24 mei 2011
Strafkamer
nr. 09/04873 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 december 2008, nummer RK 06/166, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben mr. B.P. de Boer en mr. M. van Delft, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel klaagt onder meer dat het Hof de door de Hoge Raad in zijn beschikking van 11 maart 2008 (LJN BC6294) gegeven verwijzingsopdracht heeft miskend.
2.2.1. De in het middel bedoelde beschikking van de Hoge Raad, gegeven op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda van 14 april 2006, houdt het volgende in:
"Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan."
2.2.2. De beschikking van het Hof houdt onder meer het volgende in:
"Het hof verenigt zich met de beschikking van de rechtbank Breda van 14 april 2006, met dien verstande dat de redengeving waarop deze berust wordt aangevuld met de onderstaande overweging.
(...)
Beslissing:
Het hof:
Verklaart het beklag ongegrond."
2.3. De klacht berust op de opvatting dat het Hof de door de Hoge Raad vernietigde beschikking van de Rechtbank heeft bevestigd. Deze klacht mist feitelijke grondslag en kan niet tot cassatie leiden. Blijkens het onder 2.2 weergegevene heeft het Hof in zijn beslissing het beklag van de klager ongegrond verklaard en heeft het in zijn overwegingen tot uitdrukking gebracht dat het de redengeving van de beschikking van de Rechtbank heeft overgenomen en die motivering heeft aangevuld.
3. Beoordeling van de middelen voor het overige
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als middel aangeduide klachten voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2011.