RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11174159 \ MB VERZ 24-821
CJIB-nummer : 4062 5422 5693 8194
uitspraakdatum : 5 december 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 5 december 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I. M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) in [adres] te Breda op 1 april 2023 om 08:32 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Het voertuig van betrokkene stond al 15 jaar op deze plek vanwege het gedoogbeleid van de gemeente. De betreffende positie van het voertuig was op een niet functioneel, ongebruikt en doodlopend stuk trottoir. Aan de overzijde van de weg stond een camper die niet bekeurd is. Langs de straat parkeren is geen optie, omdat het verkeer hiervan hinder zal ondervinden. Betrokkene voelt zich gediscrimineerd ten opzichte van de andere auto bezitters die ook op de stoep staan geparkeerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat het hier zou gaan om een, zoals betrokkene aanvoert, niet functioneel, ongebruikt en doodlopend stuk trottoir, doet niet af aan het verboden karakter van de gedraging.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Betrokkene voert aan dat in dezelfde situatie aan een ander geen beschikking is uitgevaardigd. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is sprake wanneer zonder geldige reden ten nadele van betrokkene is afgeweken van het handhavingsbeleid ten aanzien van gedragingen zoals het onderhavige. Het staat de overheid evenwel vrij van tijd tot tijd en op de door haar te bepalen tijdstippen te controleren of weggebruikers zich houden aan de verkeersvoorschriften. De omstandigheid dat er op andere momenten aan overtreders geen administratieve sanctie wordt opgelegd, zoals betrokkene stelt, leidt niet tot het oordeel dat er in het onderhavige geval sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel of van willekeur.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: