ECLI:NL:RVS:2025:1776

ECLI:NL:RVS:2025:1776, Raad van State, 18-04-2025, 202500130/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-04-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 202500130/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2025:76
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 9 zaken
Aangehaald door 4 zaken
10 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 BWBR0011825 CELEX:32000X1218 CELEX:32003R0343 CELEX:32013R0604 EU:32000X1218 EU:32003R0343 EU:32013R0604

Samenvatting

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

202500130/1/V3.

Datum uitspraak: 18 april 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 2 januari 2025 in zaak nr. NL24.42074 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 2 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend en op verzoek van de Afdeling nadere schriftelijke inlichtingen gegeven.

Overwegingen

1. De minister heeft de asielaanvraag van betrokkene als gevolg van tijdsverloop alsnog in behandeling genomen. Daarom heeft de door de minister in het hoger beroep bestreden overweging van de rechtbank dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom zij artikel 17 van de Dublinverordening niet toepast, geen praktische betekenis meer. Om die reden heeft de minister geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzitter, en mr. J.J.W.P. van Gastel en mr. V.V. Essenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

w.g. Wissels

voorzitter

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025

347-1017

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?