ECLI:NL:CRVB:2020:906

ECLI:NL:CRVB:2020:906, Centrale Raad van Beroep, 08-04-2020, 19/2874 WAO

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 08-04-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/2874 WAO
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002524 BWBR0005537 BWBR0008657

Samenvatting

Verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 12 april 2019. Volgens vaste rechtspraak dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren, noch om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb naar voren gebracht. Verzoeker beoogt in feite een hernieuwde discussie over wat in de uitspraak van de Raad van 12 april 2019 is vastgesteld. Het verzoek om herziening zal daarom worden afgewezen.

Uitspraak

19. 2874 WAO

Datum uitspraak: 8 april 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 12 april 2019, 17/4191 WAO

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 12 april 2019, 17/4191 WAO (ECLI:NL:CRVB:2019:1286), en heeft nadere stukken ingediend.

Het Uwv heeft op dat verzoek een reactie gegeven.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Bij de uitspraak van 12 april 2019 waarvan herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 april 2017, 17/525, bevestigd. Bij deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoeker tegen een beslissing op bezwaar van 20 december 2016 ongegrond verklaard. In dit besluit heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden waardoor geen aanleiding bestond om terug te komen van een besluit van 6 maart 1990 om per 1 december 1989 de eventueel bestaande arbeidsongeschiktheid van verzoeker buiten aanmerking te laten of om terug te komen van een besluit van 11 september 2003 dat verzoeker per 1 december 1989 minder dan 15% arbeidsongeschikt was en daardoor geen recht had op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De Raad heeft in zijn uitspraak van 12 april 2019 geoordeeld dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, omdat uit de door verzoeker ingediende medische informatie geen ander beeld naar voren komt dan al bij het Uwv bekend was. Daarbij heeft de Raad geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de beslissing op bezwaar van 20 december 2016 evident onredelijk was.

Bij verzoekschrift en later ingezonden toelichtingen heeft verzoeker aangevoerd dat hij ziek is en dat hij een gunstige beslissing op zijn aanvraag verwacht. Verzoeker heeft verzocht om zijn verzoek opnieuw te bestuderen en hij heeft te kennen gegeven beschikbaar te zijn voor een eventueel medisch onderzoek.

Het Uwv heeft afgezien van een inhoudelijke reactie op het herzieningsverzoek.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren, noch om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen. In beginsel kunnen slechts aangelegenheden van feitelijke aard tot herziening leiden. Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb naar voren gebracht. Verzoeker beoogt in feite een hernieuwde discussie over wat in de uitspraak van de Raad van 12 april 2019 is vastgesteld. Uit wat in 3.2 is overwogen volgt dat het middel van herziening daar niet toe kan strekken. Het verzoek om herziening zal daarom worden afgewezen.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van C.I. Heijkoop als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2020.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) C.I. Heijkoop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?