenkomstig het Europees Recht. Eiseres heeft verwezen naar het arrest “Wiering”. Tot slot heeft volgens eiseres de Svb in haar beslissing van 2 juli 2019 een misleidend beeld gecreëerd van de feitelijke juridische situatie. Doordat eiseres vertrouwde op de juistheid van de uitspraken van de Svb is zij niet tijdig in bezwaar gegaan.

4. Beoordeling door de rechtbank

Ontvankelijkheid beroep

De rechtbank overweegt ambtshalve over de tijdigheid van het beroepschrift als volgt.

Het bestreden besluit dateert van 18 maart 2020, hetgeen inhoudt dat de beroepstermijn liep tot en met 29 april 2020. Het (digitaal) door eiseres ingediende beroepschrift is op 30 april 2021 door de rechtbank ontvangen.

Eiseres heeft aangevoerd dat zij het bestreden besluit op dezelfde dag heeft ontvangen als een brief van de Svb van 20 maart 2020. Het bestreden besluit kan volgens haar dus alleen pas op of na 20 maart 2020 zijn verzonden.

De Svb heeft zich in haar schrijven van 5 augustus 2021 op het standpunt gesteld dat zij niet beschikt over een deugdelijke verzendadministratie waardoor niet kan worden aangetoond wanneer het bestreden besluit is verstuurd.

Nu de Svb niet aannemelijk kan maken dat eiseres het bestreden besluit eerder dan op 20 maart 2020 heeft ontvangen, zal de rechtbank het beroepschrift als tijdig aanmerken.

Inhoudelijke beoordeling

Primair besluit I

De rechtbank overweegt dat, naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD6511) het systeem van de Awb er aan in de weg staat om tweemaal - inhoudelijk - te beslissen op een bezwaar tegen eenzelfde primair besluit. In zo’n geval dient het bestuursorgaan het tweede bezwaar tegen het betreffende primaire besluit niet-ontvankelijk te verklaren.

Hieruit volgt dat de Svb het -hernieuwde- bezwaar van 9 januari 2020 tegen het besluit van 26 november 2018 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijk oordeel over het recht van eiseres op gezinsbijslag over het 3e en 4e kwartaal van 2017.

Primair besluit II en III

Tussen partijen is niet in geschil en ook voor de rechtbank staat vast dat het bezwaar tegen de primaire besluiten II en III is gemaakt buiten de zeswekentermijn als bedoeld in artikel 6:7 van de Awb.

In wat eiseres in haar beroepschrift en ter zitting naar voren heeft gebracht, kan naar het oordeel van de rechtbank geen rechtvaardiging worden gevonden voor de overschrijding van de bezwaartermijn. Los van de vraag of de Svb, zoals eiseres aanvoert, in het besluit van 2 juli 2019 uitgaat van een (juridisch) onjuiste visie en eiseres zich daardoor terecht verkeerd voorgelicht voelt, ziet de rechtbank niet in waarom eiseres ter zake niet eerder had kunnen ageren dan op 9 januari 2020. Naar het oordeel van de rechtbank had eiseres reeds eerder na kunnen en moeten gaan of het standpunt van de Svb correct is. Dat eiseres dit heeft nagelaten, dient voor haar rekening en risico te blijven. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten zoals bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.

De rechtbank komt tot de conclusie dat de Svb het bezwaar van eiseres tegen de primaire besluiten II en III terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Primair besluit IV

Voor wat betreft de gegrondverklaring van het bezwaar van eiseres tegen primair besluit IV overweegt de rechtbank dat de vraag voorligt of eiseres nog procesbelang heeft bij het voeren van een procedure tegen dit besluit. De Svb is immers eiseres in de beslissing op bezwaar volledig tegemoetgekomen voor wat betreft het recht op gezinsbijslag van eiseres over het 1e kwartaal van 2020.

Uit vaste rechtspraak volgt dat er sprake is van (voldoende) procesbelang indien het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.

Eiseres heeft niet toegelicht waarom zij nog een procesbelang zou hebben ten aanzien van het recht op gezinsbijslag over het 1e kwartaal van 2020. Ter zitting heeft zij ook erkend dat de Svb haar ter zake inmiddels volledig tegemoet is gekomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres ten aanzien van het primaire besluit IV geen procesbelang (meer) heeft.

5. Het beroep is ongegrond voor zover dit is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van eiseres en niet-ontvankelijk voor zover dit is gericht tegen de gegrondverklaring van het bezwaar van eiseres.

6. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond voor zover dit is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar en niet-ontvankelijk voor zover dit is gericht tegen de gegrondverklaring van haar bezwaar.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 7 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Josten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?