ECLI:NL:HR:2022:10

ECLI:NL:HR:2022:10, Hoge Raad, 08-02-2022, 20/02370

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 08-02-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/02370
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2021:1072
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 6 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Belediging, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. Vordering tenuitvoerlegging, duur vervangende hechtenis. Vervangende hechtenis is te hoog bepaald bij toewijzing vordering tul met omzetting naar taakstraf. Grond voor ambtshalve cassatie? Hof heeft i.p.v. tul voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 weken een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, opgelegd. HR ambtshalve n.a.v. CAG: Hof heeft in strijd met wet vervangende hechtenis bevolen waarvan duur langer is dan duur van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf (vgl. over duur van vervangende hechtenis in dergelijke gevallen HR:2021:1552). HR merkt op dat het bevelen van vervangende hechtenis waarvan duur die van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt, een onmiddellijk kenbare fout vormt die zich voor eenvoudig herstel leent door rechter(s) die op zaak heeft/hebben gezeten, overeenkomstig beslissingen HR in HR:2010:BJ7243 en HR:2012:BW1478. Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor op korte termijn en op eenvoudige wijze ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan over de voor tul vatbare straffen (vgl. HR:2018:834). Gelet hierop zal HR niet ambtshalve toepassing geven aan zijn bevoegdheid om ‘s hofs uitspraak, wat betreft duur van vervangende hechtenis, te vernietigen. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. wijze van herstel van fout (ambtshalve cassatie).

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02370

Datum 8 februari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2020, nummer 22-003684-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1973,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft K. Renssen, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de vervangende hechtenis bij de taakstraf die het hof heeft gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf in de zaak met parketnummer 09-079037-18, tot het bevelen dat de vervangende hechtenis twee weken beloopt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve opmerking over de vervangende hechtenis

Het hof heeft ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging het volgende beslist:

“Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 5 juli 2018 met parketnummer 09-079037-18, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met proeftijd van 2 jaren, een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.”

In de conclusie van de advocaat-generaal onder 20 wordt geconstateerd dat het hof in strijd met de wet vervangende hechtenis heeft bevolen waarvan de duur langer is dan de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf (vgl. over de duur van de vervangende hechtenis in dergelijke gevallen HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1552).

De Hoge Raad merkt in dit verband het volgende op. Het bevelen van een vervangende hechtenis waarvan de duur die van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt, vormt een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten, overeenkomstig de beslissingen van de Hoge Raad in de arresten van 6 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ7243 en 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1478. Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor op korte termijn en op een eenvoudige wijze ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan over de voor tenuitvoerlegging vatbare straffen. (Vgl. HR 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:834.) Gelet hierop zal de Hoge Raad niet ambtshalve toepassing geven aan zijn bevoegdheid om de uitspraak van het hof, wat betreft de duur van de vervangende hechtenis, te vernietigen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2022/221 NJ 2022/81
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?