11 maart 2008
Strafkamer
nr. 01346/06 B
EC/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda van 14 april 2006, nummer RK 06/166 op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klager], geboren op [geboorteplaats] 1970 te [geboorteplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Almere-Binnen" te Almere.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. L.M.L. van Berkel, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar een Gerechtshof ten einde opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
Op grond van de door de Advocaat-Generaal in diens conclusie verstrekte informatie moet worden aangenomen dat het dossier in de onderhavige zaak bij de Hoge Raad is ingekomen, maar daarna in het ongerede is geraakt en niet meer beschikbaar zal komen. Dat brengt mee dat de bestreden beschikking in cassatie niet kan worden getoetst en daarom niet in stand kan blijven.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch ten einde opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2008.