RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 10 februari 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout.
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5365
en
Procesverloop
1. Op 27 januari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.
Overwegingen
2. Eisers hebben naar aanleiding van de uitspraak van 27 januari 2026 (hierna: de uitspraak) een e-mail naar de rechtbank gestuurd op 4 februari 2026. Eisers geven aan dat in rechtsoverweging 8. wordt benoemd dat het college de onder 5. genoemde dwangsom moet betalen als niet op tijd wordt beslist. Dit moet volgens eisers de onder 6. genoemde dwangsom zijn.
De rechtbank stelt vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.
Beslissing
De rechtbank:
- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 27 januari 2026 aldus, dat de zinsnede “ dat het college de onder 5. genoemde dwangsom moet betalen als niet op tijd wordt beslist” wordt vervangen door: “dat het college de onder 6. genoemde dwangsom moet betalen als niet op tijd wordt beslist”;
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: