ECLI:NL:RBZWB:2026:1053

ECLI:NL:RBZWB:2026:1053

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 20-02-2026
Zaaknummer C/02/443600 / JE RK 26-1
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2026:3242

Samenvatting

Vastellen verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in het kader van een ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/443600 / JE RK 26-1

Datum uitspraak: 3 februari 2006

Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2],

bijgestaan door mr. G. Demir, advocaat te Breda,

[de pleegmoeder] ,

hierna te noemen de pleegmoeder,

wonende in [woonplaats 3],

bijgestaan door mr. E.C.A.E. Verschuren, advocaat te Gilze.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 januari 2026;

het op 30 januari 2026 ontvangen verweerschrift van mr. Verschuren;

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder via teamsverbinding;

- de vader, bijgestaan door mr. Demir;

- twee vertegenwoordigers van de GI;

- de pleegmoeder, bijgestaan door mr. Verschuren.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft in een perspectiefbiedend pleeggezin.

De ondertoezichtstelling van [minderjarige] loopt tot 2 april 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

Namens de GI is naar voren gebracht dat [minderjarige] kampt met een loyaliteitsconflict. Hij geniet van het contact met zijn moeder, maar zijn plezier in dit contact wordt belemmerd omdat hij voelt dat de volwassenen om hem heen hier negatief op reageren. Hierover zijn veelvuldig gesprekken gevoerd met de pleegmoeder maar de situatie blijft ingewikkeld. Er speelt nog veel boosheid en frustratie vanuit het verleden en dat staat een onbezorgd contact van [minderjarige] met zijn moeder in de weg. Er is geprobeerd hierover gesprekken te voeren met de betrokkenen, maar dit levert veel discussie op. De pleegmoeder geeft aan dat [minderjarige] 40 weken per jaar negatief gedrag vertoont, als gevolg van de omgang. De GI heeft aangeboden om hiervoor begeleiding of video-interactie in te zetten maar daar staat de pleegmoeder niet voor open. De GI handhaaft haar verzoek om een structureel contact tussen de moeder en [minderjarige] te borgen. De moeder maakt momenteel een positieve ommekeer en het is belangrijk dat [minderjarige] positieve ervaringen met zijn moeder kan meemaken. Met betrekking tot de gezagssbeeindigende maatregel merkt de GI nog op dat de Raad dit onderzoek heeft opgestart maar ook vrij snel weer heeft gestopt gezien alle recente ontwikkelingen en de stand van de hulpverlening. Daarbij is het belang benadrukt van het totstandbrenging van een samenwerkingsrelatie tussen alle betrokkenen.

Door en namens de pleegmoeder is aangevoerd dat niet wordt betwist dat [minderjarige] en de moeder het fijn hebben tijdens de contactmomenten. Het gaat met name om het gedrag van [minderjarige] rondom de omgangsmomenten dat zich uit in verdriet, boosheid en moeilijk luisteren. De pleegmoeder vraagt hier naar eigen zeggen al jaren aandacht voor. Dat heeft invloed op het hele gezin. De pleegmoeder verzoekt om de omgang vast te stellen op eenmaal per acht weken om zo het negatieve gedrag van [minderjarige] te verminderen. De pleegmoeder heeft veel zorgen en die zijn in het verleden ook wel terecht gebleken.

Door en namens de vader is naar voren gebracht dat de pleegmoeder vecht voor het belang van [minderjarige]. De moeder is in de afgelopen jaren teruggevallen in een oud patroon en dit is zorgelijk. De vader staat echter niet onwelwillend tegen een contactfrequentie tussen de moeder en [minderjarige] van eenmaal per zes weken. [minderjarige] heeft ook zijn moeder nodig. De vader vindt het wel belangrijk dat omgang op een vaste dag plaatsvindt en er niet allerlei aanpassingen plaatsvinden zoals ook contactmomenten op moederdag, verjaardagen en dergelijke.

De moeder heeft verklaard dat zij op dit moment verblijft bij [accommodatie]. Dit is een intensieve behandeling maar het gaat goed. De moeder is nu 180 dagen clean en volgt therapie. Ook is er een nazorgtraject geregeld. De moeder vindt het erg vervelend om te zien dat [minderjarige] zoveel last heeft van zijn loyaliteitsgevoelens. Die gevoelens passen niet bij een jong kind. De moeder gunt het [minderjarige] dat hij overal vrijuit kan spreken over de dingen die hij voelt. De moeder kan instemmen met het verzoek van de GI.

Namens de Raad is naar voren gebracht dat [minderjarige] zijn moeder nodig heeft en geniet van de contactmomenten. Dit blijkt uit de meest recente omgangsverslagen. Er zijn drie volwassenen om hem heen die het hem gemakkelijker zouden moeten maken. Dit lukt echter niet. Er is boosheid en er zijn zorgen, maar [minderjarige] heeft zijn vader, moeder en oma(pleegmoeder) nodig. Hij houdt van hen allemaal evenveel. De GI stuurt aan op een contactfrequentie van eenmaal per zes weken, maar de Raad zou, gezien de huidige omstandigheden en positieve ontwikkelingen bij de moeder, een contact van eenmaal per vier weken ook passend vinden. Dat verzoek ligt echter niet aan de rechtbank voor. Een contactmoment van eenmaal per zes weken dient dan als uitgangspunt te gelden. Daarbij is het ook belangrijk dat er wordt meegewerkt aan de uitvoering van die contactregeling en dat de contactmomenten niet om de haverklap worden afgezegd. Daar heeft de GI ook maatregelen voor.

