ECLI:NL:RVS:2023:1441

ECLI:NL:RVS:2023:1441, Raad van State, 12-04-2023, 202205120/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 12-04-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202205120/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 10 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

[verzoeker] verzoekt om herziening omdat de motivering van de uitspraak volgens hem oncontroleerbaar, onaanvaardbaar en onrechtmatig is. Zo is in de uitspraak niet onderkend dat een startende onderneming zich in financieel opzicht onderscheidt van andere ondernemingen. Ook wordt in de uitspraak niet duidelijk welke documenten [verzoeker] diende te overleggen om de raad inzicht te geven in de financiële situatie van zijn onderneming, terwijl in de werkwijze van de raad is bepaald dat de raad zelf aangeeft welke informatie nodig is. In de uitspraak waarvan [verzoeker] om herziening verzoekt is ook niet onderkend dat de raad, met oog op de uitspraak van 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1070, zijn besluiten beter dient te motiveren. Verder is in de uitspraak volgens [verzoeker] ten onrechte niet de menselijke maat als maatstaf gehanteerd. Hij verwijst hierbij naar de uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.

Uitspraak

202205120/1/A2.

Datum uitspraak: 12 april 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 13 april 2022, in zaak nrs. 202103290/1/A2 en 202103723/1/A2.

Procesverloop

Bij uitspraak van 13 april 2022 heeft de Afdeling de hoger beroepen van [verzoeker] tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 12 mei 2021 ongegrond verklaard. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.

[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.

De Afdeling heeft het verzoek op een zitting behandeld op 16 februari 2023. [verzoeker], en de raad, vertegenwoordigd door mr. M. Doets, hebben via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

1. [verzoeker] verzoekt om herziening omdat de motivering van de uitspraak volgens hem oncontroleerbaar, onaanvaardbaar en onrechtmatig is. Zo is in de uitspraak niet onderkend dat een startende onderneming zich in financieel opzicht onderscheidt van andere ondernemingen. Ook wordt in de uitspraak niet duidelijk welke documenten [verzoeker] diende te overleggen om de raad inzicht te geven in de financiële situatie van zijn onderneming, terwijl in de werkwijze van de raad is bepaald dat de raad zelf aangeeft welke informatie nodig is. In de uitspraak waarvan [verzoeker] om herziening verzoekt is ook niet onderkend dat de raad, met oog op de uitspraak van 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1070, zijn besluiten beter dient te motiveren. Verder is in de uitspraak volgens [verzoeker] ten onrechte niet de menselijke maat als maatstaf gehanteerd. Hij verwijst hierbij naar de uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.

2. Artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt:

"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."

3. In het verzoekschrift en op de zitting heeft [verzoeker] aangegeven waarom hij het oneens is met de uitspraak van 13 april 2022. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, (bijvoorbeeld in de uitspraak van 19 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:177) is herziening een buitengewoon rechtsmiddel waarmee een onherroepelijke rechterlijke uitspraak kan worden gecorrigeerd indien blijkt dat deze berust op een onjuiste feitelijke grondslag en ook overigens aan de vereisten van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb is voldaan. Daarom kunnen alleen aangelegenheden van feitelijke aard tot herziening leiden. Het betoog van [verzoeker] dat de uitspraak berust op een onjuiste rechtsopvatting kan niet leiden tot herziening. Het bijzondere rechtsmiddel herziening dient er niet toe om een geschil waarin is beslist, naar aanleiding van de uitspraak opnieuw aan de rechter voor te leggen.

4. Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dokkum, griffier.

w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Dokkum

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 april 2023

480-1014

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?