ECLI:NL:RVS:2022:2637

ECLI:NL:RVS:2022:2637, Raad van State, 07-09-2022, 202106986/1/A3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 07-09-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202106986/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2021:10018
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001948

Samenvatting

Bij besluit van 15 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft een verzoek tot handhaving ingediend omdat op het Willem Dreespark nieuwe verkeersborden en -tekens op de weg zijn aangebracht. Hij stelt daarbij dat daarvoor een besluit nodig is van het lokale bestuur. Op de zitting bij de Afdeling heeft hij nader toegelicht dat het gaat om het aanbrengen van gele strepen op het gedeelte van het Willem Dreespark dat langs het spoortalud loopt. Volgens [appellant] is dat gedeelte openbare weg en mochten de strepen niet zonder verkeersbesluit van het college geplaatst worden. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat er geen sprake is van een overtreding en het daarom niet handhavend kan optreden.

Uitspraak

202106986/1/A3.

Datum uitspraak: 7 september 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Den Haag,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 september 2021 in zaak nr. 19/4266 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.

Procesverloop

Bij besluit van 15 november 2018 heeft het college een handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen.

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 september 2021 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juni 2022, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Buijs en [gemachtigde], zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft een verzoek tot handhaving ingediend omdat op het Willem Dreespark nieuwe verkeersborden en -tekens op de weg zijn aangebracht. Hij stelt daarbij dat daarvoor een besluit nodig is van het lokale bestuur. Op de zitting bij de Afdeling heeft hij nader toegelicht dat het gaat om het aanbrengen van gele strepen op het gedeelte van het Willem Dreespark dat langs het spoortalud loopt. Volgens [appellant] is dat gedeelte openbare weg en mochten de strepen niet zonder verkeersbesluit van het college geplaatst worden. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat er geen sprake is van een overtreding en het daarom niet handhavend kan optreden.

De aangevallen uitspraak

De rechtbank heeft overwogen dat bij de vaststelling van een overtreding op grond van artikel 2:10, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van belang is of het gaat om een openbare weg in de zin van de Wegenwet. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4399, naar aanleiding van een eerder handhavingsverzoek van [appellant] geoordeeld dat het parkeerterrein geen openbare weg in de zin van de Wegenwet is en het college daarom niet bevoegd is tot handhaven. Ook in deze zaak mocht het college zich daarom op het standpunt stellen dat er geen bevoegdheid tot handhaving is.

Het hoger beroep

2. [appellant] voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat zijn handhavingsverzoek gericht is tegen gele strepen in plaats van parkeerbeugels. Hij verwijst verder naar de uitspraak van de Afdeling van 27 april 2000, zaak nr. 199902940/1, waarin de Afdeling destijds oordeelde dat het parkeerterrein openstaat voor het openbaar verkeer.

Belang bij het hoger beroep

3. In hoger beroep heeft [appellant] een verkeersbesluit van 28 februari 2019 overgelegd voor het instellen van een stopverbod door het aanbrengen van gele strepen op het gedeelte van het Willem Dreespark bij de ontsluiting van het parkeerterrein langs het spoortalud over een lengte van ongeveer 150 meter. Op de zitting bij de Afdeling heeft [appellant] toegelicht dat hij geen bezwaar heeft tegen de aanwezigheid van de aangebrachte strepen, maar vindt dat deze niet zonder verkeersbesluit hadden mogen worden aangebracht. Nu niet in geschil is dat er wel een verkeersbesluit is genomen voor het aanbrengen van de strepen is er geen sprake van een overtreding. Wat [appellant] met het hoger beroep wilde bereiken is inmiddels bereikt. Hij heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

Conclusie

4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld-Mak, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Langeveld-Mak

griffier

317-1000

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?