ECLI:NL:RVS:2025:2516

ECLI:NL:RVS:2025:2516, Raad van State, 04-06-2025, 202502313/1/V3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-06-2025
Datum publicatie 11-06-2025
Zaaknummer 202502313/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBDHA:2025:18635
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0011823 CELEX:32016R0399 EU:32016R0399

Samenvatting

Bij besluit van 30 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Uitspraak

202502313/1/V3.

Datum uitspraak: 4 juni 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 april 2025 in zaak nr. NL25.14997 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2025 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij uitspraak van 18 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Appellant klaagt namelijk alleen dat de rechtbank in strijd met artikel 94, vijfde lid, van de Vw 2000 niet binnen zeven dagen na sluiting van het onderzoek ter zitting op 8 april 2025 uitspraak heeft gedaan. Voor zover appellant hiermee beoogt een beroep te doen op artikel 5, vierde lid, van het EVRM, wijst de Afdeling erop dat die bepaling alleen verplicht spoedig te beslissen als de vrijheidsontneming nog voortduurt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 23 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3378, onder 2.3.2). In dit geval was de vrijheidsontnemende maatregel al op 1 april 2025 opgeheven.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf het begin onrechtmatig is, bestaat voor ambtshalve toetsing geen aanleiding. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Den Heyer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Vos

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2025

644

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W.M. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?