ECLI:NL:RVS:2022:1322

ECLI:NL:RVS:2022:1322, Raad van State, 04-05-2022, 202202431/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-05-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202202431/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2022:10768
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Bij besluit van 31 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak

202202431/1/V3.

Datum uitspraak: 4 mei 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 19 april 2022 in zaak nr. NL22.5611 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 31 maart 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 19 april 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk onder 7 van haar uitspraak terecht tot het oordeel gekomen dat een schending van de inspanningsverplichting tijdens strafrechtelijke detentie niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de maatregel van bewaring. De verwijzing van de vreemdeling naar de rechtspraak van het EHRM en de uitspraak van de Afdeling van 7 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG4449, leidt niet tot een ander oordeel, omdat deze zien op een schending tijdens de bewaring. De Afdeling verwijst voor het onderscheid tussen deze twee situaties naar haar uitspraak van 23 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH1548, onder 2.3.

2. Dit oordeel hoeft verder niet te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift voor het overige geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Bijloos

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2022

765-962

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?