5. De beoordeling

De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld.

[minderjarige] verblijft in het kader van een netwerkplaatsing bij zijn oma vaderszijde. Sinds september 2025 is de uitvoering van de ondertoezichtstelling overgenomen door teamveiligheid van de GI vanwege agressie zijdens de vader naar de voormalig jeugdbeschermer. Omdat de bezoeken tussen [minderjarige] en zijn moeder niet regelmatig plaatsvonden is er een omgangsregeling vastgesteld door de GI. De GI verzoekt deze omgang vast te leggen in een beschikking omdat het contact tussen de moeder en [minderjarige] het afgelopen jaar meermalen niet heeft plaatsgevonden vanwege problemen die de pleegmoeder ervaart op verschillende vlakken. Zo heeft zij moeite met de aanwezigheid van een coach die moeder ondersteunt. Ook worden door pleegmoeder afgezegde omgangsmomenten (vanwege de hitte, klachten over het niet kindvriendelijk zijn van de omgangslocatie) niet ingehaald. De pleegmoeder geeft verder aan dat [minderjarige] zo’n 40 weken per jaar last heeft van de bezoeken met zijn moeder. Deze gedragsverandering wordt niet waargenomen op school. In dat kader kan het van belang zijn om ambulante begeleiding of ondersteuning in de vorm van video-interactie in te zetten na afloop van de bezoeken. De pleegmoeder wil daar echter niet aan meewerken. De kinderrechter acht het echter van belang dat hier wel zicht op komt omdat het belangrijk is dat [minderjarige] een onbelast contact kan hebben met alle volwassenen om hem heen. Daarom is het belangrijk dat hulpverlening zicht kan verkrijgen op (het gedrag van) [minderjarige] voorafgaand en na de bezoeken met de moeder. Volgens de pleegmoeder is de oplossing van dit klachtgedrag gelegen in het (nog) verder terugschroeven van de bezoekregeling tussen [minderjarige] en zijn moeder. Duidelijk is dat er veel negatieve emoties spelen rondom de omgangsregeling en het mag niet zo zijn dat [minderjarige] hiervan de dupe wordt. Alle betrokkenen hebben een aandeel in hoe hij zich voelt. [minderjarige] heeft al veel meegemaakt in zijn jonge leven en een loyaliteitsconflict moet hem koste wat het kost bespaard blijven. Hierin vervullen de moeder, de pleegmoeder en de vader een sleutelrol. De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de zorgregeling zoals door de GI verzocht wordt vastgelegd en dat alle betrokken partijen zich hieraan moeten verbinden zodat [minderjarige] een zoveel als mogelijk onbelast contact kan hebben met zijn moeder. De kinderrechter merkt op dat dit contact geldt als uitgangspunt. Op het moment dat aanpassing (uitbreiding, dan wel inperking) noodzakelijk wordt geacht in het belang van [minderjarige], dan is de GI als regievoerder bevoegd om deze aanpassing in het belang van [minderjarige] door te voeren. Daarbij zal de kinderrechter ook beslissen dat alle randvoorwaarden die de GI heeft opgesteld zoals hieronder vermeld een voorwaarde zijn voor (de invulling van) dit contact.

De kinderrechter zal beslissen dat er een zorgregeling wordt vastgesteld, in die zin dat er eenmaal per zes weken contact plaatsvindt tussen [minderjarige] en zijn moeder op een neutrale locatie voor de duur van anderhalf uur. De GI heeft daarbij de regie voor aanpassingen die in het belang van [minderjarige] worden geacht.

Daarbij gelden de volgende randvoorwaarden:

- De GI bepaalt deze locatie en de omgang wordt begeleid door [hulpverlening]. Pleegmoeder brengt [minderjarige] naar de locatie waar de omgang plaatsvindt. De omgangsbegeleider haalt [minderjarige] op bij de auto en neemt hem mee naar de ruimte waar moeder is. Na het bezoek brengt de omgangsbegeleider [minderjarige] terug naar de pleegmoeder buiten de locatie waar de omgang plaatsvindt;

- de moeder komt samen met haar persoonlijk begeleider naar de omgang die binnen dezelfde ruimte op enige afstand in de buurt blijft van moeder;

- Indien de omgang afgezegd wordt, doet pleegmoeder direct een voorstel om het bezoek in te halen (op dagen dat de omgangsbegeleider ook kan). Als opvoeder van [minderjarige] is zij het meest aan afspraken gebonden. Indien dit niet gebeurt zal de GI een datum bepalen waarop iedereen dient mee te werken om de omgang in te halen;

- in de jaarplanning van 2026 worden verjaardagen, feestdagen en vakanties meegenomen. Zowel oma als pleegouder, als moeder mogen hierin hun voorkeuren opgeven bij de GI. De GI beslist uiteindelijk wanneer omgang plaatsvindt;

- een rapportage van het bezoek en de observatie na het bezoek worden gedeeld met alle betrokkenen;

- voor het plaatsvinden van het laatst geplande bezoek levert de GI een

bezoekplanning aan alle betrokkenen voor de komende periode;

- de pleegouder werkt mee aan hulpverlening die de GI nodig acht in het belang van [minderjarige].

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen [minderjarige] en zijn moeder dat er contact plaatsvindt eenmaal per zes weken op de wijze en onder de voorwaarden zoals weergeven in rechtsoverweging 5.3;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door mr van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 11 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand